Categorieën
Het Pad lyriek

het zalmenmeisje in de nachtwaterval

[ IV ]

De ijzerader in de zang gegoten ligt & roest, ikblikje ik –
maar wat als opwaarts jij wil gaan stroomjumpen

& in de groeven je kleurzieke griffen
laat het inegale stof de stem verheffen, het benige

luchtfritselen dat je onderroks numineus
op je eentje al aardig knetteren laat, het roofdier
dat voor ieder te kijk te donkerogen staat, vuur

aanwakkert op de dunaardige graasweide & weldra
voor de verbeelde tovenaar van glinsterbergen
in stofdroge strobalen te laaien staat?

“Laten de dennen zich buigen in de storm van Mamaj,
De wolken van Baty verder gaan,
Daar komen de woorden – de Kaïns van het zwijgen –
En met deze heiligen is het gedaan”

Geef een reactie