Categorieën
Lopende zaken PK-LP

PK-LP & het Breukers-effect

contrabas_effect.gif

Hm. Van gemiddeld om en bij de 20 naar 170 bezoekers middels 1 berichtje op De Contrabas.
Kesselpoet Adriaan Krabbendam scoort een home run met zijn promotiestunt!

Nog effen & het Toekomstpad hier wordt hernoemd naar de Boulevard Chrétien Breukers.

Herstellen

Ondertussen gaan we gezapig door met het kopiëren van de oude posts van het Blogger blog, door de almacht van Google gesloten wegens een (vermeende?) overtreding van de Terms of Agreement. Die Terms zijn overigens zo vaag dat elke klacht sowieso een serieuze kans maakt om iets of wat naughty of ontluisterende inhoud per kerende post monddood te maken. Vrije meningsuiting, maar dan de Amerikaanse door- en door kapitalistische versie.

Bon, we gaan daar niet verder over zeuren, het is aan iedereen om aan deze perfiede stand van zaken de voor hem of haar juiste conclusies te verbinden, wij dachten dat een verdere publicatie van PK-LP enkel nog kan in eigen beheer, onafhankelijk dus. Want via gratis aangeboden services is die vrijheid van meningsuiting dus een lachertje, de enige vrijheid die je hebt is die van een monddode conformiteit. Er is bloei mogelijk, maar bij het bloeien dient men in de juiste richting, die van de moral majority te lichtschermkronkelen.

Dat gaat ons uiteindelijk centen kosten, die onafhankelijkheid, dus er wordt aan een Plan gewerkt, waarbij het Plan zelf dan weer niet bedreigend mag worden voor de inhoud. De Heer geeft, de Heer neemt, maar nooit is er iets nieuws onder de Zon.

Vissen

Voor alle duidelijkheid wil ik hier effen geweten hebben dat ik dan wel uitgever ben van deze ‘lopende publicatie’, de inhoud van de posts valt volkomen onder de verantwoordelijkheid van de auteurs. Mettertijd komt er wel een disclaimer van die strekking op.
Ook voor het literair-creative discours, overigens, geldt dat. Niet dat iemand daarvan zal wakker liggen, maar het is niet omdat ik iets op PK-LP laat verschijnen dat ik dat zo fantastisch of zelfs maar ‘goed’ vindt. Mijn enige doel is het uitbreiden van het online culturele aanbod. Het ding is een poort en krijgt als poort wel een eigen karakter en hopelijk ook dito uitstraling, dat is het werk van alle auteurs samen, tussen wie het onderling helemaal niet hoeft te ‘boteren’, laat staan dat ze één of andere school zouden vormen. Scholen, dat is iets voor vissen en kindertjes, daar doe ik niet (meer) aan mee.

Mijn eigen smaak is meestal het laatste argument om iets al dan niet toe te laten van wat mij ingezonden wordt, het heeft allemaal veel meer met de degelijkheid van de code. Qualitatieve diversiteit met een maximum aan ‘vakjesdoorbrekende’ schrijfsels, dat is ongeveer mijn scheermesje. Plus iets doen dat in andere media niet kan. Zo is het internet bv ook uitermate geschikt om samen te werken met mensen waarvan je in het echte leven onmiddelijk van zou gaan lopen.

Wat in mijn geval dan ook weer niet al te onrustwekkend is, want ik ben zo’n sociale angsthaas dat ik van bijna iedereen ga lopen. Om nog maar ’s te zeggen dat je een afwijzing of aanvaarding helemaal niet dient persoonlijk op te vatten.

PK-LP wil bruikbare code, bruikbare code & bruikbare code.


PK-LP Podcast

Bon, nu we dat van de baan hebben nog hetvolgende: elke maand, zo ongeveer, hoop ik een PK-LP podcast episode te kunnen samenstellen, je weet wel zoiets waar je je kan op abonneren middels iTunes of een andersoortig mp3 draaiding & waar dan geluid en desgevallend bewegende beelden uitdonderen.

De eerste episode was, euh, een matig succes, de test is alleszins geslaagd en iTunes heeft ons braafjes erkent als een échte podcaster.

De URL om uw blitze kerstboomapparatuur op af te stemmen is http://phobos.apple.com/WebObjects/MZStore.woa/wa/viewPodcast?id=271876505

Het grijs van de weinige mij nog resterende haren oogt plots keineig cool.
Ik word alsnog hip & hit ( of was dat hit & run?).
Nog effen & we kunnen flesjes van mijn speeksel gaan merchandisen.
Hush, paps, rustig maar.

Inzenden

Voor de volgende episode kan u URL’s van geluids- en/of videomaterialen inzenden naar dv@vilt.net tot en met 15 februari 2007. Voor de podcast items is er dus wel telkens een deadline, als die voorbij is, kan het wel in de volgende maand..

Het enige echt valabele criterium om een kans te maken, is dat u de bestanden in Creative Commons 2.0 licentie mág en wil vrijgeven ( met de zgn. Some rights reserved: vrijelijk te kopieren en te verspreiden op voorwaarde dat er geen commerciële doeleinden mee verbonden zijn). Voor de rest is het gewoon afwachten of het erop komt.

Je ziet wel: als Chrétien dan nog ’s linkt, dan ben je in 1 slag wereldberoemd.
& alle blondjes zeggen aah.

Foei toch.

KesselPoetendom

Ook voor de podcast-inzendingen geldt de regel: drie aanvaardde inzendingen is prijs.
Dan mag je, zo je dat wenst, toetreden tot PK-LP als auteur & blijven posten tot je vingers aan het klavier kleven.
Auteurs die veel & vaak posten ( en hun collega’s of het publiek niet nodeloos lastig vallen) schoppen het uiteindelijk tot editor, en dan mag je weer wat meer.

Zie nu, ik kan het ook al, dat vaag blijven.

Aja: het is wel degelijk KesselPoet, zónder trema of verengelsing, fonologisch fonetisch is dat dus [keslput] .

6 reacties op “PK-LP & het Breukers-effect”

k Was me van geen kwaad bewust, Chrétien vroeg me of hij t mocht publiceren, maar toen had ik ’t net al hier geplaatst. Excuses voor de overlast van al die bezoekers.
Overigens. Keslput?? zónder [trema of] verengelsing, fonologisch is dat “keslpoet”. Put of poet, lijkt me nogal 1 verschil.

euh tja, waarde collega, het schaamrood vuurt, & ik zou branden in de Hel der Germanisten, mocht ik daar al niet sinds jaar & dag zijn uitgebonjourd, want nu je d’r mij doet bij stilstaan: fonologisch moet natuurlijk fonetisch zijn, dat is ontstellend dwaas om die twee door mekaar te halen & het brengt mij in grote verlegenheid.

ik bedoelde wel degelijk in een fonetische weergave, dus volgens het internationale fonetische schrift, zoals vertoond op http://nl.wikipedia.org/wiki/Fonetisch, alwaar ik vaststelde, zelfs bij het heersende plaatsgebrek, dat ik toch nog ’s dien gecorrigeerd te worden want het is dan [kεslpu:t] met de dubbele punt wegens lange oe & ook nog ’s die rare ε die de e in bed & kessel translittereert .

Met de fonologie heeft dat dus niet dadelijk iets uitstaans.

Jean-Henry D’Anglebert gebruikte overdadige ornamentatie om de beperkingen van het klavecimbel te overstijgen, zo lees ik hier. Zijn stukken zijn charmant, maar in vergelijking met Couperin of zelfs maar Rameau is het toch maar flauwtjes. Volgende week ga ik de Chambonnières ’s uitpluizen, die heeft de hele bloei van de Franse klavecimbelmuziek in gang getrokken door de bestaande luit- en vedeltradities op briljante wijze naar het nieuwe instrument te vertalen. Na hem was het zaakje enkel nog in te vullen, een beetje slapjes zoals D’Anglebert, groots zoals Rameau of Louis Couperin, of ‘onnavolgbaar’ zoals François Couperin.

Christophe Rousset weet waarover ie praat, hij speelde al die dingen. Merkwaardig toch dat je nog steeds een Fransman hebben moet om die Franse muziek zo perfect te spelen.

Oké, na de fonologische en fonetische verwarring (waarover ik ooit iets schreef onder http://www.bellettrie.nl/transcriptie) — het “internationaal fonetisch schrift” is, net als bijvoorbeeld de “pinyin-transcriptie” van het Chinees, niets anders dan een sterk staaltje van Engels/Amerikaanse transcriptie — dan nu naar de muziek.
D’Anglebert flauwtjes??! Dat ben ik geheel met u oneens, mijn waarde, vooral daar waar gij Rameau boven hem stelt. Afgezien van de ontroerende en inventieve Louis en briljante François Couperin, heeft D’Anglebert vele roerende diamanten geslepen die ver uitstijgen boven de kwaliteit van de kiezels van Rameau. De overdadige ornamentiek was gewoon een stijlmiddel in het Frankrijk van die dagen en heeft niets te maken met pogingen “de beperkingen [sic] van het klavecimbel te overstijgen”. Juist in zijn tijd kende het clavecimbel nauwelijks beperkingen, D’Anglebert overstijgt eerder de beperkingen van monseigneur Rameau. Of moet ik het komen voordoen?
Allez, ik chargeer, maar we gaan hier toch ook niet Telemann de hemel in prijzen om Bach met een flauw kluitje in het riet te sturen?

De beperking van het klavecimbel waar ik het over had, is er een die dat instrument node dient te lijden: je kán ten ene male geen lang in de tijd gerekte klank uit zo’n kastje halen. De snaar doet na het trekken ting, & dan duurt het nog wel wat, maar die ting is in vergelijking met andere instrumenten nou eenmaal vrij snel een verleden ting. De ting is vrij snel henen.

De overdadige ornamentiek als oplossing van dat muzikaal-fysische probleem – hoe speel je dan een largo zonder dat het helemaal ridicuul gaat klinken met om de zoveel tellen een eenzaam tingetje? – bedoelde ik dan ook in de verste verte niet als een punt van kritiek – wie ben ik overigens om op deze grootmeesters wat dan ook aan te merken te hebben? – ik wou het net op het kredietlijstje van D’Anglebert inbrengen dat hij die ornamentiek dusdanig heeft uitgewerkt dat alle groten na hem van het systeem dankbaar gebruik konden maken.

Beweren dat er tussen de ons resterende stukje D’Anglebert geen parels zitten wou ik ook al niet, maar ik blijf er toch bij dat u hier wellicht de grootsheid van Rameau onderschat. Rameau stáát in de Franse muziek zoals Malherbe in de literatuur. Zijn transparante samenvallen met de wending naar het klassieke die de muziek daar neemt, vergelijken met de productie van kiezelslag doet mij enigszins twijfelen of u de zondag wel goed bent doorgekomen.

Misschien toch wat meer buitenlucht op zo’n weekendje, dan?

Neen, het gaat verder goed hier. Ik zei al, ik chargeer. En dat omdat zeker ook D’Anglebert mij vele malen naar de klavecimbelhemel heeft gebracht. Dus ik dacht, hé, zeg, kom, nou, allez, jalla, die lichtende engel nemen ze mij niet meer af, hoe ze ook heten. En Rameau, al goed, ge hebt nog ’s gelijk meteen.
Over de mogelijkheden en beperkingen van het klavecimbel kan men veel debiteren, maar de mogelijkheden worden nog immer minder benut dan de beperkingen worden uitgemeten.
Ge schrijft van de “overdadige ornamentiek als oplossing van dat muzikaal-fysische probleem”. Maar daar komt die ornamentiek helemaal niet vandaan en daar is die ook alleszins niet voor bedoeld! Of wilde je zeggen dat de “overdadige ornamentiek” in bijvoorbeeld Monteverdi’s vocale partijen diende om te verhullen hoe beperkt de menselijke stem is? Dat raga’s zijn uitgevonden om niet te laten merken wat voor knullig instrument de sitar is? Dat Tallis en Josquin 40- en 48-stemmige koorstukken schreven om niet te verklappen hoe slecht de akoestiek was in de kathedraal? Dat Klimt voor niets een wit omlijnd zwart rechthoekje penseelde in de buurt van Danae? Stop me, want anders ga ik nog verder.
Oké, ge stopt me niet, dan kan ik u hoogstens nog vragen waarom de barokke ornamentiek voor alle instrumenten werd (voor)geschreven, inclusief de menselijke stem.

Al dien flauwekul over het klavecimbel is waarschijnlijk te danken aan het feit dat er nog zo weinig goede klavecimbels over zijn of gebouwd worden én dat er zo weinig goede klavecinisten zijn.

“hoe speel je dan een largo zonder dat het helemaal ridicuul gaat klinken met om de zoveel tellen een eenzaam tingetje?” => dat largo speel je volgens de regelen der barok, of het nu op ene viool is, een traverso of een klavecimbel, dat scheelt al een boel. Op een goed klavecimbel, dat ook nog eens goed wordt bespeeld, klinkt geen tingetje, en kan een goed aangeslagen akkoord langer mee dan ge denkt. (Sowieso worden barokke stukken met de aanduiding largo vaak veel te langzaam gespeeld.)

Ooit mocht ik tijdens een excursie in Edinburgh een Taskin beroeren, het zal wel in de Russell Collection of Early
Keyboard Instruments zijn geweest. Ik geloof dat ik aarzelend het extreemste largo uit de geschiedenis heb gespeeld, maar ik kan me de ontroering en het gevoel in m’n buik nog herinneren als de dag van gisteren.
Maar soit, ook op een klavecimbel van minder hoge kwaliteit is het mogelijk goed te spelen.

Geef een reactie