Categorieën
lyriek

Gedrum is er & droefte

Lijfsbehoud

Tulpen te tuimelen op de verte staan zo wil ik je nog raken
bij het zwermen van verhevigde duiven waarop de zon
sprenkelt zijn vette vingers lentelicht. Drijfluchten donkeren.
Gedrum is er & droefte. Plens ik bloesem op dit rode blad,

het is een pad wég van mijn bloed-bevlekte hand. Moed-
willig ik ruk je de maan & de man & de letters
van het bordkarton & prik ze bij het witte stralen
op het schuimvlokken van de kolkzee, de steile

ópzang die ik in je aangestoken heb. Je turft me een boek,
maar ik zie slechts het onomkoombare zinweigeren mij
toegapen, het sterfgat met de rafelranden zuigen & suizen

naar hoe het daar naar leegte daalt. Een lichaam nekt vergeefs
naar lege overkanten. Barst nu mijn vel nog van de maartse kou,
straks duw ik mij je luwte in, langs je lippen die ik lachend openvouw.

dv, 17/03/2008 16:03 -20:16

3 reacties op “Gedrum is er & droefte”

Geef een reactie