Categorieën
lyriek

Neem een stad, plooi ze open

NEEM EEN STAD , PLOOI ZE OPEN

I
[helicopters vliegen over, geluiden
van een woedende menigte]


Zeefdruk van een werelddeel : ik heb
een vinger in de inkt, leg
hem eruit, verscheur
de vrede op papier. Gedachtengang

waaraan bij benadering nooit een einde
komt. Die Europese teef,
dat stukje in pathetisch gekleurde olie
vereeuwigd vlaggenzwaaiend moederschip,
een met afhangende vleeslappen
neergekwaste nipplegate dat bijna
in al haar schreeuwlelijkheid tot hot item
verhard, galmend in haar holtes van Liberté,
Fraternité en Egalité
, waarin de vuist
van het Verzet veelvuldig met aanzuiggeluiden
ingemurwd, uitgewrongen wordt, zo
wil je die bloedvrouw (komaan, komt
er nog wat van) op haar punt
doen verklonteren : dat het niets

is, wat je wou, hoe stilletjes je
het haar zeggen zou, terwijl op 4 juli
0u.50 stipt het stof van haar netjes
imploderend lijf als een midsteeds a
fgeschreven wolkenkrabber hoogst
professioneel gedynamiteerd door de dochter
van Red Adair door de aanpalende
straten stuift, de genetworkte
camera’s tegemoet: doordraven, langer
dan goed voor je is. Want
wiens krakende stem was het, hoe werd
er gestorven, wie droeg daar de woorden

uit of zei ze niet zelf: Schuw niet
die verbijsterende hemelbreedte
tussen de kramp in je voet
& het spoor op beton

van een slak zonder huis
tot een steenwormpje dood,
als je wil dat ik kom?

Walging en ontzetting
verwekkende wreedheid
leg je de handen op, het schrift
en de mond, een
meer dan beestachtige
incorrectheid die zich meet aan
de Inquisitie, de Rode Khmer of
een spraaktechnologisch geplande
kleine onvolkomenheid
zoals onze vergissing (was het nu Bush
of Blair, de vingertjes krommen)
bv de meedogenloze plof &
vervolgens het krachtdadige
rukken van het hart
uit – oh sorry guys
de joodse mystiek.

Het gruwen daarentegen was haar net zo stevig
aangesnoerd als de riempjes van een neo-prof,
dus je kon het je wel laten afglijden, die huid
en die wrat op je vel.( KLETS zo kletst er plots 10
jaar na datum een jong meisjeslijf als een terminator
uit een lekker rampzalige toekomst
de poëtische bühne op)
Een makkie, jongens, hup maar, niks heeft ze
om aan af te schuren. Oogst met het vet
van de grond & de zegen van pausen
lillend tot hapjes verstrengeld, gebruiksvriendelijk
op je bord gekwakt. Verviervoudigde
kijkcijfers nog voor je de woorden
vantussen de algen kon vissen : leegloop
van kranen, stortvloed van flessen,
klaterend glas in een spiegelplas haat.
Vuur zal het stelpen wel stoppen.

Een lijk struint inmiddels door de duinen, krijst
een meeuw aan dat het béter kan schuimbekken,
snéller plukken, langere dagen kloppen

Is er een wens in je hart, een voorkeur
van vinger, macht in het wit van je lach ?
Wat heet behoedzaam als je vel

toch al openligt ? Kleumt de zon
morgen een klad kleur op je tong ?


II

Strijkers ! & de snaren staan al te springen.
In een uithoek wil zonodig een papperig blondje
met de billen stevig in het zeil gedrukt
een bloederige torso met repen spek beslaan.
Ze weet nochthans best van net nog in de krant
dat er aldus water in de tent belandt.
Luchtafweergeschut ondersteunt haar lijdzaam,
slag op slag, met plukjes licht in de lucht.
Torso in kwestie murmelt kathedraalgezangen, sist
centrifugaal het stof wegweg van de frees,
klappertandt tot het stilvalt, omstuikt
& hits braakt : het ritme zit goed
het tempo is er, de nooddruft &.
beverig begerige hufters schuiven af, schuiven aan,
passen beschikbare titels aan. Doodshoofd
met ambitie heeft een ouwe Messerschmidt
bemand & hakt met beleidsfehige precisie
hier en daar een rijtje halfmidden. Dit soort
meesterschap verwerf je niet zomaar, vereist
een

Barst. Breekpunt plots in een brei
reikhalzende reisreportages : het
Wicht is er, twee gibberende heksen
ondersteunen haar vleugels, een dwerg
dwingt met moeite haar slagstaart
de grond af. Krëfel Krapunzel stormt
uit de boxen met een oude lachslang
over de val van de muur. Een zweetzak
parelt uit de nok omlaag met de vraag
Was het nu rood of blauw ? Sluiers

buikdansen het antwoord en de tent
omtploft. Feilloze wakslag, die schijf.

Ik ben er weer, plots, want ik voel mijn buik
zich bedenken : stroom is niet
éénieder gegund, er wordt in verdere
steden nog verdeling gepredikt : twee
maten, twee dagen, een duizendtal
driemasters om het plat van de aarde
te besnijden. Kommer & kwel,
uiteraard, maar dit soort hardnekkigheid
krijg je de kop niet ingedrukt. Zwelg
wat je wil, een lijflied blijft kleven.

Klok in je keel, hand op je hals :
waar eindigt mijn hand, waar start
het gebaar ? Zie je de handen branden
achter de randen van mijn handen?
Verlang toch niet zo, buitenbeeld waggelt
als immer de tovenaar, wijst met zijn stok
naar het woord in je haar, vraagt of je nog vonkt,
al vult de wereld zich vol met de geur
nu je brandt. Straalt nog effen je oog

op het bot van dit mes, pit op het blauw
in de vlam rond je hoofd, tik op je rug
die zich kromt nu ik lik in mijn hand ?


III

Neem een stad. Plooi ze open. Hangt
er een peertje naakt in een cel te gloeien?
Zeg ik teveel als ik om het uur een kom
rozig water door een sjofele sprinkhaan
in de sterfput laat ledigen?
Plooi ze weer dicht.
Vraag dan verder ook maar niet meer
naar wat niet het geval is. Krijgen
doe je mij toch niet.

In- of ex-, wat maakt het uit : de laatste
golven ebben weg, verstrooien de asse
in de bak voor mijn neus tot een vorm
van gelegenheidsvisioen. Kijk,
daar heb je haar weer, onweerlegbaar.
Een berg stormt ze af. Zo snel als ze kan,
om de beweging daarin niet te voelen.
Beetje zoals ik doe als ik wekenlang
stokstijf het draaien van de zon
rond mijn hoofd sta te ontkennen.
Beneden gekomen wenkt ze wulps
naar iemand die bleef bovenstaan :
zie je nu wel, hoe makkelijk dat was ?
Geen reactie. Trekt de stof tot een strik
op haar borst : kom je dan niet ? Geen kik.
Ze gaat weg, bergt haar rug in de kast
van dit land. Bovenaan haakt de man
zijn armen uit het kruis & zet de hemel
aan tot spoed, voornamelijk omdat hij dat
elke dag zo doet. Het vervolg laat zich raden :
hij daalt & met hem de massa kreunenden
onder hem. Al die onzin is
& blijft teveel voor een man alleen.

Geef een reactie