Categorieën
lyriek

Binnenin

Binnenin
bestaat de zanger:
bij de stalen kevers,
bij het gruis & de vetten
voor het glijden.

Monden spuwen er voortdurend
bloed in de bezongen monden &
in de monden duiken vervolgens de
zingende monden & de lallende monden brullen
mee met de malende monden & de huilende monden
vervormen de happende monden
tot in de gevormde, de sprekende monden.

Door het rukken van mondige
tanden bijvoorbeeld
aan het rottende vlees
van de vorige
finaal ontsteekt dan

de stem
van de zanger
de vlam van zijn bestaan
aan het gas uit
de monden
binnenin.

De tong ontvlamt mede
in de hete adem
van het zijn
van de
zanger.

Zij lilt & trilt gloeiend
tussen de letters van het
ik & is
versierd met witte spikkels
bevend in het slijm
van de belijdenis:

o mond o kaak
o tong o wilde
zanger
binnenin,
geloofd zij
uw klaarte:

gij stroopt ons het vel
gij splijt ons de lippen
gij sproeit ons volmondig het gas in
dat stolt tot uw kille zaad

verlos ons heden van het onze
zoals wij u verlossen
van het uwe

rakel de witte draden op
van onze gewortelde lusten

breng ons in bekoring
zoals wij ons
in de bekoring
brengen

verspreek onze lijven
aan het donker van uw
nachten, haak de kreten
tussen onze klachten

aan de ketting naar het licht hogerop,
de kletterende ratel naar uw
dodelijke prachten,
het buiten waarbinnen
wij het buiten maken

& ons bestaan er
binnenin.

Geef een reactie