Categorieën
lyriek

twee benaderingen van het goddelijke lijf

Het cirkelen van gieren

Ik breek je zwijgen aan. Er brult Er.
Het krast de oren uit. Het slaat mijn melodieën af.

Opnieuw. Reik me je weigeren, geef het gemis.
Ik breek & breek je zwijgen aan. Er brult Er.
Een hand verklaart mij nader dat ik mij hier
te verstrooien heb. Geschreeuw. Mijn vel vervalt.
Mijn nek is niemandal. Ik zak mijn woorden uit

& het glijdt mij geheel weg, de klank die je was
vertekent je gebaren in het licht van de hal
tot een glans in de hal waar het marmer
een verrukkelijk bedrieglijke schijn toelaat
van schoolse warmte op het lijkkille

marmer. Zo staan de woorden de woorden in de weg.

Nog eens. Reik je niet aan, weiger gebrek
als ware het het ware in je ware ik.

Er breekt nog het rode uit dat kiemen aan.
Het legt je adem doodse stilte op. Fuck.

Niets is er hier, niets dat ik beminde.

De gierende cirkel

Differentieel

Het andere herhaalt altijd
wat er in het eendere nodig is
om het andere te maken

Negatief

Het staan in de weg
is ook maar het staan
van een in de weg staan

Verlicht

Het andere was altijd al
het antwoord op de treurnis
om wat er nooit meer eender is

Geef een reactie