Categorieën
kort

ommegang

Ik wil tikken op het raam maar mijn hand is ingewikkeld in witte repen gaas zoals bij een mummie.

Buiten staat een vrouw te dansen rond een fakkel in het midden van de binnenplaats.  Ze danst & danst & haar dansen wekt het dansen in je brein, maar het zwaaien van haar weelderige jurk komt vervaarlijk dicht bij de brandende fakkel.

Als ik probeer de repen verbandgaas  te verwijderen, blijken het er honderden te zijn: ze worden alsmaar bloediger & op het einde druipt mijn gehele hand weg als slijm. Op de grond kronkelen langzaam de repen gaas als levende letters in een kleverige poel.

Binnen in de ommegang zitten twee vogelverschrikkers met doodsmaskers mij achterna. Ze spannen reikhalzend méér verbandgaas tussen hun gestrekte armen & uit de gaten van hun maskers priemen monsterlijke ogen dreigend naar mijn hoofd, naar mijn neus, naar de witte tanden in mijn mond. Het gaas fluoresceert in het dikke duister waarin ik radeloos verder strompel.

Het volgende raam toont de dansende vrouw net op het moment dat haar kleed vuur vat. Haar glimlach is betoverend. Het gaat snel. Je hoort niks, maar ziet haar gillen terwijl de vlammen haar verteren, ze spartelt eventjes uitzinnig als een vis op het droge. Dan valt ze om als een uitgebrande lucifer.

De vogelverschrikkers naderen, ik moet verder. Soms herken ik één van hen maar meestal niet.

Bij het volgende raam begint een andere vrouw de dans. Ik wil tikken op het raam maar mijn hand is ingewikkeld in witte repen gaas zoals bij een mummie.

Geef een reactie