Categorieën
101 Aanroepingen lyriek

onrust het naderen & vragen

onrust
het naderen & vragen
in je zwartleren jekker
met donkerrode spitsruiten

je grijze  vleeslappen
prondels tussen de zogklamp

deze arm (neem een arm)
deze hand (neem een hand)
die je de mist aandraagt, in je haar
opdrijft het  gefonkel
in straatlamplicht, jij,

oh jee, ja,  jij

(allemaal samen))))

waar er op hetzelfde ogenblik (negen ballonnen in de wind)
indien de klant met betrekking tot de uitvoering (guur & donker)

de omtrek drie maal (tok pad diep tok dap)
genoegdoening omdat je hand (pak plak palmt lap

pal tegen het raam)

het verraad is je
het gezicht ingegroeid, de scherven
lachen je lach stuk, je mond
sijpelt je tong kaduuk

(ja jij, oh jee) (x3)

hier, ervoor, nu, te laat, straks
de zee op

productie productie productie
op  elke derde een  ik

het einde van de aanvankelijke duur

je schoen op je neus, je neus  blinkt, scheurt op het beton
het wrede ik  het wrede dwars door je speklagen

wit, wit, rood, zwart

flitst witte schittering flets je water

zwart

zw)

t

breek

[cfr. http://www.vilt.net/kessello/?p=1439]

Geef een reactie