Categorieën
archiefdoos Grafiek kort lyriek

zegepraal

zegepraal
dv – “zegepraal”

Het triomfantelijk gebrul in de gang is het gebrul van de genodigden. Wij zitten te wachten: het scheppingsfeest is begonnen. De werken houden stand, wij zullen eeuwen trotseren.

Voor we er erg in hebben breekt het wachten in een duren uit dat zich aan het eeuwige afgemeten weet. Het levensvocht gaat als met oceanen verloren.

Zij dosten zich uit met slingerende kwabben vol bloed. Hun monden leken op puntige gaten. De prognose van de heftigheid van het stuiptrekken van de genodigden bepaalde of ze werden uitverkoren. De spuitende halsslagader gebruikten zij als een verfijnd penseel voor hun vierdimensionale werken. Uit hun schoeisels, zo getuigen de geschriften, groeiden de slijmslangen van het kwaad.

Het zingen ligt ons in de haren geplooid. Het goud is ons onder de vingernagels gespoten. Ons denken klatert als een gletsjerbeek. Het besef is dwingend. Wie niet wordt uitverkoren, wordt kunstenaar.

Wij mergelen ons uit, een leven lang spannen wij ons de spieren tot strakke snaren. Wij versagen niet tot wij ons bij de genodigden geschaard weten.

Stof zijn wij, rond de beenderen ik. Het triomfantelijk gebrul in de gang die ik verlaat, is het gebrul van de genodigden, mijn zegepraal.

Één reactie op “zegepraal”

Geef een reactie