de kraai en de kruik

THE CROW AND THE PITCHERDE CORNICE ET URNA
A thirsty crow noticed a huge jar and saw that at the very bottom there was a little bit of water. For a long time the crow tried to spill the water out so that it would run over the ground and allow her to satisfy her tremendous thirst. After exerting herself for some time in vain, the crow grew frustrated and applied all her cunning with unexpected ingenuity: as she tossed little stones into the jar, the water rose of its own accord until she was able to take a drink.

This fable shows us that thoughtfulness is superior to brute strength, since this is the way that the crow was able to carry her task to its conclusion. 
Ingentem sitiens cornix: aspexerat urnam, /
Quae minimam fundo continuisset aquam. / Hanc enisa diu planis effundere campis,/
Scilicet ut niniam pelleret inde sitim, / Postquam nulla viam virtus dedit, admovet omnes
/
Indignata nova calliditate dolos.
Nam brevis immersis accrescens sponte lapillis / Potandi facilem praebuit unda viam.

Viribus haec docuit quam sit prudentia maior,
Qua coeptum volucris explicuisset opus.
Avianus XXVII

hier begint het verhaal van de kraai en de kruik.

het was in de eerste jaren van de Gong.
zoals de Hamer had voorspeld, bleven Marniks en Reynaert gespaard.
van Produktie, Beleid, van de andere Teelders restte er niets en niemand.
her en der verspreid, op meerdere dagreizen van elkaar, waren er nog wat enkelingen en kleine groepjes die zich in leven trachten te houden.

velen aanriepen ’s nachts de dood om hen van hun zware last te bevrijden.
maar de tijd heeft geen oren.

Reynaert echter werd te oud voor een vos en het dier stierf.
Marniks begroef hem boven bij de waterput.
elke dag zette Marniks een bloem op het graf.
in een aarden kruikje  met wat water.
en hij strooide er ook wat broodkorrels bij.
“dan kan je de vogels vangen”, zei Marniks.

Marniks was nu helemaal alleen op het Veek

op een dag zag Marniks hoe er een dorstige kraai van het water wou drinken.
dat lukte niet want het water zat te diep in de kruik.
maar de kraai wist van wanten.
hij nam de stengel van de bloem in zijn bek en schudde zijn kop.
het water spatte op.

de bloem vloog uit zijn bek, maar de kraai kreeg toch wat water in zijn bek.
de vogel wou méér en nam vlug iets in zijn bek dat daar lag, een steentje.
maar het steentje gleed uit zijn bek en viel op bodem van de kruik.
opnieuw nam de kraai een steentje.
opnieuw gleed het weg en viel het in de kruik.
en opnieuw, en opnieuw.
op de duur waren er zoveel steentjes in de kruik gevallen dat het water tot hoog in de kruik stond.
het duurde wat voor hij het door had,
maar de kraai kon gewoon drinken.

“Dank je, Reynaert”, zei Marniks, “ je mag dan al dood zijn, je wijsheid leeft als een vis.”
Marniks bedankte Reynaert omdat hij van hem geleerd had om het gedrag van de dieren te gebruiken als een poort naar de wijsheid. hij zou weer een aanval krijgen.
en ja hoor, Marniks voelde de ratel al komen.

zijn ogen draaiden elk een kant op, hij ging stokstijf staan en begon de ene wijsheid na de andere te reciteren.

” het is één en dezelfde kraai die dorst lijdt en drinkt.
als je kan dromen wat je wil geven, komt het terecht.
niemand wil luisteren, maar men ziet dat je spreekt.
de weg omhoog, omlaag, is één en dezelfde.
bloemen verwelken, planten verjaren.
als er van al die kladden sperma ook maar 1 zaadje het eitje bereikt,
zijn alle zaadcellen dood.
onze wereld werkt aan haar graf, de natuur
doet het spitten, de mens is vaneigens houweel.
(…)”

de reeks was eindeloos. het kon soms wel een uur doorgaan.
de woorden branden zich in het geheugen van Marniks.
na elke aanval vormden er zich massa’s nieuwe verbanden.
de epilepsie was geen ziekte maar middel.

het vallen en schudden en kwijlen was knap vervelend.
maar er waren er die wel wat anders te verduren kregen.
specialisten in het lijden voor de Hamer waren de dichters de schilders en de mystici. hen werd geen ogenblik rust gegund.

het was noodzaak om het pad te effenen.
voor het heil van de Hamer, en daarna de Gong.
het heil begon met de grootste en langdurigste slachtpartij aller tijden.

panta reï, je zegt het.
tot het stolt, barst en verpulvert.

MARNIKSADE

Inhoud

voorlopige blurb: de Marniksade is niet echt een epos zoals de Ilias (in het Frans is dat de ‘Iliade’, vandaar de naam?). het werk is tot ons gekomen in enkele honderden fragmenten, fabels meer, in een verwant taalgebruik ook maar toch veel te complex om tot dat genre gerekend te kunnen worden.

het verhaal van de Marniksade speelt zich af in een ‘nested fork’ van de Anke Veld wereld die recent ontkiemde.

het narratieve materiaal van het Aesopos-genre is de invoer, ik vermeld de desbetreffende nummers in de tekeningen.

die tekeningen worden speciaal gemaakt voor deze reeks.
potlood en vetpotlood op A5. de scans krijgen in photoshop de levels gecentreerd en een verloopkleuringslaag.