Categorieën
Anke Veld Proza

Gelukt

&

We gaan drie eendere tunnels door & het gelige licht van de pilonen vertrekt de tijd in een eender ritme. Het busje is hermetisch afgesloten maar voor alle zekerheid houden we de nortonpakken maar dicht tot we uit de geïnfecteerde zone zijn.

Het geluid van het busje weerkaatst op de tunnelwand, de banden kleven met diepe, vette trillingen op het gegroefd beton. Seffens zakken we nog door dit oponthoud, deze illusoire weerstand van luttele materie de leegte in. Seffens rijden we met stalen velgen op het staal van het draagvlak & daveren de gaten in de weg dóór in onze breinen tot het daveren zich tot in de verste uithoek van ons bewustzijn uitzaait & alles als een zandkasteel in elkaar stuikt. Kak, daar ga je weer.  Je wil wel kauwen op de angst om de gedachten te stoppen maar de angst is je tong & ook in je tanden zindert de angst & je hebt dorst maar je walgt van de idee alleen al om een slok in je mond te nemen. Het stof. De herinneringen.

Je staart naar het visgraatmotief in de stalen platen op de vloer van het busje alsof er iets te lezen staat. De kuisvrouw van het Instituut ligt er te kronkelen en te kreunen, je moet haar een spuitje geven voor ze helemaal bijkomt, we kunnen geen risico’s nemen.

We hebben haar, het is gelukt.

[LORE – wat voorafging]

Geef een reactie