Categorieën
lyriek

LAIS CCXL

voor e.d.,
geplaagd door keelpijn

Zon schiet uit de hemel om in jouw hals
zijn medicijn te likken. Huid branden
wil hij niet, maar sloom, in een trage wals
herhalen hoe het gebrek aan handen
zijn stralen zo met verdriet ontmanden,
daar hij jou ziet maar toch niet strelen kan,
dat hij het eigen licht wel wurgen kan,
omdat het jouw gelaat voor hem ontbloot,
maar hij jouw smart niet teder stillen kan,
wijl hij daartoe toch uit de wolken schoot.

NKdeE – asemische lezing van LAIS CCXL