Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #455

22B67

455 – als er niks meer lukt, verander dan ‘er’

hexagram 62 小過 (xiǎo guò) – “Overtreffend Klein”

invoer

Harusmuze #158 – de eenvoud herhaalt de eenvoud: het gebaar verlost de eenzaamheid van het ene

P.o.H. #2 : Drive your cart and your plow over the bones of the dead.

commentaar

jij bent ‘er’.


geef hieronder uw eigen commentaar op deze uitspraak van de Harusmuze.
die wordt dan opgenomen in de volgende Omwenteling 1alle teksten van de NKdeE worden in lussen van herschrijfprogramma’s opgenomen. zo’n revisie/herschrijving noemen we in de Gignomenologie een Omwenteling
vermeld uw mailadres als u persoonlijk antwoord wil krijgen (uw mailadres wordt niet publiek gemaakt)
vermeld uw website als u een link daarnaar bij uw commentaar wenst

Noten   [ + ]

1. alle teksten van de NKdeE worden in lussen van herschrijfprogramma’s opgenomen. zo’n revisie/herschrijving noemen we in de Gignomenologie een Omwenteling
Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #383

22B124

383 – het ondenkbare voltooit wat je dacht

hexagram 62 小過 (xiǎo guò) – “Overtreffend Klein”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/21/harusmuze-65/

commentaar

de eeuwigheid van het tijdelijke en de tijdelijkheid van het eeuwige is ook een soort ‘while’ -loop in onze gedachten, de kosmos doet ook in onze hoofden en handen eendere toerkens, elk verschil is een verrotting van het ene dat wil uitdeinen tot hernieuwd onverschil, het ene, noem het tiān xià  , de Moeder van alle dingen.

in vers 25 van de Dao vinden we een gave codering van die loop waarvan de perfectie uiteraard buiten ons huidig ‘verwesterd’ talige rot ligt, maar we kunnen er naar kijken wel, da’s ook al iets, en het begrijpen lukt ook nog wel wat.

bij het lezen van dit soort teksten moet je immers, vind ik , doordrongen zijn van het besef dat de correcte uitspraak, de realisatie ervan, wellicht voorgoed verloren is: tenzij na een levenslange studie en meditatie misschien, maar zo, losjes uit de pols bereiken wij dit eerdere stadium in de verrotting niet meer, onze software, het complex van taal, gewoonte en geste, de cultuur waarop wij draaien is hopeloos complexer, rotter geworden. maar je kan het lezen zoals je naar verre sterren kijkt, het licht ervan is duizenden jaren oud.

maar kijk even mee: we vertrekken van de idee dat niets permanent is dus als iets groot is, is het op z’n toppunt en kan het enkel 逝 shi vergaan, sterven:

大 曰 逝dà yuē shìgroot is (wil zeggen) sterven
逝 曰 遠shì yuē yuǎnsterven is weggaan
遠 曰 反.yuǎn yuē fǎnweggaan is terugkeren.
故 道 大,gù dào dàdaarom is de Dao groot
天 大,tiān dàis de hemel groot
地 大dì dàis de aarde groot
王 亦 大.wáng yì dàis ook de keizer (wijze) groot.

in het NKdeE bargoens refereren we naar dit machtige vers met de uitspraak “‘t is weer vanda” waar die ‘van dat’ de loop van ‘fǎn’ naar ‘‘ in de eerste verzen hier vastklinken.

elkwegs: de conclusie is altijd dezelfde: als het ‘af’ is, is ’t gedaan. zo er nog iets waardevols uit het woord ‘kunst’ te puren valt en we vervolgens nog van iets als ‘levenskunst’ kunnen spreken, bestaat die er volgens de Harusmuseale logica in om de kleinste korrel van het meest abominabele rot dankbaar te savoureren als geschenk van het Al aan het al dat ge (niet) zijt, en (niet) waart en (nooit) zult zijn, zolang het duurt.

anders: als je het kortstondige leven niet eert met jouw eeuwige dankbaarheid en de belofte om het ten allen prijze te willen doen continueren, ben je ook het vuil van je gedachten niet waard.

staar je dus ook niet blind op het einde, want noch het begin noch het einde ‘is’ ‘iets’ dat je kan hebben, het ondenkbare staat altijd in dezelfde verhouding tot wat je denkt, het is het niets dat jouw denken verandert.
elke van je gedachten is even ‘waardeloos, banaal’ of even ‘waardevol, briljant’ in het licht van wat ze teweegbrengt, er is geen enkel punt een lijn die je tekent dat niet even belangrijk is voor het gebeuren van de lijn.

scève

Plus croit la Lune, & ses cornes renforce
Plus allegeante est le febricitant:
Plus s’amoindrit diminuant sa force,
Plus l’affoiblit, son mal luy suscitant.
Mais toy, tant plus tu me vas excitant
Ma fiebvre chaulde avant l’heure venue,
Quand ta presence a moy se diminue,
Me redoublant l’acces es mille formes.
Et quand je voy ta face a demy nue,
De patient en mort tu me transformes.

Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #370

22B100

370 – probeer niet te genezen wat je zelf verziekt

hexagram 62 小過 (xiǎo guò) – “Overtreffend Klein”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/03/harusmuze-78/

commentaar

ai. dagelijks en dagelijks dwingender worden we er op gewezen dat wijzelf de oorzaak zijn van onze meest urgente problemen. die problemen zijn enorm, de prognoses liegen er niet om, maar het probleem met prognoses is dat ze voornamelijk tot angst inspireren.

angst verlamt. en vooral: angst verhardt. angst klampt zich vast aan de ficties die het zelf creëert. angst wil de ander genezen van de kwaal waaruit ze zelf is kunnen uitgroeien tot het alles overheersende gevoel.
hoe gebeurt dat, hoe kan dat toch steeds weer gebeuren?

in onze immer blije gele duikboot tast de angst met lange stangen de krakende wanden af. de wanden kraken omdat we weten wat er komt (het verlies van de controle, de ellende, de ziekte, de ondergang, de dood), maar dat willen we niet weten. angst zoekt dus een doel om naar te wijzen, een ‘bewijsbare’ schuld, want de eigen schuld kan niet ‘bewezen’ worden zonder de fictie van het eigen zijn, de individualiteit op te heffen.

aja: elke individualiteit is een creatie met een deiktische functie: de functie van een ‘ego’ is de aanwijsbaarheid, de deiksis van het ik. het Zijn, het ‘ik ben wie ik ben’ en ik, het ‘ik’ is altijd onschuldig.

het ‘ik’ doet nooit wat verkeerd, tenzij per ongeluk, of omdat het ertoe gedwongen werd, maar ‘ik’ ben de staande onschuld.
de grootste misdadigers voelen zich enkel schuldig als het echt niet anders meer kan. want de functie van het ego, van de individualiteit is net het doen vergeten van het specifieke, dat onophoudelijk en oncontroleerbaar gebeurt. het feit dat het niet ‘bestaat’, dat het zijn van het ‘ik’ een leugen is om bestwil, om zichzelf staande te kunnen houden.

kunnen we dan wel veranderen? de vraag is misschien wat dat zou kunnen betekenen è, iets veranderen wat niet bestaat. elk individu is een complex van gewoontes, ingestudeerde handelingen en half bewuste reflexen. individuën zijn functies, het zijn geen ‘reële entiteiten’, want het specifieke ‘is’ niet, het gebeurt gewoon, altijd weer even uniek en onherhaalbaar, met de vertrouwdheid van het bekende dat zich op dat moment bekend maakt.

functies kan je niet zomaar omzetten in een ‘andere’ functie zonder veel het specifieke ervan teniet te doen: ‘niet van toepassing’, krijg je dan, en andere fatale foutmeldingen. je kan niet zomaar stoppen met roken, vlees eten of alles in plastic willen verproperen zonder een proces van geleidelijke aanpassing van het specifieke aan het veranderde individuele. het ‘is wat het is’ hoor je dan en ‘laat mij ’s gerust è, ik ben wie ik ben’

angst verzet zich tegen het gebeuren, en het individu lust geen verandering.


de tweede premisse waarop de uitspraak van de Harusmuze vandaag zich lijkt te baseren is dat een voorname productie van het angstige individu een projectie is van hoe het zichzelf kent, namelijk als de onschuld zelve.

wanneer men ‘de natuur’ bedreigt ziet, is die ‘natuur’ welhaast een kindje dat moet gered worden. moeder aarde is ook zo’n arm poezewoefke dat ocharme door al die smeerlapperij bijna niet meer kan ademen.

wij mensen zijn evenveel gebeurende natuur als eender wat wij rondom ons zien. die ‘natuur’ die bedreigt is, is evenzeer een fictie als ons eigen ego-fabrikaat. het ongerepte stukje natuur bestaat al eeuwen niet meer op deze planeet, de gevolgen van ons gehos en gekissebes is onmiskenbaar overal aanwezig.
in onze angstreflex nemen wij de constructie ‘natuur’ en ‘aarde’ voor het echte en vergeten daarbij prompt het heel specifieke van ons eigen gebeuren te midden van dat gebeuren.
de megalomanie waarmee wij dan die ‘natuur’ of die ‘aarde’ willen gaan redden is waarschijnlijk onze ergste ‘zonde’ als je dan toch perse in termen van schuld wil blijven denken. wat wij willen redden is eerder een vakantiebestemming dan de realiteit van de aarde of de natuur om ons heen. en die realiteit zegt ons dagelijks en dagelijks dwingender dat ze helemaal anders gebeurt dan dat wij wel zouden willen dat ze is.

het is eenvoudiger, vermoeden wij, mijn Harusmuzeke en ik, om het echte te willen verbeteren dan om een fictie te willen gaan genezen van een aangeprate ziekte. een planeet geraakt niet verziekt door schuldige individuen, want die bestaan niet, zo werkt de functie ‘individu’ niet. een planeet verkrijgt een verziekt aanzicht door afstotingsverschijnselen opgewekt door heel erg specifieke gevolgen van slechte gewoontes die diep gecodeerd zitten in hoe wij geleerd hebben om onszelf staande te houden.

de truuk om aan slechte gewoontes iets beginnen veranderen is starten met de noodzaak van de gewoonte weg te nemen. de druk is er dan van af. dan kan je beginnen omleidingen maken, aftakkingen, reconversies, updates, inschatten, analyseren, prutsen, proberen en zien of’ het zo wèl werkt

we kunnen ook wachten tot het over gaat, de planeet heeft massa’s meer tijd dan wij. simpel en onverdeeld plezant gaat het nooit zijn.

en: niet willen zien hoe het zou moeten zijn, want dat zijn constructies en ficties, ijdele wensdromen gebaseerd op projecties van imaginaire of verlopen plezier, natuurdocumentaires waar het onschuldige hertje altijd nipt ontsnapt om de kijkcijfers op peil te houden.

iets veranderen is goed kijken hoe het echt gebeurt en uw handen vuilmaken in de shit van het specifieke van het plaatselijke rot om het beter te maken voor de ander die na u komt.

iets veranderen is, anders gezegd, zwijgzaam en volhardend je eigen shit (die je niet wil zien), uiteenrafelen, triëren en omzetten in goeie mest, groeikans voor de anderen.

scève

Estant tousjours, sans m’oster, appuyé
Sur le plaisir de ma propre tristesse,
Je me ruyne au penser ennuyé
Du pensement proscript de ma lyesse.
Ainsi donné en proye a la destresse,
De mon hault bien toute beatitude
Est cheute an fons de ton ingratitude:
Dont mes espritz recouvrantz sentement,
Fuyent au joug de la grand servitude
De desespoir, Dieu d’eternel tourment.