Categorieën
Lopende zaken lyriek

La Vie Sexuelle de Charles Baudelaire

Scene 1: Namur, église Saint-Loup, 1866 – CB, in het gezelschap van de Belg Félicien Rops, stuikt in elkaar op de straten van Namen.

L’enfant désherité s’enivre de soleil

een voetafdruk geluid in grint
& maanlicht op de wagen viel
tot het lichaam zich weer sloot,
tot het lichaam zich weer sluit.

kleur bedacht ik om het haar
& om het vlak der ogen te betasten,
warmte om het einde van mijn koude
op haar poorten voelbaar stuk te slaan.

een korte nacht wellicht is dit bestaan.

Envoie-toi bien loin de ces miasmes morbides;

vel op derrie, roos in slijk,
op vegen nacht een vaal gezicht
tot het lichaam mij bekoorde,
tot het lichaam mij bekoort.

vlees verhaalt de zeeën
hoe het vocht vergaat in grond
& mijn onkruid brandt in monden
die mijn aandrift nimmer schonden.

tekort aan haar wellicht is wat ik deed.

Et vous, femmes, hélas! pâles comme des cierges

eender licht door kathedralen
als door ijs dat wellust ving
tot het lichaam ons bedaarde,
tot het lichaam ons bedaart.

onbewogen zie ik strakke koorden
van haar ogen naar mijn dood :
net zo zag ik haar dijen op & af mij glijden
van het glimmend branden naar de kille moord.

tekort aan niets wellicht gebiedt de kus

Le succube verdâtre et le rose lutin

op mijn kruisweg snakkend in een kromhals : dooft,
verkilt & smelt als dichtersstof de droogstoof in
tot een lichaamsgrens vervaagde,
tot een lichaamsgrens vervaagt.

armer blijft wie kundig draait
zijn lust & nijd tot stemmig grijs,
dan hij die in zijn aarden bed
tot dageraad naar botten graaft.

tekort aan dorst wellicht wordt nooit gelaafd.

Rien n’embellit les murs de ce cloître odieux.

wat een goudvis stom naar wolken loensde of met
streepjes huid & haartjes een kenner kunstig kleefde:
tot het lichaam openbarstte,
tot het lichaam openbarst.

rust vervagend, drinkt zo zoetjes, morst een koekje,
hoort een oorlog die in stulpen knippert, stuitert,
gulpt dan op & af hun schimmen drift & hevig hikt een ikje
tot op staalblauw glas een bloedend klompje lillend ligt.

in korte scènes wordt wellicht ook ik belicht.

L’Art est long et le Temps est court.

sprak van humus, slijm & steen, & liet
mijn zieken uitgemergeld naar de zeeën dansen
tot het lichaam niemand kwam,
tot het lichaam niemand komt.

paradijselijk ijs barst open
waar een engel wordt gevild
& onrustbarend in hun glazen steden zindert
de antieke gil van vleugelnood.

kort wellicht & pijnlijk is het schone voor de dood

Wij zijn met verlof tot 12-07-08.
Tot zolang, dagelijks wat uit mijn archieven.

————————————————————————

17/8 – 24/8/2008 Provinciaal Domein Kessel-Lo

8 dagen vrije lyriek

klebnikov karnaval Call for Works

Call for Works

  • bijdragen worden ook nog tijdens het Carnaval geaccepteerd, liefst van & met u persoonlijk
  • als je vroeger wat inzendt, krijg je natuurlijk sowieso meer aandacht (want)
  • vanaf medio juli krijgt iedereen de groeiende lijst van deelnemers te zien

——————————————————————————

Wij zijn met verlof tot 12-07-08.
Tot zolang, dagelijks wat uit mijn archieven.

Geef een reactie