Categorieën
MOROSE

als we sterven zijn we van alles verlost

dat alles van ons verlost is dan, daarvan vang ik dagelijks de zuchten van opluchting luid en duidelijk. vooral de kakkerlakken zijn al volop feestjes aan het plannen met blacklights op de schubben der rottende sardientjes enzo.

maar van de doden hoor ik nooit wat, en zeker geen hoera-geroep. van de ja-nee vragen waarop we het antwoord vooralsnog niet kunnen kennen, kunnen we enkel proberen  een ‘redelijk’ waarschijnlijkheidspercentage in te schatten, en in de Prognose van de NKdeE ligt de kans op ‘verlossing’ door de dood bij in de prullenmand van alles wat te mooi is om waar te zijn. 

maar bon, wij gunnen iedereen graag het comfort van hun geloof, dus aan het zuivere nihilistische denken van de ideologie van het Zijn zonder godsfunctie, het Post-Moderne Vlot van het Zijn, (haastig in elkaar getimmerd toen het fregat door Derrida con suis werd getorpedeerd en  roemloos in de dieperik verdween- elke keer schiet uw schoen weer door de planken, en vind die dan nog maar terug) weze ook deze fantasmagorie gegund.
 

de NKdeE hanteert nog een derde ‘dogma’- ik wist dat ik weer iets vergeten was 😉- en dat is de Wet van het Behoud van Informatie.
die Wet is vooralsnog 1 groot mysterie, terwijl het wel duidelijk is wat ze zegt. ze zegt dat als je uit data informatie haalt, je die er nooit meer uit krijgt. informatie legt een vouw in het dataverloop, dus elke keer als je soortgelijke data (meetresultaten) hebt zullen die langs die informatieve vouw verlopen tot je een andere vouw maakt, maar je kan de vouw nooit ontvouwen en elke ‘andere’ vouw wordt gekleurd door de eerste want ze is er een recursie van.

de bewijzen voor die Wet zijn al even raadselachtig als de Wet zelf. er zijn er twee, allebei, zoals bij de Godsbewijzen vroeger ‘ex negativo’:

1. als de kat dood is in de zak, kan je haar niet meer in leven redeneren (je hebt in de zak gekeken). 

2. soep kan je niet meer ont-koken (de data zijn het resultaat van metingen die de gebeurlijke data vernietigen, rasteren in het informatie Veld. de data zelf zijn door de ‘lezing’ herschreven maar ze hebben ook nooit ‘bestaan’, hun ‘zijn’ is een illusie die momenteel versterkt wordt door de metafoor van het ‘bewaren’ van ‘bestanden’. maar zo’n bestand gebeurt niet zoals de data zelf gebeurden, namelijk als een netwerk van co-ordinaten, de resultante van de immer meer verfijnde meting van een gebeuren dat je nooit meer exact kan herhalen.

erbarme dich

een voorbeeld kan veel verduidelijken.
een violist speelt ‘Erbarme Dich’ in een kaal kamertje met een micro in.

de micro vangt de geluidsgolven en zet die om in elektropulsen, een frequentiesplitter verdeelt die de in 8,16, tegenwoordig al 32 eenheden van de vooraf bepaalde frequentieschaal en dan is het coderen maar een kwestie van de 1tjes en de nulletjes op de juiste plaats te krijgen. je kan het bestand wel ‘afspelen’, een frequentie ‘opteller’ telt de boel dan weer samen en stuurt dat naar de luidspreker, maar daarmee speelt de violist niet opnieuw. 

de data van het vioolspel zijn gemaakt door de micro en alles wat daarna gebeurt, het terug omzetten daarvan creëert nog geen herhaling van de violist in dat kale kamertje want dan zou heel het universum zich moeten herhalen.

O, mocht dat ooit gebeuren, mocht één of andere nihilist er ooit in slagen om de miniemste herhaling in het Gebeuren te introduceren, dan krijg je hetzelfde als wanneer je een midi output signaal aansluit op de input van het systeem: pats boem, game over.

je zou er een prijskamp voor willen uitschrijven. wie er in slaagt om die violist met zijn kale kamer in een bestand te krijgen en er weer uit, mag van mij zelf op de resetknop komen duwen.

maar bon, soit, ja selbstverstendlich, liefste zweethard, soyons serieux : de goedige mens wil en zal alles kwalificeren, dus ‘informatie’ moet en zal ‘goed’ zijn en die oncontroleerbare data vormen bedreigingen voor onze ‘privacy’ dus die zijn ‘slecht’. zoals ‘groei’ altijd ‘goed’ is en ‘verval’ altijd slecht.

geen enkel stukje informatie heeft men ooit kunnen betrappen op enige ‘slechtheid’. en Facebook is redelijk tot behoorlijk goed in het exploiteren van onze data (Google gaat het beter doen1vanaf 2024 schat ik, en dat gaat weer ferm op het gaspedaal van het Cataclysme duwen want een FB dat echt goed werkt is honderdmaal erger dan de huidige ramp., denken ze daar, en ze hebben nog gelijk ook want de huidige programmatie van FB is een ramp die de ramp van haar fundamenten wil ontdoen, maar dat gaat natuurlijk niet meer).

d’r zit daar een tragische paradox in: wij hechten alle belang aan ons geheugen want daardoor stromen de enige ritmes van info die een duur lijken te hebben die de unieke duur (Artaud) transcenderen kan.
we beleven in feite niet het nu maar het net gepasseerde, het nu is een limiet die misschien enkel voorbehouden is voor de mediterende Wijze die ‘het’ bereiken kan.

maar de machine waarop dat nostalgische bewustzijn ‘draait’, de werking van ons vlees (dat is niet hetzelfde als het bedachte ‘lichaam’, het is het fameuze Corps Sans Organes van de Deleuze-Artaud) is nou eenmaal een vernietigingsmachine die uit fysieke zwakte gedwongen wordt om data om te zetten (een Fourier-variant) in (talige) informatie en die informatie via communicatie ervan in energie (voedsel, opwinding die volstaat voor de copulatie, landbouw,  etc).

de zon tolereert ons omdat wij branden waar haar stralen niet kunnen stoken.

een groot deel van wat wij onszelf wijsmaken in onze dualistische geesten omtrent ‘goed’ en ‘kwaad’ van die I/O die het vooral niet nodig heeft om aldus gekwalificeerd te worden om haar te kunnen verklaren. voedsel is goed en lekker, kak is slecht en vies. maar de laag aarde op onze aarde die wij zo verheerlijken in onze natuurgezangen is kak van de miljoenen organismen die haar hebben bevolkt en voortduren ‘harde’ materie omgezet hebben in het ‘verteerbare’.

proef maar.

en het is die ongekwalificeerde verklaring net die we nodig hebben om de nodige inzichten te bereiken die ons alsnog in staat zouden kunnen stellen om onszelf weer een toekomst te bezorgen.
want om de mens te redden moet je inhumaan denken, anders verergeren de besluiten gewoon de afgang. 

bidden met de moed der wanhoop / de morose Liefde

ik durf daar niet op hopen, maar ik bid er soms wel voor, dat wij daar ooit toe in staat zouden zijn, want ik voel constant de moed der wanhoop en dat is een wreed gevaarlijk symptoom van mijn morose dat mij al herhaaldelijk de grootste miserie heeft bezorgd.

de Moed der Wanhoop is immers helemaal geen ‘moed’ of ‘heldhaftigheid’ maar een totale, abjecte onverschilligheid omtrent alles wat er jou nog te gebeuren staat.
het is zoals die andere modelpatient Antonin Artaud het zo treffend verwoord in zijn Fragmenten uit een Dagboek van de Hel: niets dat niet het Vlees van de moroticus raakt, raakt hem echt. 

als je dat soort onverschilligheid t.o.v. jouw ‘zelf’ ervaart, ben je natuurlijk ook niet meer in staat tot een normaal niveau van receptiviteit voor de emoties van de ander. jouw empathie schiet alle kanten op, en meestal richting ridicule extremen.

in deze gedaante lijkt de morose veelal op een uiterst blinde vorm van verliefdheid, een zich ten koste van zichzelf willen verliezen in de ander.
een bijzonder wansmakelijk schouwspel, dus.

de morose Liefde druipt overal van de schermen. het is het soort liefde dat je voelt als je zegt dat je van vis houdt.

als je bevangen wordt door de Moed der Wanhoop doe je ook de gekste dingen met vaak vreselijke gevolgen voor jezelf, en wat erger is, voor anderen, die nog niet zo ver zitten in het ziekteverloop.

vanwege de eigen conditie, bijvoorbeeld, kom je er niet meer toe te begrijpen dat de ander nog enige emotie voelt bij je analyse van de liefde, de vriendschap, de walging, de haat. je kan bij de onvermijdelijke dissociatieve instorting  al die emoties die aan die concepten kleven niet alleen naar believen ervaren, je kan ze ook  zo zien gebeuren dat het vertoon je één grote groteske is geworden.

je staat, Artaud weer –  geheel naast het leven.

en excuses achteraf aan de slachtoffers die je nietsvermoedend maakt, hebben geen zin want alleen jij kan zien hoe dood en door en door ziek je eigenlijk bent. hoe je lacherig en  wanhopig naar een uitweg zoekt, dag en nacht, dromend en wakend met de heftigheid van een geklemde wolf die zijn eigen poot zal afbijten om uit de klem te raken.

in een hotelkamer, meestal. of een goedkoop appartementje dat je niet warm krijgt zonder je nog armer te stoken dan je al bent.

maar val daar aub de ander niet mee lastig, denk ik dan.

je ontneemt zo die kindjes vaak hun laatste uren onschuldige levensvreugde nog. en patiënten met een hoge narcisme-score ga je vaak de ander systematisch zien vernederen vanuit een volslagen indifferent genot in de ‘schoonheid’ van de verwording van de ander. zo wil je toch ook niet worden, een speelbal van je eigen sadisme?

de windhaan

voor de collega’s die zich in dit schrijven herkennen toch wat goede raad van mij als ervaringsdeskundige.

vergeet, hooggeleerde en diklagig met eigen lof ingesmeerde confrater, misschien ff je literair gecultiveerde status van haantje de voorste en volg een opleiding tot ordinaire windhaan.

vraag ook niet om medelijden, want dat medelijden zal je enkel willen vernederen.
sluit jezelf op. ga in quarantaine.
er druipt paars gif uit je bek als je praat.

maar hou dan ook meteen en wel onmiddellijk  op met jezelf zo te veroordelen, want ook daar schiet niemand wat mee op.

want ook de uitzonderlijkheid van jouw verhaal, het uniele van jouw lijden is een illusie. de morose heeft op dit ogenblik waarschijnlijk al net zo veel mensen in zijn greep als dat virusje met de Grote Heisa. die collega-sukkels zitten misschien niet zo ver als jij in het Verloop, maar dat betekent enkel dat jij eerst voor de bijl gaat en die andere gelukzak het nog wat jaren meer mag uitzingen.

zwijg, denk, zoek en bouw een oplossing.

maar hou eerst en vooral je basics in het oog. volg een regime met voldoende slaap, eten en beweging. benut elke kans op sensueel contact want enkel dat geeft jouw vlees weer zin om verder te gaan op deze martelgang.

gebruik die faliekante Moed van je, maar ga uiterst omzichtig te werk omdat emoties de basis zijn van elke kennisverwerving en de jouwe draaien alle kanten op als een windhaan. leer te leven als de windhaan tot wie je verworden bent, aanvaard de vernedering van het falen als de wijze les van het Vlees.

want niets van wat je vroeger bedenken kon om je zelfbeeld aan te zwangelen werkt nog vanzelf, je moet het manueel aanzwengelen.
telkens weer opnieuw.

vandaar die onaflatende vermoeidheid. het gebrelk aan klaarte, aan ruimte, aan verpozing. nooit enige rust in de dictatuur van de Morose.

want waar ga je in deze hertekende configuratie in hemelsnaam nog de plakkertjes ‘goed’ en ‘kwaad’ plakken? en waarom? en voor wie?

wij mensen zijn niet goed of slecht, we zijn allemaal even ‘erg’.

en zolang we dat niet publiekelijk kunnen aanvaarden, zal het alleen maar erger worden.
wat het dan ook doet.

https://www.youtube.com/watch?v=0UM0IJ9H360

Noten[+]

Categorieën
Kathedraalse Leer propaganda Proza

te gek

  • maar meneer, u zegt dat de cijfers u zeggen dat onze soort geen toekomst meer heeft, maar die cijfers gaan over 2050, 2100, 2214, …
    ondertussen vinden wij voor alles wel een oplossing, toch? kijk hoe snel het allemaal gaat…u denkt doem, meneer!
  • ja dat zeiden ze in 1978 ook, ik hoor hen het nog zeggen: in 2020? boh, dan vliegen we naar Mars, dan leven we allemaal honderden jaren en niemand hoeft er nog te werken.
    en waar zitten we in 2021?

er is niets veranderd.
wat er veranderd is aan de cijfers, is vele, vele malen verergerd.
elk jaar zijn sindsdien de eindtijden dichter gekropen, met sprongen, telkens als de diagnose scherper kon worden gesteld. ook dat proces versnelt.

ik kan alleen maar besluiten dat het, zonder een omslag in die tendens, gewoon blijft verergeren. ik besluit niet dat het onvermijdelijk is, dat laten de huidige cijfers mij niet toe, integendeel: er is nog een beetje tijd om het volgende point of no return te vermijden. ik besluit enkel dat er behoudens verandering, geen toekomst meer is voor de anderen om te doen wat ik nu zo graag doe: leven.

en alles wat ik graag doe in dit leven, is kennis geven aan de ander en delen wat ik be-leef, nieuwe gewoontes bedenken die wel nog kunnen werken.

maar er veranderd niets.
totaal n i e t s.
de voorspelde doden sterven braafjes op tijd.
want onze prognoses worden alsmaar beter. hoera!

en toch passeerden we er al zoveel.
van die P.o.R’s. onze ribben, zien blauw van al dat gepor van de doden.
en bij elke POR komt er weer een nulletje bij in het aantal doden dat had kunnen vermeden worden.
en we blijven dat doen.

tja.


ergo: er is momenteel op 26/11/2021 om 14:25 0,00000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000000314% kans op een toekomst voor de menselijke soort.

vanaf welk cijfer na de komma was er iets weer wetenschappelijk een ‘feit’?
ik weet dat zulks een dynamisch gegeven is, maar ongeveer, zo, het scheelt niet op een nulletje.

de Gignomenologie van de NKdeE is nog geen wetenschap, maar wil dat wel graag worden. de regel ‘als het goed is voor de wetenschap, dan is het goed voor de NKdeE’ werkt enkel in die richting.

dus de wetenschap zou dit feit uit eigen beweging moeten aanvaarden en leren hanteren. maar dat zal nooit gebeuren. want het feit op zich veranderd echt wel één en ander in je denkgewoontes, in je denktrant als die gebaseerd is op een onwankelbaar geloof in het Zijn en de Dingen.

die denktrant, de enige die men kent, blijkbaar, klopt dan niet meer.
je krijgt het niet meer bij elkaar.
het wèrkt gewoon niet meer.
want binnen het Zijn, kàn dit gewoon niet.

want elk Zijn is Goed en Eeuwig.
per definitie. anders is het Niets.
een fatal error.

en toch gebeurt het.
te gek.

de propaganda van de NKdeE is er in principe op gericht om in volgorde van prioriteit en binnen onze mogelijkheden.

  1. in de Afloop het levenscomfort van de Vervloekten te verhogen.
  2. pogingen om de einddatum van de Afwezige Toekomst te verschuiven richting 22ste eeuw ( het bekomen van Uitstel) te ondersteunen.

In de Praktijk van de Gignomenologie (de theorie ervan wordt slechts uitgeschreven waar dat nuttig is, omdat die theorie af te leiden is uit de exemplarische praktijk) hebben we weinig tot geen middelen om aan punt 2 te werken, we zijn daar te loemp, te zot en te arm voor.

in de praktijk heeft de NKdeE u dus enkel wat troost te bieden bij het aanschouwen van de feiten.
sorry è

Categorieën
Grafiek Kathedraalse Leer propaganda

te gewoon

kennis is een mentale gewoonte.
fietsen is een fysieke gewoonte.
fysieke gewoontes verhogen het fysieke comfort (gezondheid).
mentale gewoontes verhogen het mentale comfort (gezondheid).

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden, langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

functioneel heeft de mens die mentale gewoontes nodig.
zonder mentale gewoontes stort heel het informatiesysteem van het individu in.
dus alles in onze lijven, in ons aggregaat van Vlees en Geest, is er op gericht om die gewoontes aan te maken, te testen en, letterlijk, in te lijven.
die productie veroorzaakt stress, maar die stress is onvermijdelijk en wordt beloond (het aaaah-gevoel als je je iets meester hebt gemaakt) met een verhoging van het comfort. we leren het onze kinderen aan om die stress te verdragen (ver-dragen: pijn wordt genot, naar de toekomst gedragen).

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet WAT die zijn, maar HOE die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

in onze huidige samenlevingen – niet wat die zijn, maar hoe die gebeuren – wordt het je onmogelijk gemaakt om nog enige mentale gewoonte in stand te houden langer dan benodigd om ze als comfortfunctie in werking te laten treden.

  • vroeg of laat stort elk individueel mentaal systeem in als het zich in deze samenstervingen (zo gebeuren ze, men kan enkel nog overleven) wil in stand houden.
  • Covid verstrekt en versnelt bestaande tendenzen.
  • alles wat we onze kinderen aanleren is nutteloos, want onze gewoontes werken al lang niet meer
  • alles wat we onze kinderen aanleren is zinloos want de cijfers van vandaag zeggen ons dat er geen toekomst is voor deze soort.

YAYA

het is allemaal veel te gewoon om te begrijpen.

de propaganda van de NKdeE is er in principe op gericht om in volgorde van prioriteit en binnen onze mogelijkheden.

  1. in de Afloop het levenscomfort van de Vervloekten te verhogen.
  2. pogingen om de einddatum van de Afwezige Toekomst te verschuiven richting 22ste eeuw ( het bekomen van Uitstel) te ondersteunen.

In de Praktijk van de Gignomenologie (de theorie ervan wordt slechts uitgeschreven waar dat nuttig is, omdat die theorie af te leiden is uit de exemplarische praktijk) hebben we weinig tot geen middelen om aan punt 2 te werken, we zijn daar te loemp, te zot en te arm voor.

in de praktijk heeft de NKdeE u dus enkel wat troost te bieden bij het aanschouwen van de feiten.
sorry è

Categorieën
creativiteit en waanzin Kathedraalse Leer Lopende zaken Walg & Rot

de haan kraait

een voorpublicatie uit “MOROSE/ DE ANDERE KANT VAN DE AARDE“, een experiment in gedeeld schrijven van Adriána Kóbor en mijzelf.

het is ochtend, ik ben hier en de haan kraait. 

(aan de andere kant van de aarde is het nacht — ik ben hier en niet daar / de haan slaapt –)

de haan maakt er mij opmerkzaam op dat het ochtend is. maakte. 

ik schrijf ’s nachts, de laatste tijd. dan heb je minder stoorsels van het luidruchtige braken van de FB exploitatie-machine.
ik vind de nodige initiële rust dan, een huzarenstuk voor het onophoudelijke verscheurde en verscheurende woelen in mij.

maar van zodra ik aan deze materie begin word ik ingesloten, gevangen, beklemd door de urgentie, de angst die geen angst meer is maar een emotieloze  vaststelling dat er iets zou moeten ondernomen worden en dat er tezelfdertijd hoegenaamd niets kan ondernomen worden dat iets op een decisieve wijze vermag te verhelpen aan de toestand waarin ik mij bevind.

een persoonlijke toestand die analoog is met mijn status van ‘mens’, mijn ‘zijn’ als bedreigde diersoort.

want volgens de op alle denkbare wijzen aanvechtbare prognosis van de NKdeE zitten wij, mensen, met zijn allen gevangen in een programma dat in een rotvaart afstevent op een ‘apocalyps’, een ‘extinction level event’ in hollywood-taal, maar het gegeven van deze ‘apocalyps’ is veel complexer en ook weer veel eenvoudiger dan de eng-humanistische visie die de media er op projecteren. helemaal zeker kan ik niet zijn, maar ik betwijfel sterk dat u aan hetzelfde denkt als ik bij het horen of lezen van dat woord.
de verklaring daarvan volgt elders in dit document.

een kenbaar gemaakt feit is alvast dit: ik slaag er privé niet meer in om van mijn rookverslaving af te raken, dus ook ik steven af op een ondergang met vooruitgeschoven datum. tot in 2020 zou ik nog 92 worden, nu lijkt het eerder op iets in de 60, met wat geluk haal ik 70 nog.

maar hou de André Gaillard in u toch maar even stil nog: spreek mij niet van narcisme. van de talloze mentale stoornissen in mijn geestesleven is het narcisme maar een marginaal straaltje, het loopt er ergens verloren tussendoor en het infantiele gebral ervan wordt door de vele verslavingen gemakkelijk gesust.
dit, om maar te zeggen dat ik verder geen enkel verband wil leggen tussen mijn persoonlijke zielige afgang en het Apocalyptisch gedachtengoed, een materie waar ik overigens echt nog maar een onbeduidend akolietje ben, een wulpse novice. wees gerust: het is dus niet omdat ik eraan moet, dat het met jullie ook maar gedaan moet zijn.


was het dat maar, een paar pilletjes, wat empathie-therapie en het was opgelost. het is veel en veel erger dan dat. elke keer, zo merk ik, als ik aan iemand de uitleg in één van mijn mondelinge betogen aan een argeloos nieuw slachtoffer doe, valt er een mond open. lees ik de ontzetting af in het gelaat van de ongelukkige die mij aanhoort. ik krijg allengs meer en meer de neiging om te zwijgen, maar de drang tot praten wint het helaas altijd.

maar goed, daarover gaat het nu en hier nog niet. ik poog u hier enige modaliteiten van mijn Morose-onderzoek te verduidelijken. omdat ik zo onbescheiden men te menen dat het u allen aanbelangt, en op een vrij directe manier nog wel. dit stukje gaat o.a. over Artaud, euthanasie en, het kon niet uitblijven Covid.

aldus.

ik gebruik en misbruik enkel de rijke schat aan negatieve gevoelens die de gedachte aan dat persoonlijke falen en de nakende dood in mij oproepen om een natuurgetrouw beeld te krijgen van de psychische stoornis die ik ‘morose’ heb gedoopt, de halve titel van deze tekst.
ik ben de bedenker van de diagnose en meteen de eerste levende  modelpatiënt bij wie de ziekte werd vastgesteld. maar we zullen sporen van Morosis (de latijnse naam) terugvinden tot bij de banneling Ovidius of zelfs nog verder terug in de tijd. 

het dv-appje in een zeikstoornis met de verontwaardigde reactie van de geheel ongewild bezekene, 2023

nu, klein locaal probleem nog: in het Neo-Kathedraalse denken is een Stoornis een term uit onze Werktuigkunde (de Anke Veld Wiki met een oberzicht van NKdeE terminologie is helaas nog niet opnieuw beschikbaar, er wordt aan gewerkt).
een NKdeE Stoornis  is iets waar je in kruipt, een nis in de muur waar je je verstopt en wacht tot het Moment van de Storing er is, en dan verstoor je de openbare orde op een van de beschikbare legale maar bijzonder efficiënte Stoorprogramma’s, maar die moet ik nog compileren uit de  beschikbare Fluxus performances en wat ik aan derivaten daarvan op You Tube vind..

maar bon, daar vind ik nog wel wat op. had ik het zelf niet vermeld, er zou geen haan naar gekraaid hebben.

elke afwijking is voor ons, en da’s een basisles, een grondbesef in de educatie van de NKdeE, dan ook een talent. die Greta is de Greta omdat ze getalenteerd is met autisme. maar de morosis is eerder het soort Stoornis van een zelfmoordcommando, want met de morose-aandoening valt niet te leven, het is een matig tot ondraaglijk  lijden waaraan je uiteindelijk sterft.

het spreekt dat we bij de analyze van de morose ons in de eerste plaats zullen richten op een mogelijke genezing ervan, maar voorlopig wijzen al onze indicatoren er op dat de ziekte terminaal is en dat er derhalve enkel palliatieve zorg kan worden verleend. 

vandaar dat er vanaf  onze eerste zorgen voor patiënt 0 1 de voorbeeld patiënt, ik dus, met verslavingen aan schrijven, aan tabak, aan seks (gefantaseerd veelal), koffie, chocolade en nog wat dingen, ik wil daar uit schaamte liever niet over uitweiden. voor het onderzoek hebben die hoedanigheden, die palliatieve methodes totaal geen relevantie. bij Artaud was het laudanum, het had net zo goed (en natuurlijk helemaal niet) wat anders kunnen zijn.en in functie van diens verslavingen het levenscomfort en de beperking van het lijden steeds de prioriteit hebben gekregen. de manier waarop het huidige euthanasiedebat gevoerd wordt zint ons niet bijster: ik zou liever zien dat er eerst in functie van de kwaliteit van het leven gedacht wordt, op het vergroten van het levenscomfort voor de bejaarden en vooral ook voor de mentaal lijdenden,  dan het huidige vertoon, dat voor mij nu heel die debatzone doet mijden met de mij ondertussen vertrouwde walging:  de ronduit perverse manier, namelijk,  waarop nu de roep weerklinkt om de apathie van het leven der talloze ondoden met een karrevracht aan medicijnen te rekken, eerst om het zolang mogelijk productief te houden, en daarna in de Verdiende Rust  tot zo dicht mogelijk bij het overlijden, waarna er dan nauwlettend moet worden op toegezien dat er geen prikje van het immense lijden van het vlees en de ziel onder die constante marteling kan doordringen tot het met vette speklagen van het Zijn omzwachtelde ‘bewustzijn’.

onze Verdiende Rust mag immers vooral niet de Hemel der Loosers worden.

Loosers? oei, excuus en pardon, meneer de geprivilegieerde die het kan betalen om zijn ouders te laten behandelen zoals het ons betaamt – euh, ik zal het maar nog’s extra inwikkelen voor de radicale nihilisten2 wij zijn allemaal gematigd nihilist: we geloven nergens in maar als het wat opbrengt doen we enthousiast alsof onder u en zeggen: zou behoren te betamen – voor velen onder u zijn dat helaas en zeer tegen uw wil in uw ouders of grootouders, want het gaat gewoon niet anders: als je zelf nog productief bent, krijg je daar absoluut de tijd niet voor, dat wordt nergens gefaciliteerd. en als je dat niet meer bent, heb je wel die Rust verdient, toch? en niet die druipende koek aan de billen van mama?)

dus nee, voor ons niet die rijstpap half naast de mond gekwakt door de onderbetaalde verzorger uit Pakistan die een nog strakker werkregime voorgeschoteld krijgt dan zijn landgenoten in het nachtelijke Amazon-werkkamp naast het ziekenhuis. “geef mij maar een spuitje als ik het niet meer kan” zegt de Onversaagde Vlaming heel zijn leven lang.

tot de dag dat het niet meer zo goed gaat en men in de vicieuze cirkels van de medicatie belandt, tot men zich langzaam maar zeker van alle bezieling door het vlees laat ontdoen, en men geheel opstijgt tot het Glorieuze Lichaam zonder al die Drap van de  Organen dat zo lang het nog kan voortsjokt van museum naar colloseum, van cruise naar kruis en van hot naar haar dat uitvalt, want lap, nu heb je daar weer een tumor.

en heel de inhoud, het wiebelen in de breinen rond het woord ‘gezondheid’ wordt bij Algemeen Maatschappelijke Consensus in die zin afgetapt uit een hyper-gecondenseerde versie van dat vage, onuitspreekbare  wiebelen en begint dan, zwaar onder de indruk van de hoeveelheid van het gewonnen vocht, besluiten uit te vaardigen die selectief producten viseert die schadelijk zouden zijn voor die ‘gezondheid’.

aja, want als je rookt haal je het Elysium van de Medicinaal Ondersteunde Verdiende Rust niet. nu, als je nu nog rookt, ben je allicht weer zo’n marginale zwakkeling. eentje die het niet kan laten, en dus ook niet het karakter heeft, benodigd voor de Productie.

“tja: eigen schuld dikke bult è, al die verslaafden”
. zelf is de spreker dan verslaafd aan consumptie, aan macht, aan zichzelf en het Grote Zijn daarvan, maar ook zijn complete afhankelijkheid aan de kist vol medicijnen in zijn aftakeljaren brengen hem niet tot andere inzichten, medicijnen die stuk voor stuk enorme mentale bijwerkingen hebben, om van het constante schroeien van al die hete rasters op en door het vlees maar te zwijgen.

want dat is nu eenmaal de ‘waarheid’ die Antonin Artaud ontdekte, een waarheid die hij aan den lijve ondervond en die ik vermag te beamen omdat ik ze ook voel: de ideologie van het Zijn zoals zij in nagenoeg alle talen verweven zit wil ons doen geloven dat wij over een existerend Hoger Zelf beschikken, een Zelf dat voortdurend naar het Goede streeft, een ik dat het verdient om een ‘menswaardige dood’ te sterven, en dat als er ergens over ‘ziel’ gesproken wordt, men die ziel daarmee dient te identificeren, en hoe het daarmee afloopt, ja dat weten we nu nog niet, maar straks allicht wel en oja we worden toch gewoon allemaal écht onsterfelijk? misschien zijn wij wel de laatsten die nog moeten sterven! wat een opoffering van ons!

want de naïef-kinderlijke illusie van de onsterfelijkheid moet tot op de laatste nanoseconde voorzien zijn van de nodige ‘suspension of disbelieve’. dat werkte ook behoorlijk goed. tot in maart 2020. toen was het plots uit met het fabeltje en was het alle hens aan dek. vooral voor de kraaiende gewoontehanen 3‘de gewoontehaan’ is een bedenksel van collega Kóbor eerder in de tekst dan.

de ‘waarheid’ is in de meeste gevallen iets waar je niet mee kan leven. de waarheid in deze context en geheel binnen de ‘verstaanbaarheid’ van het ontologisch denken is dat de Ziel het vlees is.

“de DOEM van het Vlees in het Handige Lichaam”, NKdeE 2021

de Ziel is het woeden van de zon in uw Vlees. niet in dat bedachte ‘lichaam’ van u dat u met elke denkbeweging, work-out of Pilates-sessie  richting genot poogt te sturen, want zo werkt het ‘bewustzijn’ nu eenmaal, zo gebeurt het denken vanuit dat ‘lichaam’ en dat kan enkel dankzij de voortdurende negatie van de ‘realiteit’ van het vlees, van de woeker van het leven.
de Ziel is het Licht dat zich uitdrukt in de duisternis van uw vlees dat u nooit bezitten zal.
de Ziel is de entropie waarvan de negentropie van uw lijf de expressie is.
de Ziel is de Vreemde, de Alien die bij de vonk van uw conceptie uw vlees initieerde, als een fallische glibberworm in uw nog virtuele mond kroop, er zich nestelde, zich meester maakte van heel de groei ervan, celdeling na celdeling. en die zich dieper en dieper begon te verbergen naarmate de navelstreng de epigenetische data van de moeder downloadde.
want de Ziel bestaat niet. zij maakt geen deel uit van het Zijn. zij schuwt elk ‘bewustzijn’ want elk bewustzijn van de ziel bestaat louter uit foutmeldingen, blauwe schermen. de Ziel is niet berekenbaar en toch bepaalt zij alles en niets.
want de Ziel ‘is’ niet, zij gebeurt.

en zij gebeurt daar waar het voor elk ‘ego’ elk ‘zelf’ daadwerkelijk levensgevaarlijk is om te vertoeven. 
als je, bij wijze van effectieve analogie 4nog ezo’n NKdeE-vinding: een analogie is effectief en dus niet metonymisch of metaforisch zoals de analogie in een ‘gewone’ vergelijking: de beweging is identiek in een verschillend Veld, ze wordt net eender gemaakt door vermeend object x in Veld Y als door vermeend object a in Veld B, de datastromen  van de Ziel rechtstreeks toegang tot het gebeuren  van het bewustzijn zou geven, dat doe je hetzelfde als de output van een machine die zich uitdrukt door middel van het MIDI-protocol voor datatransmissie als input in diezelfde machine in te brengen.

oeps, ‘t is kapot.

en zo gebeuren dus ook alle trauma’s: de Vlezige Ziel brandt door in het ‘hogere’ 5gedegenereerde dus, volgens de Rotleer van mijn kerk, het reultaat van een devolutie vanuit het animale want de NKdeE draait de verdoken ideologische kwalificatie van de ‘evolutie’ in het pseudo-wetenschappelijke evolutionisme helemaal om, als bewuste saneringspropaganda. de wetenschappers zelf die zich echt met de evolutieleer bezig houden weten wel beter dan hun bevindingen te laten inkleuren door sentimenten denken en maakt er alles onklaar, richt er verwoestingen aan. de ‘gebeurtenis’ is voor het slachtoffer niet meer te harden, de pijn schiet door tot in de ziel, zo zeggen we het ook, maar die goedige ziel slaat meteen keihard terug en schakelt alles in het bewustzijn dat de pijn veroorzaakt op bijzonder virulente wijze uit. de bijl erin. het gaat in messen en flitsen door je heen, en het net nog triomferende Zelf wordt ogenblikkelijk herleid tot een meelijwekkende behoeftige.

en zoiets lijkt ons ook te bedreigen als het hele bedachte en in de vorige generaties nog zo vlekkeloos werkende appje van het talige Zijn onder de voortdurend opgevoerden eisen eraan terecht komt in de plaag van de burn-out, en het langzaam maar zeker alom begint te begeven. 

het is langs die lijnen dat ik hier het concept van de Morose wil opbouwen: de Morose als bij uitstek de mentale aandoening van deze tijd, de Morose als teken van de instorting van het Zijn die overal rondom ons en vooral ook in ons plaatsgrijpt. het besef van de waarheid van het vlees. een besef dat meteen elke notie van ‘humaniteit’ onmogelijk maakt, de bruikbaarheid van het concept herleid tot een stinkende vuile pleister op de wonde die het besef veroorzaakt.

maar dat willen we niet geweten hebben. we slagen er zelfs niet in om op bijna twee jaar tijd  een enigszins rationeel beleid te voeren dat de gevolgen van een onnozel virusje tot in het acceptabele kan brengen omdat er op geen moment nog een actief aanvoelen van de sterfelijkheid aanwezig is in het verheerlijkte lichaam, en wij dus niet langer vanuit die zekerheid handelen, maar ook de zwaksten onder ons nog kunnen en moeten ‘redden’ van het virus, en dat ten koste van het immense lijden van 1 op 1500 van ons die erdoor getroffen werden en dienden te overlijden in veelal de meest gruwelijke omstandigheden temidden der tot machteloosheid herleidde zorgverleners waaraan we enkel met witte handdoeken en balkonapplausjes dachten vóór ze eraan moesten beginnen en toen het menens werd op geen enkel moment met daadwerkelijk ondersteuning in de vorm van een degelijke en blijvende versterking van de capaciteit die ons ettelijke miljarden minder aan ‘economische ‘ schade zou gekost hebben en nog steeds kost.

een permanente versterking van de zorg want dit virusje is slechts de voorbode van een hele zwerm van die ondingen, dat is zo zeker als dat de zon morgen opkomt want  zolang we niks doen aan de oorzaak ervan, aan de overbevolking die maakt dat de gastdieren voor de ontwikkeling  van die sappig ogende  kroonstempeltjes in de voedselkringen terechtkomen, aan het hele cataclysme dat wij reduceren tot het woordje ‘klimaatcrisis’. zolang daar niks aan verandert zullen de gevolgen er blijven.

en er verandert niets. hoegenaamd niets.

ik zou het nog enigszins begrijpen, mocht men dergelijke kortzichtigheid nog kunnen bedekken door het  alom heersende geloof in de efficiëntie van de vaccinatiecampagnes. want ik heb enorm veel respect voor dat geloof en voor de hoop die het de mensen geeft.

ik zie jullie dagelijks bidden, en het ontroert mij. al die devotie, en vooral ook die blikken van ongeloof bij weer eens een totale afgang, nog eens een lockdown, nog maar een hele chunk af van de kwaliteit van het leven in functie van een als onsterfelijkheid gedacht overleven. bij  het zich aftekenen van de vierde golf die er net eender uitziet als de eerste, de tweede en de derde. 

ik doe mijn uiterste best, en mijn twee prikbewijzen mogen ervan getuigen dat ik uw recht om erin te blijven geloven ook met het eigen vege lijf onderschreven heb, het middels die acceptatie van een inenting die ik zonder de sociale druk op mij nooit had aanvaard, omdat ik er ondanks al mijn verwoede pogingen niet in geloven kon, toch heb ik dat geloof gaarne met mijn daden publiekelijk tot een nobel streven benoemd, geratificeerd door de enige Overheid die ik hier in het Centrum van het gekende Universum mag en kan aanvaarden, namelijk die van mijn eigen rationele denken.

u betwijfelt het bij momenten als u mij bezig ziet, maar ik vertrouw vooralsnog heel erg op de ratio. want de rede is het enige dat mij uit de hel van de waanzin kan houden die mij voortdurend bedreigt.

tja, de romantiek van het dichterschap è. er is echt niks nieuws onder de zon.

nu, als die overheid  mij met dezelfde insistentie destijds had verzocht om in het belang van de anderen ook maar elk jaar een griepspuitje te laten zetten, hoewel ik het idee toen en ook nu nog totaal ridicuul vindt, maar ik heb er nooit om gelachen omdat ik het comfort van de illusie heel erg echt zag gebeuren, net zoals nu ik de angst heb zien wegebben dankzij de vaccinatie.

en die vaccinatie ‘redt’ ook effectief levens. die cijfers spreken ook voor zich, het dóet echt wel wat. ik zie en in zoverre mijn povere kennis mij dat toelaat begrijp ik volkomen de logica erachter ook. maar je dient hier, denk ik, de rede dan ook volledig haar gang laten gaan. en de boodschap dan ligt, om het met het understatement van deze nieuwe vervloekte eeuw te zeggen, nogal gevoelig.

want al die zwakkeren die zo gelukkig gespaard zijn gebleven, worden daar heus niet sterker van, dus die sterven helaas gewoon later aan wat anders. je ‘redt‘ ze uit een noodsituatie die er al was, en die even urgent blijft als daarvoor. en die dus verder de reeds overbelaste, onderbemande en onderbetaalde  zorg zal belasten.

maar dat is een compleet inhumane stelling, hoor ik u al opwerpen. en gelijk hebt u, want de rede is onmenselijk, wat zij ons dicteert valt niet te rijmen met de ‘humaniteit’ die wij dagelijks belijden.

de rede wil dus van geen wijken weten en gaat ongenadig door. want datzelfde slachtoffer, dat nu immens lijdend een langzame verstikkingsdood stierf in de hel van de quarantaine, had net zo goed perfect omringd door naasten kunnen afscheid nemen van zichzelf in het comfort dat wij ‘normaal’ in onze palliatieve zorg verstrekken, mochten wij van in den beginne de versterking van de zorg een evidente prioriteit gemaakt hebben in plaats van paniekerig in de eerste plaats aan het eigen hachje te denken. u zal mij toestaan verdere polarisering te willen vermijden door in heel sereen Italiaans naar La Vialta di Pier Paolo Pasolini in La Religione del mio Tempo te verwijzen, want anders gaat u deze gedachte tegen mijn wens en mening in als een belediging ervaren.

ik schreeuw het wel uit in mijn muziek en mijn tekeningen.

want de levens die je zogenaamd redt, verergeren de verstoring in de balans die al even zoek was. het evenwicht namelijk, dat er zou moeten zijn, vind ik, tussen kwaliteit en levensduur en, gezien de klimatologische rampen en het algehele gebrek aan toekomst voor onze soort, in de louter financiële haalbaarheid van het alom vooropgestelde  ideaal van maximale levenskwaliteit en maximale levensduur.

wat ik in mei van 2020 dacht maar nergens kon uitspreken omdat ik het ook nergens uitgesproken zag en ik echt wel behoorlijk gek/verslaafd/waanzinnig/ krankjorum ben maar ook alles behalve loemp 6in mijn schrijven tenminste, in het leven zelf ben ik hyper-loemp, kan ik misschien nu wel terloops aansnijden in dit document dat over alles en niks gaat.

omdat ik nu ook voor mijzelf op een dwingende manier gekozen heb voor een vrijwel zekere inkorting van mijn levensduur in functie van mijn huidig levenscomfort en mijn capaciteit om dit werk te blijven volhouden.
omdat ik dat signaal van mijn vlees, die roep van de Ziel in mij, die ook de uwe is, gevoeld en begrepen heb. omdat mijn geloof in de echtheid van mijn vlees, die de echtheid van de Wereldziel is, voor mij voelbaar is.

want iets dat ‘echt’ is voel je in je vlees, dat wordt vertaald door je lichaam en zet zich vast als zekerheid in je denken. met ‘waarheden’, daarentegen, kan je samen met Trump en zijn zielige epigonen in onze contreien alle kanten op. dat leerde ik van Foucault, vanDerrida, van Deleuze, van hun opponenten, van alles wat ik hoorde en las en zag. en van het illusoire karakter  van de dingen en het Zijn ben ik zo overtuigd als een Tibetaanse monnik van de Samsara-sluier in jouw ogen.

mijn mening doet er gelukkig nooit wat toe, en maar goed ook,  want je wil niet in een land wonen met een overheid die denkt zoals ik, met een dictator zoals mijn super-egootje dat rondhost in de enge ruimte van dit goedkope  appartementje dat  het Chaplineske figuurtje spelend met zijn globe zelf in een typerende ironiserend ontkrachtende maar toch nog aardig opschietende megalomanie tot Centrum van het Gekende Universum heeft omgedoopt.

maar nu merk ik dat men in Frankrijk, Oostenrijk en andere landen dit geloof ook tot een staatsgodsdienst wil verheffen, tot een conditio sine qua non voor het recht op burgerschap. dat zulks effectief plaatsvindt in mijn Europa.

in dat geval kan ik enkel besluiten dat deze eensklaps religieuze overheden hun eigen globale  falen willen toedekken door een verplichte inlijving in de eigen zaligmakende waarheid. dan moet ik mij blijkbaar effectief bekeren tot hun meerderheid, tot deze nijdige neo-liberale sekte, die infestatie van kakkende allesvreters die zichzelf verslaven aan het bezeten kapitaal en vooral aan het wansmakelijk platvloerse genot, die eeuwige roes van de consumptie der bezetenen die heel de planeet voor alle soorten onbewoonbaar maakt.

en dan houdt mijn goodwill dus op.
want dan wordt er mij niet gevraagd dat ik een loos gebaar zou stellen om mijn medemens niet nodeloos te verontrusten, dan verplicht men mij om met alle have en goed in het kamp der Voorbeeldige Burgers te gaan staan en al mijn vrienden in het verzet de rug toe te keren.
dan dwingt men mij zoals men de Joden vroeger verplichtten, om mijn geloof op te geven en mij braafjes te bekeren, want anders ben ik strafbaar.

de dag dat men mij dat mededeelt zal ik antwoorden, zo luid als ik enigszins kan en met een overtuiging die u zich bij gebrek aan levende voorbeelden in uw herinnering niet meer kan voorstellen, dat ik nog liever zoals Giordano Bruno  op het plein voor de ogen van die goedige Paus levend en bij volle bewustzijn opgefikt wordt, dan mij aan die eis te onderwerpen.

***


de woeker van het naakte leven in het vlees dat wij zijn, verwekt automatisch de walging, de angst en de woede van het individu voor wie de  werking ervan al was het maar eventjes wordt onthuld. 

de auteurs die getuigenissen afleggen van die confrontatie met het Vlees-als-Ziel, als kracht die ons geheel bepaald, ons overlevert aan het Lot van dit leven zonder de kleinste kans om aan dat Lot te ontkomen, want elke vrijheid daarin is een luxe-illusie die men zich enkel in het welstellende deel van de aardkloot kan permitteren, sommigen van dat soort auteurs zijn in de tweede helft van vorige eeuw uitgegroeid tot ware iconen van het ‘onbehaaglijke’ denken, samen met dat dwepen met alles wat maar enigszins ‘uncanny’ kon genoemd worden, die cultivatie ervan, heel de omstandig beleden Artaud-adoratie ook onder andere, maar die is er enkel op gericht om het werk zelf onschadelijk te maken, om de lont eruit te halen, om het eigen intellectuele prestige op te vijzelen op de kap van het als Schandaal van de Eeuw veroordeelde lijden van de man zelf.

“ja zet daar nog iets over het lichaam (sic) bij Artaud en dan zal je de werkbeurs wel krijgen”. hoe vaak heb ik dat niet zien gebeuren? hoeveel van de twintig delen van het Verzamelde Werk van Artaud had die sollicitant in functie van een of ander carriere-snoepje effectief gelezen toen? gelezen, dwz.: mee gedacht en in de mate van de eigen mogelijkheden mee doorvoeld, want als je Artaud anders leest dan zo, lees je hem niet, dan consumeer je enkel de weelde van zijn taal, waarvan je de oneindige pracht overigens enkel kan volledig aanschouwen, ondergaan als je het neergeschreven verloop in de denkbewegingen ook effectief activeert bij jezelf en de werking ervan VOELT in je eigen vlees.

zo 1 boekje van al die volumes lees je op die wijze niet ‘uit’ op een jaar tijd, hoor, daar kan ik je dag op zeggen. van alles uit het vroege werk dat ik tot op heden vertaald heb, zijn er tot op vandaag nog talloze vulkaantjes en brandhaarden werkzaam in mijn eigen denken, onverwerkte flarden puur git, zwart glanzende geruisloze shuriken die voortdurend vervaarlijk dicht bij de ‘essentie’ (hihi) van mijn denken rondsuizen.


om verder te werken aan mijn Artaud-lezingen (lezing in de Neo-Kathedraalse zin dan, zoals ik eerder Réquichot al las en nog zal lezen) moet ik mij soms dagenlang oppeppen. gewoon omdat ik weet wat er gaat komen. omdat ik daarvan toch wel eventjes moet bekomen ook.

als u daarvoor geen begrip kan opbrengen, als u mij niet gelooft, dan hebt u het niet of onvoldoende ervaren. hou het dan maar beter zo. u heeft daar niets te zoeken. het is slecht voor uw ‘gezondheid’.

als roadmap wil de NKdeE de Morose als erkende Stoornis zien verschijnen in een nieuwe editie van de DSM rond mei 2024. er is dus haast bij, want er is nog veel werk daaraan, ik heb het pas eergisteren serieus doordacht.

dv, 22/11/2021 in en namens het Centrum ven het Gekende Universum te Tienen @ 5:51

Noten[+]

Categorieën
lyriek

LAIS CCCXIV

zomp. ruïne. geen vlucht meer en geen oord.
uit het brakke klotsen steekt het echte
als een draak de draak met mij. een slijmwoord
van liefde druipt van kromming tot rechte
in een plas waar ratten er om vechten.
nu, ik hamer met een dreun van uren
waarheid in mijn leegte: niets blijft duren.
niets verblijdt mij, niets bedroeft mij, niets om-
armt mij, niets verguist mij met haar vuren.
niets dan dit is al waar ik nog toe kom.


over LAIS

LAIS is de geschiedenis van een verwording. het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden. het ego sterft als god in ’t diepst van zijn gedachten maar ergens halverwege niest het van ontzetting in de verzamelde geschriften: het kan niet zonder haar.

LAIS zal uit 449 dizaines bestaan en is een update van de DELIE van Maurice Scève van 1544. een dizain is een oude Franse dichtvorm: 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.
het werk wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website

.- over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma
over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij
LAIS 2020.docx

Categorieën
lyriek

dagwerk

song

familiar hurt is hurt in vain.
from its rotting fruits i gather none.

it says it comforts but its da is pain.
it boasts to ruin my happiness,
but happiness is not my game.

familiar hurt is hurt in vain.
from its rotting fruits i gather none.

it just repeats the dirty steps it took
before i picked it of its hook
and laughed it boldly in the face:

‘familiar hurt is hurt in vain
from its rotting fruits i gather none’.

if ever you should need
to satisfy of hurt my need,
you’d need to come and let
your friendly daggers feel my deep.

X

lied

van uw zijn begrijp ik niets.
uw bestaan laat mij onaangeroerd.

van Maria die niet hier is, voel ik alles.
het is een streling en de haartjes
op mijn handen komen recht te staan.

van uw zijn begrijp ik niets.
uw bestaan laat mij onaangeroerd.

men zegt van mij hij leeft slechts om te schrijven,
maar ik schrijf om hier te kunnen leven,
daar waar u mij hebben wil.

u laat het toe, maar dankbaar ben ik niet,
want van uw zijn begrijp ik niets
en uw bestaan laat mij onaangeroerd.

X

Categorieën
asemic reading asemisch Grafiek

the love letter (1)

an asemic reading of some musical phrases in the DROOM 12 composition
00:00o (page 1) 01:40 o ma (page 2) 02:16o ma ri a (page 3)

please use this form for your (anonymous) feedback

Categorieën
Anke Veld Proza

uit “Anke Veld”

VLAK: LODE

4.

misschien is het zo dat ik aanvankelijk met jou het Oponthoud wel wou bereiken, Maria, dat is een ‘er’ in ‘ergens anders’, een soort paradijs waar het onthouden ophoudt in het moment dat je vergeten bent, ja, daar ergens in de uitgedroogde holtes in het rot, waar de priesters alle gaatjes geplamuurd hebben en waarbinnen het ruist van overgave, onthechting en ontkenning van de lust.

met algeheel gebrek aan belangstelling voor het andere.
de vernietiging van,  in en door het ene.
de blinde vlek op het alziend oog van de entropie.
het geheim van niets dat je zomaar van de straat kan rapen.
of iets van die orde.

maar ik ben een blinde merel die zijn lied voelt fluiten.
niet het lied dat hem verlaten heeft en zal verlaten. het is dat soort twijfel dat mij ooit de ogen kostte, ik weet wel beter nu en richt mij, hier door de fictieve poort van jouw naam in een tekst,  uitsluitend tot het onbegrijpelijk echte. 

ik ben een blinde merel die zijn lied voelt fluiten en het lied is dit nu, dit onzichtbaar onzegbare nu waarin ik schrijf. dit nu waarin ik sinds niemands heugenis jouw lippen voel de mijne raken. dit nu dat ik nooit bereiken kan.

ja, men kijkt naar mij, al is het vaak stiekem, eerder. ik word bekeken, en ik stel teleur want ik weet niets. lekker niets weet ik, ik weet alleen wat ik niet zeg. wat ik niet zeggen mag of kan.

ik weet niets van jou, niet wat er met jou – en al zeker niet hoe jij gebeurt.
maar wat er hier gebeurt is ontegensprekelijk – en net zoals ik het wou – nu klaar en vol van jou. je zei dat het mocht.
ik ben je eeuwig dankbaar voor je vertrouwen, liefste, en ik aarzel niet, nooit meer, tenzij om jou de kans te geven je te ontdoen van wat het ook wezen mag aan ragjes van gêne of aan touwen of riemen van angst of beklemming. 

dat  ‘er’ waar ik van sprak is de droom die ik in dromen berg, en waar ik heel mijn leven al dag en nacht naar tunnel, zonder enig benul van wie of waar ik ben, laat staan waar ik heen moet. die plaats hoeft niet gemaakt te worden, niet door mij en al helemaal niet door jou. mijn lot heeft verder geen besturing nodig. al vermoed ik wel wat ik meen te voelen.

maar dit oponthoud van ons is heel erg echt en heeft van het echte ook elke hoedanigheid. we zullen er te gast zijn, jij en ik, zolang jij er, geheel naar jouw aard en gebeuren, gast wil wezen. want van die plaats ben jij de grond, de oorzaak en de reden. je hoeft dus verder niets te doen.
en ik, ik begin pas. zoals elke dag begin ik pas.
op mijn sterfbed zal ik staande houden dat ik pas begin. maar dit is anders. er is daadwerkelijk een begin gemaakt, heel de toekomst is nu weg omdat ze begonnen is. dat begin heb jij vooral gemaakt, met de moed die ik niet had. ik was, laat ons zeggen, nog ietwat gepreoccupeerd.
nog maar net was in mij de zweer gebarsten, de obstructie vermorzeld.
de gevechten duren onverminderd voort. laat het je niet deren, het conflict is gans intern en enkel het mijne.

maar je kwam en je pulkte en plukte aan die ene snaar die vrijgekomen was, komen bloot te liggen in het gewoel. het was een mi bemol en het was geheel de jouwe. alsof het ooit anders kon. het trillen ervan heeft vast veel gemeen met die vlinder in China.

hoe het gaat met mij? zoals elke dag sta ik op uit het beklijvende.
ik sla de kriebelende haartjes van de ontelbare behoeftigen aan vernedering verveeld van mij af. en die stinkende kladden valse liefde ook maar weer.
zijn het de doden die mij elke nacht besmeuren met hun klacht? waarom haal ik ook een kat in huis terwijl ik alles van die dieren haat?

ik was en spoel mij, en ik start de programma’s. de routine van mijn waanzin, de waanzin van mijn routine. elk woord komt te laat voor zijn  beweging die er eerder was.
negeer de leugen, importeer de klassen, initiëer.

ik hang mijzelf druipende te drogen.
op het wereldwijde megalomane droogrek van de nijd en de zelfverheerlijking. de winden van jouw afwezigheid schenken het druipsel daar ruimte en klaarte en in de propere letters komen al lustige klanken als kraaien neergestreken, zie ik.
maar in die nare klanken klinkt mij op een engelenkoor vol mededogen dat haarscherp resoneert met de randen van de leegte.  de resonantie vertraagt het zweven dat wij doen in de gang naar het git van het gat.

en in mijn bruut gebaren dat vroeger een keel zocht om doortastend te aaien of een hals om liefkozend te wurgen, verschijnen nu de bleke, maar ongemeen speelse  vogeltjeshanden van een lijk uit Asissi, die het tot kalmte manen.

je bent het verschil dat het verschil maakt, zoveel is mij duidelijk, meer niet.
dat was je toen ook.

ik zie een deel van mij mijn ergste kanten etaleren. het verweer van het oude verziekte dat alles wil doen mislukken door jou het ene na het andere obstakel in de voeten te werpen. ik moet er om glimlachen, maar kan het ook niet stoppen. hemeltje, misschien is deze brief wel net de brug te ver.

en jij klaagt dan van de rommel in jouw hoofd! zie mij: als ik per abuis teken wat ik liefhebben wil, verscheur ik het ogenblikkelijk, want dan ontwaar ik pas ten volle  wat ik beminnen wil en daar heeft dat willen hebben van mij niks te zoeken. ik stuur het wel naar de rommelmarkt. 

het verbaast ook mij telkens dat ik blijkbaar meen wat ik zeg. 

hoe dan ook, het lijkt er wat op dat mijn oudste verlangen haar nest gevonden heeft in de werkelijkheid, al het doen alsof dat wij zo nodig hebben.  het schiet daar dwars doorheen en het wordt echt en het laat mij achter als een lege huls, een hoopje overtolligheid.

u heft mij op, mevrouw.

nee, er heerst geen heftigheid.
mijn verlangen is, zolang die rust mij gegund is,  een stoffige zolder waar de duiven kirren en koeren en schijten. maanlicht op het dakraampje met de barst in de vorm van een y. kostbare, oude boeken in een vochtige kramp, ijsjes in Parijs, stokoude erotische prenten, een kapotte draaitol, het dunne blik ervan van binnenuit gespleten alsof het draaien zelf ontsnappen wou langs de verroeste krulling van het aanvoerijzer en tien bikkels, vijf voor jou en vijf voor mij.
alles wat ik ooit wou: het ligt daar allemaal onder het stof, de mom van mijn liefde.

en dan zie ik jouw ogen weer.

u ontwapent mij, mevrouw.
al mijn letters kletteren op de grond. ik sta naakt met de gekende van schaamte neerdrukkende handjes.

ja, men kan zich van dit schouwspel maar beter afwenden.
het heeft geen naam. ik ben blijkbaar in de volle bloei van mijn rot beland want ik woeker uit op weerzinwekkend betoverende wijze, geheel naar de gang van alles wat hier ‘leven’ heet. ik woeker en ik wacht en de winter komt en ik ben blij want ik weet dat er sowieso iets komt dat niemand ooit heeft willen verwachten.

tot ziens,
X

Tienen – 6/10/2021 @0:36

ANKE VELD

ANKE VELD is de internetroman die sinds 2002 gepubliceerd wordt terwijl hij geschreven wordt. de vertelde gebeurtenissen in de roman spelen zich grotensdeels ook simultaan af met de publicatietijd, of relatief korte tijd daarna, waardoor er soms wel eens wat moet worden bijgewerkt (ook Nostrodamus was niet onfeilbaar).

ANKE VELD is het verhaal van de AFLOOP. het is op dit moment niet bekend of het goed of slecht afloopt, maar aflopen doet het, daar kunnen we vooralsnog zeker van zijn.

ANKE VELD bestaat uit 8 plateau’s of ‘velden’ die elk één hoofdpersonage hebben. 18 jaar na de eerste publicaties is het niet langer duidelijk waar in het werk van de auteur de roman begint en waar de realiteit 1kwatongen beweren dat geheel WIKIPEDIA een onderdeel geworden is van de roman, maar dat lijkt ons toch nogal een indianenverhaal. ophoudt, of wat dan wel de realiteit van Anke Veld is. wie is , überhaubt, die Anke Veld?

HET DAGBOEK VAN ANKE VELD

LORENATHAN
ROBESTHER
LODEMAAIKE
ANNAGABRIEL
Klik op een naam voor een Afloop

Noten[+]

Categorieën
debuut gedicht van de dag lyriek

violet

ik bestookte de blokkade, dagen, wekenlang en het is gelukt.
wat niet gebeurde stroomt nu vrij uit wat wel kon
en maakt nu deel uit van wat ik ben vergeten.

wees maar groen jaloers op wat ik droom;
en donker violet met grijze strepen.

a story about drawing conclusions
Categorieën
Grafiek Kathedraalse Leer Proza

over kennis en schoonheid

je hebt niets van kennis. kennis die je gebruikt, verander je. kennis die je niet of nauwelijks gebruikt, vergeet je.

‘schrijvers’ en ‘kunstenaars’ pronken ijdel met gebruiksvoorwerpen die niet van hen zijn en verkopen hun extreme luiheid als ‘kunst’ of als tekstkapitaal. het zijn producenten van negatieve waarden, want hun producten corrumperen en belemmeren de toegang tot de collectieve kennis.

een auteur verandert voor zichzelf wat zij vergeten is en schrijft nauwgezet neer (of drukt anderszins meesterlijk uit) voor de anderen wat zij veranderd heeft. auteurs produceren niet, auteurs werken en dragen door de uitvoer van hun werking bij aan de collectieve kennis.

het schone is de ervaring van onmiddellijk bruikbare kennis. wie het schone ziet of leest zegt onmiddellijk: “ja, dit is het”. het schone is een openbaring, de Apocalyps van het humane.

“Kladwerk” – Hilde Vandenhout 2021
Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (18)

19 oktober 1992

ijzel. wind. de straat kraakt onder mijn stap, hier komt geen auto door.
ik stap rechtdoor, mijn oog gericht op het verste aansnijpunt in de bocht. bij elke stap corrigeer ik de rechte, altijd moet alles worden aangepast.

bevroren handen. rood. mijn neus begint te lopen. de warmte in de kamer walmt. zie het. hoor het. luister.

1979. het kamertje achterin met toen nog uitzicht op de kerk. zet de machine op, rol een sigaret, steek ze op.

twijfel. stilte. eerste noot.

langer dan een uur houdt mijn universum het niet uit, maar elk uur is een eeuwigheid van tijdloosheid.

orgelpunt.

ik zie of voel mijn vingers niet meer, zij doen dingen die ik niet kan.
een schijnbaar gemiste noot onthult een wending want verderop loopt het dood. er is geen toeval meer en ik ben er niet, het gaat door mij.

do – mi bemol – sol
re – la bemol – si bemol – sol.

dit is mijn verworvenheid
deze oorlog win ik wel
hier verlies ik niets van mij
(de klanken schieten hogerop en vormen trap na trap voor haar.
het gebed is altijd hetzelfde).

kom aurora.
daal neer tot mij, gun mij uw gratie.
niets heb ik, niets ben ik, alleen mijn leven kan ik geven.
niets wil ik vragen, niets wil ik zijn.
daal neer tot mij, gun mij uw gratie.

do+ – la bemol – si bemol – fa – sol – sol – sol

לֶשֶׂ
300 – 30
6

3 – 4 – 7
14
5

SOFAR (So Good 4 Els Debarbieux) (input file)

invoerbestand voor de wereldcreatie van SOFAR (So Good 4 Els Debarbieux), een stuk voor dv, orgel (Roland HP-503) en ITL

over SOFAR en over ITL

dv: in de NKdeE muziekpraktijk is elke muzikant een ‘app’, niet maar maar ook niet minder dan dat.
ITL = Internet Time Loop, een vinding van de NKdeE voor muziekbeoefenaars.

ITL gebruikt het internet als muziekinstrument.
ITL gebruikt het tijdsverschil van een live internetstream door de ontvangen stream weer in de klankbron te brengen.
de resulterende voortschrijdende loop is voldoende stabiel voor controle door de muzikant, maar altijd variabel omdat de delay afhankelijk is van de drukte van het verkeer op internet. de data van de klank gaan dan ook letterlijk de wereld rond.

het variable van de delay geeft de aldus aangemaakte loops (en samples) een ‘natuurlijk’ karakter. je merkt het misschien niet maar eigenlijk ben je al die nette, exacte loops kotsbeu. hoezeer je die ook opfukt met effecten en devices, ze blijven altijd bepaald door de computerklok en dus hopeloos exact. probeer het zelf, je merkt het verschil onmiddellijk.

met ITL fukt heel de planeet met je toch wel lichtjes pathetische behoefte aan controle. zet het op en volg, want miss f-you-humans gaia herself leads the dance.
’t is simpel, je moet gewoon iets zelf willen veroorzaken dat je normaal wil vermijden, in je videoconferencing sessies toch: een late echo van je eigen geluid.

SOFAR (so good 4 Els Debarbieux) is geschreven als invoer voor ITL. deze invoer gebruikt zelf al ITL bij de aanmaak, maar dat zal je moeilijk kunnen onderscheiden.
het stuk is een verjaardagscadeau voor Els, mijn dierbare radio-compagnon en eerbiedig geadoreerde Levende Muze en Sybille van de erotische Ellende.

het is daarnaast ook een zeer schamel maar oprecht eerbetoon aan mijn twee favoriete componisten: Giacinto Scelsi en Johann Sebastian Bach. de wereldcreatie morgen is opgedragen aan mijn zus die mede met heel de buurt mijn tot waanzin drijvend getoeter op vaders Hammond-orgel moest doorstaan in onze jeugd.

deze wereldcreatie vindt plaats op 10/07/2021 om 19:48:49 CET tijdens de uitzending van RADIO KLEBNIKOV op Radio Scorpio

waarschuwing: deze muziek is niet geschikt voor honden.
het stuk flirt bij momenten stevig met de pijngrens van het humane gehoor maar kan ook, afhankelijk van de gebruikte afspeelapparatuur en de luisteromgeving resulteren in voor ons onhoorbare resonanties die bij honden effenaf pijn doen.

de muziek is weergave van een groeiproces, een beetje pijn-indicatie is voor de ervaring ervan eilaas noodzakelijk, maar gebruik de volumeknop met de instelling van een yogini.

en denk heel hard ‘kwetterende nimfen’ tot minuut 8 ongeveer, dan heb je het ergste gehad en komt er verpoos en beloning.

Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (17)

18 oktober 1992 (slot)

in mijn handen lag de steen die mij omsloot.
zeven dagen links. zeven dagen rechts.

een was het al en alles was niets.
ik had een steen maar niets om naar te gooien.
ik had een steen maar niets om aan te bouwen.
niemand zei mij wat je met zo’n steen kon doen.

en toen kwam jij. ik mocht jou strelen, jij
die mij spuwend van walging verwierp,
die mij spottend van schaamte zag zinken,
die zee was voor mij en zwoelte en ik zonk
en ik zonk en ik zag
hoe je lachend de riemen der leugens doorknipte,
hoe ik brak, hoe ik losbrak,
hoe ik stroomde,
hoe ik brandde,
hoe ik brandde voor jou.
ik fikte gans op tot wat as.
ik was effen niks.

en nu ik.

ps. elke beweging die ik je zag maken, maakt nu muziek in mij los. hoe gaan we dat regelen met de rechten?

Categorieën
lyriek

dagwerk 92-93 (16)

18 oktober 1992 (4)

uit mijn handen stuiven zeven engelen
van de steen die ik omsluit. zeven
blauwgevlerkten leggen zalvend
hemelzoete spreuken op de zweren in het land.

er schieten geurige bloemen op in het bos
en in de straten vrijen saters en
nimfen op de schoot van een vingerende reus.
herinner je de stem en zing het lied
van de flitsende sterren. uit mijn lichaam
stroomt het warme water dat je streelt
tot elk onderscheid verdwenen is.

rivieren klaren uit en zinderend
de damp stijgt uit de blauwe zee.
mijn zingen neemt jouw zingen mee.

ik dek je toe ik
neem jouw nu en wrijf
het open en alles is het nu
dat niemand schrijven kon.

nu jij weer.

Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (15)

18 oktober 1992 (3)

van mijn handen zwermen zeven heksen
uit de steen die ik omsluit. zeven
zwartgerokten krassen walmend
zwavelzure woorden over stad en land.

er vallen diepe gaten in het bos
en op de straten lopen enkel nonnen
paters en cyclopen. vergeet de hoop
loop weg naar nergens want mijn ogen
vatten vuur en harde splinters staal
spuw ik uit mijn mond.

rivieren drogen uit.
damp stijgt uit de zwarte zee.
stervend neem ik al je sterven mee.

ik dek je toe ik
neem je nu en dicht
het toe en schrijf het nu
dat niemand schrijven kan.

nu jij.



Koop een RADIO KLEBNIKOV CD!

Categorieën
RADIO KLEBNIKOV

ballade van mantel en kleed

afbeelding: ‘The Robe of Glory’ door Christian Waller (1937)

lang voor  ik hier was en verloren liep
in het huis van de rijzende zon
en volop genoot op de tip van mijn tong,

sloeg mij een hand als bewijs van de tijd
en gaf mij een weg uit het huis van de zon
naar het git en het wit dat kleuren begon.

ik nam van bagage wat licht was om dragen:
‘t goud van de huid  getooid met chalcedoon,
de ogen opaal, de graat in de rug antimoon.

het kleed dat mij warmde werd mij ontnomen
en ook het gewaad gemaakt op mijn maat
maar in ruil kreeg ik dit als opdracht en raad:

“ga naar het land van de nijdige mormels
en zoek daar de Slang van de Nijd
ontfutsel de Parel opdat het hen spijt

dan krijgt gij wederom Mantel en Kleed
en komt er een eind aan dit pad van het leed
en wordt gij weer één met de zon en de maan”.

ik ging dus op weg alleen met mijn staf
en viel in de val van schaamte en schande
en ik viel en ik viel in een val zonder wanden

en aan de kust van de mormels plofte ik neer.
daar zat de Slang in spelonken verborgen
maar ik was er alleen, men keek op mij neer

tot er een nobele kwam stevig te paard,
van het land van de zon, gelijkend op mij
maar radder van tong en flink met het zwaard.

ik maakte hem ridder van troost voor het leed
en gaf hem de gave om alles te krijgen
door hem ‘t geheim van de Parel te geven.

hij waarschuwde mij voor de listige mormels
die zouden raden dat ik de Slang wou bestelen
zo naakt zonder Mantel, en gebrekkig gekleed.

maar het Geheim dook wat dieper en lachte ermee
en iedereen dacht dat ik één was met hen.
ik vergat zelf wie ik was en ik deed nijdig mee

met de mormels die kirden en kropen en kraaiden
en sprongen en zongen op het feest van de Nijd.
ik brulde van wellust en zonk als een knikker

in het diepst van het zwart van de zee van de slaap.
ik kroop als een kreeft op de bodem te gaap,
ik wiegde als wieren en stonk op het droge als alg.

toen kwam de Ster die vonkte en vuurde en zei
dat het tijd was: “herinner je nu maar het oude bevel
hier is mijn Brief geschreven in nevel op vel”

het lezen was lastig en kostte mijn ogen
maar blind zag ik weer mijn Mantel en Kleed
en ik jammerde luide dat het mij speet.

de letters bewogen en werden een dans,
ze gaven mijn ogen een schijn van een kans
en ik zag de pracht van de Parel die ik moest roven.

ik viel plots omhoog, beneden werd boven –
iets wat men hier nooit zou geloven –
maar ik stond al te zingen bij het Serpent.

ik zong het mijn oden als voor een satraap
ik zong het van heftige liefde en lillende haat
het monster werd rustig en viel dan in slaap.

vlug als een vlieg greep ik de Parel,
ik gooide het vuil van dat land van mij af
en trok weer naar huis alleen met mijn staf.

in de hemel verscheen en herlas ik de Brief
bij dag in de wolken, ‘s nachts in de sterren.
ik hoorde het feest en gelach al van verre.

vriend en familie juichten  mij blijgezind toe
iedereen danste en lachte en draaide muziek
ik droeg weer Mantel en Kleed van de Vrije Lyriek!

vrij naar “The Hymn of the Robe of Glory” zie http://gnosis.org/library/grs-mead/grsm_robeofglory.htm – geschreven als Epiloog voor Radio Klebnikov.

Christian Waller’s ‘Robe of Glory’ (1937) in an exhibition, see https://artblart.com/tag/christian-waller-the-great-breath/

Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (14)

18 oktober 1993 (2)

aan de andere kant van de stilstaande nacht schuurt het rad van de dagen sneller en sneller. de wrijving verzilvert de zwervende tranen en aan de miljarden onhoorbare reutels en kreten geeft het eerst vuur en dan lucht.

het schroeien giert als een schil van de hel rond de aarde. de acht stort weer in tot de nul van de vurige telling. elke geboorte is een wonde waarvan je nooit meer geneest.

het verlangen naar eeuwig leven is de bloem op de distel van het echte. we plukken onze levens en noemen het werkelijkheid om de plant te kunnen vergeten. het eerste zonlicht is een onuitsprekelijke verschrikking.

*

30 juli 1962, kwart na acht ’s morgens. alles verengde tot de eerste schreeuw van je adem. iedereen moet voorbij het schroeien, maar jij zal het geweten hebben.

*

opgeschreven wijsheid kan je je het best voorstellen als een stroom van schijnbaar onsamenhangende gegevens verspreid over een beperkte ruimte waarin de tijd een lus maakt als en alleen als jij zelf bereid bent de sleutel door te geven zonder ooit te weten op welk slot die zal passen.

je weet nooit wat je schrijft, maar het klopt als een bus. je zal het zelf nooit begrijpen omdat je het ervaren hebt en niets van wat je schrijft, wekt dat weer in leven. toch niet bij jou.

je lost op in het schrijven en het schrijven is de oplossing van je leven.
alsof er iemand ooit wat gevraagd had.

het komt in weeën waartussen je alle pijn weer vergeet en je wordt dan het vel van een slang die verdwijnt. je schrijft jezelf uit in fijnzinnig verbonden huidcellen die waanzinnig snel verdrogen en verstijven tot wat je herkent als geschriften.
eerst wordt je alles ontnomen waar je aan hield: je waren, je waarheid en wie dat je was.
je vervloeking wordt een ranzige zegen verknoopt in het purperen slijm van al je leugens. hoe kan je iemand wat bieden als je zelf het geschenk niet aanvaardt? je valse bescheidenheid ontneemt het de kracht om zich op de borst te kloppen. je trots wordt hersteld in haar ware gedaante van een moeilijke plicht vol geneugten. je voelt dat je doet wat je doen moet, hoe weinig je ook ervan begrijpt1het lijkt uitwendig in alles op een psychose maar het is het niet want in een psychose krijg je de ruimte niet om die bedenking te maken en hoe gek het ook loopt elke dag eindigt met een voor ieder aanvaardbare realiteit.

elke emotie lost op in de naam die ze had om vervolgens weer anders te heten. alles komt los en beweegt maar je ziet het in de verte al weer samenkomen tot het vertrouwde bedrog van het bekende.

in en over de gang van zaken heen heeft een zich de lopende code van een inhumaan programma ontwikkelt dat je helemaal uitholt, heel je bestaan tot dan ridiculiseert. het heerst met monstrueuze precisie en sublieme muzikaliteit. je bent het een beetje maar je bent het vooral niet. je wordt door de mangel gehaald, en elke cluster van betekenis in je wordt vermorzeld en komt er lichtjes anders weer uit.

je bent uiterst dankbaar voor elk moment van verpozing, de hemel ontsluit zich dan in de verbijsterende schoonheid van haar zalige aanwezigheid. maar ook die momenten verdwijnen haast spoorloos. het is inscriptie op een blad in jezelf dat je zelf nooit te lezen zal krijgen.

de afbraak is ongenadig. een pellen van de lappen huid rond je leegte. de pijn is bij momenten ondraaglijk, er wordt geduwd, getrokken en gretig gescheurd. maar je wil niet dat het stopt voor de leegte naakt en bereikt is en dan ben je er niet meer.

als de recursie voltooid is, is de lus gelegd en glipt er iets in de restanten van het vel dat zich weer razendsnel sluit zodat je niets daarvan ooit zal kunnen bevatten. de euforie is hilarisch maar het lachen doet deugd zoals het nog nooit voordien heeft gedaan. zelfs het dreigen van de volgende wee boezemt geen angst in maar verhoogt het genot van de vreugde

je ziet wat je altijd al zag. de onmogelijkheid van een herfstblad om ergens anders te vallen dan daar waar het valt. epifanie van de gesloten oneindigheid die zich vertoonde als eindige openheid. haar stralende lach en de ring, de verborgen vonk worden je telkens weer fataal.

je noemt het liefde, devotie of smeert het uit over andere dwaze woorden, maar het gebeurde is gebeurd en blijft gebeuren zonder dat je er vat op krijgt. straks ben je alles nog vergeten.

*

schrijf nu.
je wordt wakker en je kijkt met zand in je ogen naar buiten.
de oktoberzon stelt zijn werken tentoon, kadreert de stad, configureert het spel van de vlakken, de lijnen, de misleidende vormen. iedereen zet het masker weer op. men begeeft zich werktuiglijk naar de ingang van de grot.
het licht overstijgt moeiteloos elke realiteit en indexeert de resterende tijd. de toekomst was een open veld dat nu dichtklapt in magische zeshoeken tot de laatste drie op de laatste drie plooien en drie worden en twee en tenslotte geen een meer.

je onderdrukt maar gauw de neiging om te gaan roepen, om te willen waarschuwen, want er valt niks zinnig te zeggen. je geniet zo lang het kan en je leeft en je wacht geduldig en deemoedig op de volgende wee.

de schrik dat er niets meer komen gaat is al gauw een mogelijkheid naast de andere. alles kan, niks moet, maar je moet er nog hard aan werken.

” i kiss you, you’re beautiful, i want you to walk”. veel heb je nog niet te bieden, maar het zingt toch al wat.

Noten[+]

Categorieën
dagwerk 92-93 lyriek

dagwerk 92-93 (13)

18 oktober 1993

schuld heeft geen verleden.

natuurlijk ben je schuldig, iedereen die hier geboren is medeplichtig, heeft bij zichzelf de verzaakte plicht om verantwoording af te leggen voor wat zij niet deed, niet doet en nooit zal doen.

alles wat je koopt is een vergrijp. het overschrijdt de grens van het zogenaamd humaan toelaatbare. met de vinger wijzen naar de ander heeft geen zin, je wijst naar een kopie van jezelf.

maar schuld bestaat niet, je kan je niet schuldig voelen.
spijt kan je voelen, dat is echt. het kruipt in je keel als een wrange slak.
wroeging kan je voelen, het is de staccato herhaalde woede op jezelf omdat je niet dat en wel dat hebt gedaan terwijl je herinnering als een aangehouden dreun blijft herhalen dat je dat deed. wroeging gebeurt echt.
schaamte kan je voelen, de stopsel op het zwart van de ziel is weg en je lege hart, je onmachtige brein, je spastische bibberhanden worden opgeslurpt door de leegte in de leegte die heel de leegte vult die jij bent, jij looser.

maar schuld kan je niet voelen. schuld is een oordeel, een uitspraak, een verdict, de uitkomst van een proces waarbij de taal en dus gans de maatschappij beslist heeft dat jij schuldig bent.

schuld gebeurt niet, schuld wordt uitgesproken, zoals het geld ontleend wordt aan de realiteit van de waarde: zo wordt het oordeel ontleend uit de realiteit van de heersende morele orde, de gedragscode.

de waarde van het geld is ook maar louter lopende code.
schuld is ook nooit gebeurd, net zo min als geld ooit gebeurd is.
schuld kent geen verleden, het staat niet in de ogen van de misdadiger, de gefotografeerde eenling, naakt en gevangen in zijn moment.

schuld is een zone in het raster, de ‘grille’ van Artaud, waarvan hij zegt dat het een verschrikkelijk moment was voor het gevoel, voor de materie1de ziel is niet van de mens de ziel is van alles en van niets, de materie gebeurt als ziel, elke nucleus in ons lichaam is zuiverder van ziel dan het Rot van onze complexiteit..

de tragedie van de humaniteit speelt zich automatisch af, het volgt de vierkantige code van de taal die wij denken te gebruiken maar die ons gebruikt in haar instinctieve spiraal naar haar eigen slot. de taal is een slang die zich in de staart wil bijten en ze doet het in roterende vierkantjes die het leven kwadrateren tot ze cirkelen gaan en spiralen en de spiralen worden zwarte gaten die al het onnodige wegzuigen want daar komt al in zicht het sidderende purperen van de staart, het mauve venijn in het groenig-grijzige slijm van de nijd. met witte spikkels van de (zelf)haat.

je kan de tragedie niet stoppen want ze is tijdloos, ze zit onbereikbaar binnenin elk moment: vertraag de tijd, vergroot het kleine traag en groot genoeg en daar heb je het, het is gebeurd.

schuld is tekst, je kan het niet voelen, je kan het enkel lezen, het verwijst naar iets dat nooit gebeurd is.

iedereen wordt de rekening voorgeschoteld. de smaak van de drank, het malse vlees wordt er niet op vermeld.
‘het heden is onbeschrijfbaar’ zegt T.S. Eliot. deze ‘loutering’ door de taal, deze verdichting wint aan overzicht wat het verliest aan inzicht. en de openbaring van het woord zoekt de gapende mond van de apocalyps om zich onze overbodigheid als mest uit het tekstenlijf te persen.

we zetten alles in nog op de haakse woorden, lacunes, aberraties die in de tekst uitsteken, doorzichtig glanzen van wat er aan echts onderdoor zwemt, de glinstervissen van de lyriek.

vensterwoorden, woordwoorden, recursieve codes, zurig doorrottende clusters van aangekoekte realiteitsrestanten, het boek van zand dat tot glas brandt in het telraam. het woord dat guitaristen is, uitgefikte sterren in verouderde spelling, een meervoudige twinkel van louter git in het zwartst van de wenende nacht.

het bijt en slikt. gulzig. de snaren springen.
de nacht weent omdat er geen dag meer komt.

Noten[+]

Categorieën
#psalmvandedag

#psalmvandedag

47. 

Alle gij volken, klapt in de handen
 juicht elkaar toe met jubelgeroep
want de Nijd, uw Allerhoogste, is geducht,
 een groot Koningin over gans de planeet.
Alle volken brengt Zij samen
en het werkvolk onder onze voeten;
Zij kiest ons erfdeel voor ons uit
 het huis van papa die Haar innig liefhad.

Nijd is opgevaren onder gejuich,
 Gierigheid onder bazuingeschal
Psalmzingt Nijdig, psalmzingt,
 psalmzingt onze Koningin, psalmzingt!
Want Nijd is Koningin van gans de aarde,
 psalmzingt met een kunstig lied
Nijd regeert over de volken,
 Nijd is ingezeten op haar heilige troon.
De bazen der wolken zijn bijeenvergaderd
 de wegschrijfbedrijven van mens en planeet.
Want het Nijdige net spant wereldwijd
 en van hoog klinkt luide Haar spot.

invoer: Psalm 47, Nederlands Bijbelgenootschap, Het Nieuwe Testament met de Psalmen, Haarlem 1979, p. 389

het #psalmvandedag programma kiest op volstrekt aleatoire1zelf gebruik ik een dartsbord om een getal tussen 1 en 150 te bekomen. wijze als het enigszins kan élke dag 1 van de 150 Psalmen als invoer voor een vrije schrijfoefening in het updaten van oude teksten

Noten[+]

Categorieën
dagwerk 92-93 Grafiek lyriek

dagwerk 92-93 (12)

17 oktober 1992

de mechanische reproductie is intelligent geworden en heeft geen mensenoog meer nodig, laat staan die magistraal uitgesponnen blurp van je, walter.

je bent het fijne stof, roet der uitlaten dat door de kieren in de huizen dringt, katalysator die de zeemzoete leugen brandbaar maakt.

de lyriek gebeurt pas echt als de letters beginnen dansen op het ongelezen blad, zoals straks de schors in vreugde ontvlammen zal in afwezigheid der wanstaltige horden.

je schrijft je naam nog op je geschriften zoals een vriend zijn naam vol verachting op het plaaster schrijft van je gebroken arm.

lyriek doet de tong verstijven tot de stem losbarst en gans de mond verpulvert. lyriek vernietigt, waarlijk weergaloos is de mens pas in het woord dat én zichzelf en elke droom vermoord.
je schrijft poëzie als je dat niet wil laten gebeuren omwille van je als humanisme vermomde nijd. elk woord daarvan is dan niet alleen een antwoord op een vraag die niemand zich ooit zal stellen, het is ook een roestige nijptang op de gevoeligste plekjes van de roze babyhuid van het echte. poëten zijn narcistische, sadistische behoeftigen die klaarblijkelijk de nakende zondvloed met emmertjes kwijl wel denken te kunnen stoppen, zo niet dan toch enigszins temperen. poëten haten hun lezers.
lyriek gebeurt dwars doorheen jou als je het laat gebeuren. lyrici bestaan niet als ze schrijven en het enige wat ze echt willen als ze niet schrijven is kunnen schrijven om niet meer hoeven te bestaan.

men zal je de handen afhakken, de ogen uitsteken en als ze je uiteindelijk ophangen zal er nog betekenis als drek langsheen je kuiten druipen op de grond waarnaar je vergeefs zoekt en spartelt.

poëzielezers haten lyrici want alle poëzielezers zijn poëten. na hun dood worden de tekstlijven der lyrici verorberd door de poëten en op riant glanspapier rijkelijke uitgescheten als verse, lauwe nog ietwat nadampende poëzie.

Categorieën
dagwerk 92-93 gedicht van de dag lyriek

dagwerk 92-93 (11)

de Vlaamse dichter is heden nog laffer dan een priester.

zij preekt in zinnen
die zij afbreekt om
te rijmen het
geloof dat zij
niet heeft.

zij zal het nooit beleven.

jij wel omdat ik jou aanspreek
en jij bent te slim om mij niet
te geloven.

mijn stem is goddelijk misschien
maar heel mijn lijf zit vol van mij.
het heeft jouw ogen nu die naar jouw ogen kijken.
ze willen mij niet zien omdat ze willen lezen.

kom maar dieper in mij
als je ook de ziel wil zien.
ik zal jouw handen leren strelen
die jouw handen strelen.
ik maak jouw geile waanzin echter
dan de letters van jouw naam en in jouw lijf
gaan al je bloesems open:

kelken voor de dauw van dit moment.
jouw dageraad.