Categorieën
Kathedraalse Leer lyriek Proza Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (20)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De opeenvolgende stadia van gevoeligheid zijn in de eerste plaats de experimentele emotionele schok, de zekere kennis van de schok die wordt

p. 120

gewijzigd door de aandacht, dan het ritme en de drift. Maar je moet ook wel zijn wat je bent op het moment dat je doormaakt. De zekere kennis kan al rijk zijn aan vele driften uit het verleden, en het delirium van driften kan sterk bloeien van een methode die dan sterft of ontluikt. Dit maakt het mogelijk om een cyclus voor te stellen waarin deze factoren elkaar voortdurend opvolgen. Elke behandelde cyclus roept het verloop van zijn gelijke op, terwijl degene die het uitvoert na elke cirkel telkens sterker is, zodat het verloop samen cirkelvormig en toenemend is, zodat de schok, de kennis, het ritme en de drift in elk stadium groeien, om te komen tot het catastrofale delirium waarvan met gelooft dat het finaal is, tot het laatste weten die men alomvattend acht, tot de laatste emotie waarvan men denkt dat het geluk is.

Maar het delirium dat men als definitief beschouwt heeft nog steeds de mogelijkheid van analyse, de laatste kennis een spoor van twijfel en het ultieme geluk een zorg die de eeuwige spiraal alleen maar kan verhogen. Hoe langer men zijn parcours verlengt en vervolgt, hoe sneller het verloop van de cirkels toeneemt in een kracht waarvan men niet kan zeggen of die middelpuntvliedend is of middelpuntzoekend is, maar die cirkelvormig, oneindig, toenemend en vol afwisseling is. Het geheel is het programma van ons lot en de leidmotieven waarvan het pad van de cirkels de constanten van onze werkelijkheid achter zich laat.

Degene die door de beweging wordt gedragen is de “ik” die wordt voorafgegaan door het intuïtieve zelf dat als een radar van het bewustzijn is. Dit paranormale binomiaal waar het onvrijwillige en het onbewuste directe (want de drift heeft zijn tirannie net zoals de wetten van de getallen hun mysterie hebben), voert het verloop van zijn eigen domein uit : de spiraal is zowel zijn weg, zijn aard als zijn leven.

Deze psychische binomiale is ook cirkelvormig, oneindig, groeiend en vol afwisseling, het is het centrum dat beweegt en groeit in zichzelf.
De aldus beschreven spiraal is misschien wel de basis van het universum, de essentie van het spirituele en de essentie van het subjectieve, het beeld van de eeuwigdurende beweging.

originele tekst [RÉQUICHOT 2002, p.120-121]

Les étapes successives de la sensibilité sont d’abord le choc émotif expérimental, la connaissance positive du choc qui se trouve modifié par
l’attention qu’on lui porte, puis le rythme et la dérive. Cependant il faut être ce que l’ on est à l’instant par lequel on passe. La connaissance posi­tive peut se produire déjà riche de bien des dérives passées, et le délire de la dérive s’épanouir fort d’une méthode mourante ou naissante. Ce qui permet d’envisager un cycle où ces facteurs se succèdent perpétuelle­ment. Chaque cycle parcouru appelle le parcours de son semblable, cependant que celui qui l’effectue est une fois plus fort après chaque cercle, que sa démarche est donc ensemble circulaire et croissante, que son choc, sa connaissance, son rythme et sa dérive à chaque étape gran­dissent, pour atteindre vers le catastrophique délire que l’on croit final, vers la dernière connaissance que l’on croit totale, vers la dernière émo­tion que l’on croit bonheur.

Mais le délire que l’on croit final possède encore la possibilité d’une analyse, la dernière connaissance une trace de doute et l’ultime bonheur une inquiétude qui pe11net d’agrandir encore la spirale perpétuelle. Plus on prolonge et poursuit son parcours, plus le parcours de ses cercles s’accroît en rapidité dans une force dont on ne saurait dire si elle est centrifuge ou · centripète mais qui est circulaire, infinie, croissante et mouvementée. Son ensemble est le programme de notre destin et les leitmotive dont le par- . cours des cercles est semé les constantes de notre réalité.

Celui qu’emporte le mouvement est le “Je” précédé du soi intuitif qui est comme un radar de conscience. Ce binôme psychique où l’involontaire et l’inconscient dirigent (car la dérive a sa tyrannie tout comme les lois des nombres ont leur mystère), effectue le parcours de son propre domaine la spirale est ensemble sa voie, sa nature et sa vie.

Ce binôme psychique est aussi circulaire, infini, croissant et mouvementé, il est le centre qui se meut et prend son essor en lui-même.
La spirale ainsi décrite constitue peut-être la base de l’univers, l’essence du spirituel et l’essence du subjectif, l’image du mouvement perpétuel.

Categorieën
Kathedraalse Leer lyriek Proza Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (19)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Als bepaalde vondsten een bepaalde mate van ernst bereiken, is het goed dat ze in de duisternis worden gecultiveerd, dat ze hun pogingen in het occulte doen, dat ze zich verbergen voor de ogen van velen, zodat deze te overvloedige blikken hen niet als lachen bevuilen.

Wat zijn de basisvoorwaarden van het leven?

Stelling: bekijk een schilderij van heel kortbij en je ziet de
toekomstige schilderijen; bekijk het van veraf en je zult de oorsprong ervan zien.

De grens van de tijd is daar waar de snelheid hem opschort en stopt.

p.120

Het gaat er niet om een emotioneel moment te laten duren, maar om het te reproduceren, om het terug te vinden in een andere omstandigheid, in een gelijkaardig moment dat de eerste omstandigheid en het eerste moment samen reproduceert.

Een schilderij is een truc die meta-automatisch geschreven wordt. Hoe meer het schrift wordt gevormd, hoe langzamer het is; als het langzaam is, verliest het zijn automatisme, zijn mogelijkheid om gevoeligheid te manifesteren op het moment dat het wil spreken. Hoe sneller het is, hoe meer de truc verloren gaat en het schrijven onnauwkeurig wordt, vandaar de behoefte aan een beheersing van de “truc” die het snel schrijven en een samengaan van denken en schrijven mogelijk maakt.

De analyse van het schrift en de handelingen die het heeft voortgebracht, maakt het mogelijk om het te herleiden tot elementen die naar believen kunnen worden geïdentificeerd en gereproduceerd. Een synthetische blik maakt het mogelijk om af te leiden welke groepen die uit meerdere handelingen bestaan kunnen worden gereduceerd tot één enkele handeling. Die kennis door middel van analyse zal het mogelijk maken om de middelen voor een handeling meer naar believen in te zetten.

De “Truc” zelf is niets als hij geen kracht put uit de experimentele emotie die hem heeft voortgebracht en ontwikkelt. Het gaat er dus om de truc te doen die de experimentele emotie opwekt die hem heeft doen ontstaan en hem ontwikkelt. Het gaat er dus om de truc te doen die de experimentele emotie uitlokt of, omgekeerd, het experimentele emotionele moment te vinden dat de truc onthult. Deze laatste formule is bijzonder gevaarlijk en aantrekkelijk vanwege de auto-suggestieve effecten en omdat ze berust op een grens van gevoeligheid die neigt naar een algemene nivellering van alle waarden, terwijl ze ons tegelijkertijd in staat stelt de vinger op de hoogste waarden te leggen.

Het laat echter toe om, door middel van verrassingen die stoppen of verplaatsen, de meest acute momenten te fixeren en het zijn deze die we moeten produceren, zowel in onszelf als in anderen. De fout is om ze proberen te laten duren; het is veeleer noodzakelijk om ze opnieuw te vinden of om ze te op te roepen in een andere omstandigheid, in een moment van dezelfde aard die tegelijk de eerste omstandigheid en het eerste moment reproduceert en met de behoefte om de truc opnieuw te vinden.
Men moet ervoor zorgen dat dezelfde emoties in dezelfde trucs worden gereproduceerd: als ze elkaar dicht opeen opvolgen, wordt er een stap gezet in de ontdekking van het ritme.

originele tekst [RÉQUICHOT 2002, p.119-120]

Si certaines trouvailles atteignent un certain degré de gravité il est bon qu’elles se cultivent dans les ténèbres qu’elles fassent leurs tentatives dans l’occulte, qu’elles se cachent aux yeux de beaucoup, pour que ces regards trop abondants ne les souillent pas comme des rires.

Quelles sont les conditions élémentaires de la vie ?

Théorème : regardez un tableau de très près et vous y verrez les tableaux futurs ; regardez-le de très loin et vous y verrez son origine.

La limite du temps est celle où la vitesse l’arrête en suspens.

Il ne s agit pas de faire durer un instant émotif mais de le reproduire, de le retrouver dans une autre circonstance, dans un instant de même nature qui reproduit ensemble la première circonstance et le premier instant.

Un tableau est un truc méta-automatiquement écrit. Plus l’écriture est formée, plus elle est lente ; si elle est lente elle perd son automatisme, sa possibilité de manifester la sensibilité au moment où elle veut parler. Plus elle est rapide, plus le truc se perd et l’écriture devient imprécise, d’où la nécessité d’une maîtrise du “truc” permettant son écriture rapide et une marche de pair de la pensée et de l’écriture.

L’analyse de l’écriture et des actes qui l’ont produite permet de la réduire en éléments identifiables et reproductibles à volonté. Un regard de synthèse permet de déduire quelles sont les sommes faites de plusieurs actes et susceptibles d’être réduites en un seul. Sa connaissance par l’analyse permettra d’utiliser plus à volonté les ressources d’un acte.


Le “Truc” en soi n’est rien s’il ne puise pas un pouvoir dans l’émotion expérimentale qui l’a fait naître et le développe. L’important est donc de faire le truc qui provoque l’émotion expérimentale qui l’a fait naître et le développe. L’important est donc de faire le truc qui provoque l’émotion expérimentale ou, inversement, de trouver l’instant émotif expérimental qui révèle le truc. Cette dernière formule est particulièrement dangereuse et attrayante à cause de ses effets d’auto-suggestion et parce qu’elle s’appuie sur une frontière de la sensibilité qui tend à un nivellement général de toutes les valeurs, en même temps qu’elle permet de mettre le doigt sur les plus graves. Cependant elle permet par des surprises qui arrêtent ou transportent, de fixer les moments les plus aigus et ce sont eux qu’il faut produire, tant en nous que chez les autres. L’erreur est d’essayer de les faire durer ; il faut plutôt les retrouver ou les reprovoquer dans une autre circonstance, dans un instant de même nature qui reproduit ensemble la première circonstance et le premier instant et au besoin retrouver le truc.
Il faut veiller à la reproduction des mêmes émotions dans les mêmes trucs : si elles se succèdent de façon rapprochée un pas est fait dans la découverte du rythme.

Categorieën
Requichot

dagboek zonder dagen (17)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Nieuwe reacties ontdekken van het zenuwstelsel en het mentale systeem op de dingen, transformeren wat het gevoel waarneemt, het vermogen om te voelen transformeren, de mogelijkheden transformeren totdat de objecten om ons heen niet meer worden waargenomen zoals ze vroeger waren.
Het veranderen van wat ons omringt door het veranderen van de indruk die we ervan hebben, door het veranderen van de geest en de zintuigen die in staat zijn geworden tot een nieuw begrip van de dingen. Dan zal de zelfanalist, in psychische omstandigheden tot nu toe onaangeroerd, de geest ervaren die hij voor zichzelf en het universum heeft geschapen en die hij met dit oog zal aanschouwen.
Het zou een verandering van het universum zijn: en het universum is relatief gemakkelijk te veranderen.

Deze wijziging van de receptieve vermogens die voor het eerst in enkele mensen zichtbaar zijn, en die zich over generaties verspreiden naar een grotere groep, zou ons in staat kunnen stellen een wijziging van de perceptie van de soort te veronderstellen: een wijziging van het gevoelige systeem ervan, en als de schilderkunst al een zekere communicatieve kracht bezit, kunnen we daaruit afleiden dat vanaf nu de transformatie van de soort begint het kijken naar bepaalde schilderijen.

Wat we het meest liefhebben is ook wat ons het meest doet lijden: dat wat ons nog meer geluk oplevert en wat ons sterker roept dan het geluk, een hoop die de vreugde overstijgt. Voorbij het lijden, voorbij het geluk, begint de hoop. De veeleisende hoop die mettertijd spijt meebrengt die geen dingen meer betreurt als we ze vergelijken met alles wat de voorkeur heeft gekregen. Wie niet eens het geluk heeft opgeofferd, is niet naar de diepte van het lijden gegaan voor wat hij liefheeft, maar wie naar de diepte van het lijden is gegaan, is ook naar de diepte van de ellende en de vrijheid gegaan.

Geluk is nog steeds een gehechtheid aan de aarde.
Ga verder dan het geluk en verder dan de aarde.

originele tekst [RÉQUICHOT 2002, p.118-119]

Découvrir des réactions nouvelles du système nerveux et du système mental devant les choses, transformer ce que perçoit la sensibilité, transformer son aptitude à sentir, transformer ses possibilités jusqu’à ce que les objets qui nous entourent ne soient plus perçus comme ils l’étaient.
Modifier ce qui nous entoure par la modification de ‘impression que nous en avons, par la modification du mental et du sensible devenus aptes à un nouvel entendement des choses. Alors l’auto-analyste, dans des conditions psychiques jusqu’alors intouchées expérimentera le mental qu’il se sera créé et l’univers qu’il contemplera de cet oeil.
Il s’agirait d’une modification de l’univers : et l’univers est relativement facile à changer.

Cette modification de facultés réceptives saillantes d’abord chez quelques-uns, s’étendant au cours des générations à un groupe plus vaste pourrait permettre de présumer une modification des perceptions de l’espèce: une modification de son système sensible et si la peinture possède déjà un certain pouvoir de communication, nous pourrons déduire que regarder certains tableaux commence dès maintenant la transformation de l’espèce.

Cela qu’on aime le plus est aussi ce qui fait le plus souffrir, cela à quoi l’on sacrifie même le bonheur et qui nous appelle plus fort que ce bonheur qui est une espérance au-delà de la joie. Au-delà de la souffrance, au-delà du bonheur, commence l’espérance. Espérance qui exige et qui emporte avec le temps bien des regrets qui ne sont plus des regrets si on les compare à tout ce qui leur a été préféré. Celui qui n’a pas sacrifié même le bonheur n’est pas allé jusqu’au fond de la souffrance pour ce qu’il aime, mais celui qui est allé jusqu’un fond de la souffrance, est allé aussi au fond du dénuement et de la liberté.
Le bonheur est encore une attache à la terre.
Va-t-en par delà le bonheur et par delà la terre.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers
Categorieën
Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (16)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

[…p.118…]

Net zoals het mogelijk is om de gedachten in wakende toestand aan een discipline te onderwerpen, is het mogelijk om de gedachten en de gevoelens van dromen te disciplineren: er toe komen om bepaalde zaken bewust niet te dromen, vervolgens er toe komen om bewust bepaalde andere dingen te dromen, die dromen te registreren, er een zeker bewustzijn van te hebben, er de herinnering van verbeteren om zo van de slaap wat nieuwe bagage aan kennis over te houden en zo de slaap om te vormen tot een onderzoeksmiddel. Er voor zorgen dat de vreemde vondsten van de dromen ons tijdens de rest van het leven naar een beter begrip van die zaken leiden, waarvan we ons nog niet bewust zijn: dat die zaken langzaam stijgen van het onbewuste onbekende en onvoelbare naar het gekende, het bewuste en het voelbare. Dat daargelaten zijn er toch bepaalde gedachten uitgesloten uit het mentale in wakende toestand die zelfs geen toevlucht vinden in de droom. Deze uitsluitingen van het bewustzijn, uitsluitingen uit de droom zullen hun toevlucht zoeken (is het nog leven) in de meest obscure afwezigheid van het denkbare, het verlangen en het gevoel. Er zal heel natuurlijk een verhouding ontstaan tussen de slaap en het waken: in de slaap ontwikkelen zich de materialen bestemd om zich af te scheiden van het onbewuste, terwijl die zaken die bestemd zijn om het bewuste te verlaten zich nog voordoen in de droom vooraleer zich meer definitief af te zetten in de meest onwaarneembare gebieden.

Het idee komt zo uit het voorbewuste, uit het onbewuste, uit wat achter het onbewuste ligt, neemt het zijn aanvang in de nacht van het onwaarneembare en het onvoorstelbare. maar door ons te trainen in de kennis die zich ontwikkelt in die achterwereld, door discipline, door ons meer bewust te maken van die ideeën, die gevoelens, die gewaarwordingen die er nog nauwelijks zijn en waarop de dromen een straal daglicht werpen, benaderen wij een beter begrip van dat onwaarneembare en dat onvoorstelbare.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

ik weet het niet maar ik denk niet dat ze elkaar gekend hebben Réquichot en Artaud. ik denk ook niet dat beide personen erg compatibel waren, ’t is een ander afdeling om het zo oneerbiedig te zeggen…
soit, we houden de kerk in ’t midden met nog ’s een paragraafke vertaling van Bernard vandaag…

mss., zo hoor ik mij denken, ben ik zelf wel een soort meta-zot, een ontsnapsel uit een verder onbekende dimensie van de waanzin, dat ik mij zo begrepen voel bij beiden. tja. ja sè.Deleuze, da’s ook nog ewa thuiskomen, maar da’s niet zo bekend maar dat was ook nie echt ne gewone ze. die kon er in zijne privè ook nie een beetje neffens derailleren.ach ach, ge moogt er niet teveel over doordenken net zoals over Amerika en de Amerikanen dezer dagen. als ge daar op begint door te denken wordt ge zotter dan zot van verdriet en pure horror want allez dat is toch puur een zwart gat van absolute horror nu en zeggen dat daar ontelbare letterlijk ontelbare verschrikkelijk lieve en schattige menskens wonen die net als wij alleen maar vragen om af en toe een beetje gerust te mogen zijn en blij te zijn bij elkaar. ’t is erg en nog erger is dat er niks aan te doen is en dat we hier van geluk mogen spreken toch…

weet ge als ge daar te lang over doordenkt over dat soort zaken geraakt ge helemaal ommuurd door de absolute onleefbaarheid van hoe onze werkelijkheid, dat stukske van ons aller illusies dat we blijkbaar delen kunnen, van hoe die communiceerbare fictie zich verhoudt tot wat het in onze verbeelding zou kunnen zijn, enerzijds en dat van binnen uit, als we zo ommuurd zitten al, ook nog ’s opstijgt het gevoel van hoe het ‘echt’ zit, want we weten dat niet bewust dat we dat weten maar we weten het wel onbewust en dat is dan geen echt weten maar een onontkenbaar besef, een weten van het niet-weten zoals wanneer ge weet dat ge iets vergeten zijt, wel als die nest binnen de onmogelijkheid van enige uitweg uit de realiteit naar het imaginaire ook nog ’s komt opzetten dan begint ge pas de ware toedracht van de woorden van zowel Réquichot als Artaud te begrijpen, te doorgronden, niet omdat ge het ‘snapt’, ge kunt het zelfs niet uitleggen, maar gewoon omdat ge het ervaart omdat het in uw puttekensputteke ook aan het gebeuren is, alleen hebt gij nog de luxe dat ge het naar believen af kunt zetten omdat ge die kracht nog over hebt, terwijl die twee pipo’s er vrijwel constant geheel aan overgeleverd waren, het moesten ondergaan. feesten van angst en pijn.

die fameuze écriture du réel, wat het ook moge worden, wat daaruit voort gaat komen, en je voelt dat er iets heel erg hoognodig Iets wil worden alsof de ganse wereldziel in alle kottekens van de humane expressie aan het pushen is om dat Iets er uit te krijgen, die fameuze Gebeurte die ons overkomen gaat, echt fameus plezant gaat het denkelijk toch nie worden hoor.

achteraf misschien, als we het horen jengelen met een engelenstem.

maar bon, ’t is nu niet alsof we daarin enige keuze hebben, dat is ongeveer het domste wat je daarbij kan denken.

blijven ademen dus, zoals ons moeder moest doen van de bevalmadam.

Categorieën
Kathedraalse Leer Proza Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (15)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De materie is zonder begin, de geest komt evenals het leven voort uit de evolutie van de materie. Het is daarom dat het kleinste fenomeen van de materie in zich de potentie draagt van de geest en het leven. Omdat de materie zich zonder twijfel op min of meer zeldzame wijze op elke plaats van het universum bevindt, kunnen we zeggen: elk deeltje van het universum bevat in potentie geest en leven. Omdat elk deeltje van het universum sinds oneindige tijden bestaat, heeft elke deeltje sinds oneindige tijden al ontelbare cycli van metamorfoses doorlopen, van leven en dood. De tijd beweegt in het binnen van het universum en beweegt op zichzelf; hij geeft aan elke plaats een geschiedenis even oud als de ganse wereld en gelijkaardig aan eender andere waar materie, leven en denken overlappen.
Vanaf een zekere zwaartegraad wordt het denken universeel: dat is waar voor de dichter, de wijze, de kunstenaar en ieder waarvan de activiteit een

p.118

middel tot kennis is. het is daarom dat wanneer zij die graad bereiken hun verslagen hen onderling verrijken omdat ze een gemeenschappelijke taal spreken. Door verschillende middelen tot kennis komen ze bij die gemeenschappelijke plaats waar ze hun zienswijzen met elkaar kunnen confronteren. Vandaar dat de studie van het fundamentele begint wanneer de gescheiden middelen tot kennis aftreden.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers
Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #90

jt 90 – par la vertu du signifiant – WAL GING

in mijn lezing van Jean Oury’s Création et schizophrénie [OURY 1989], een serie uitgesproken weigeringen om to the point te komen, was ik vanochtend aanbeland bij de laatste séance van het eerste seizoen (1986-1987), het deel dat Oury eerst in annexen wou weergeven bij de substantie van wat nog komen moet – het tweede seizoen dat ik nog kan ochtendbenchen – maar dat hij bij nader inzien toch liever in extensu weergaf om ook het groeiproces van die hoofdtekst te kunnen meegeven.

we maken in het boek dus ook de verharding ter boekstaving van de ideeën weer die erin ontwikkeld worden, het boek wil de lezer de ervaring van de totstandkoming van het boek meegeven, het incorporeert haar eigen methode.

het verschilt in aard niet zoveel van wat er hier gebeurt aangezien deze teksten die u nu leest zoals de aanwezigen bij de séances de bevoorrrechte getuigen waren van de uitspraak van de gedachten van Oury, later wellicht ook de invoer voor een verder onderzoek gaan vormen. Neo-Kathedraals onderzoek, de echte fan weet dat nog, is een zoeken naar de afwezige Kathedraal en daardoor het bouwen ervan.

het gaat mij hier om de methode, laten we wel wezen, niet om het belang van de inhoud, ik maak nergens aanspraak op, mijn Kathedraal is immens veel groter en belangrijker dan ikzelf maar ze zal zichzelf net zo goed moeten waarmaken op het moment dat ik er niet meer ben om haar in leven te houden. je moet weten waar je mee bezig bent, au moins.

de methode is niet vreemd aan die van Lacan die in zijn Écrits boek (’t is besteld) van 1966 daartoe ook het essay over Poe’s Purloined Letter vooraan plaatste om duidelijk te maken dat het medium deel uitmaakt van de methode. het is de erkenning voor het onlosmakelijke talige van het denken – en de (pre)talige organisatie van het onbewuste bij Lacan (Oury) – die ons eigenlijk dwingt om de methode in de communicatie van het onderzoek te betrekken, niets minder dan de eerlijkheid, is dat, uiteindelijk.

het is begrijpelijk als misvatting maar toch ook wat tragisch dat net die mensen die deze eerlijkheid aan de dag leggen zoals Lacan en Derrida vaak charlatanerie, mystificatie en hautaine moeilijkdoenerij verweten wordt, maar bon, soit, dat soort verwijten zijn vaak enkel het probleem van degenen die ze uiten.

elkwegs: de sublimatie, zo herhaalt Oury ons vandaag [OURY 1989, p.73], is de passage van het object van verlangen naar het Ding (‘la Chose‘) en het Ding is het betekenisloze dat de inscriptie toelaat, het betekenen. want de signifiant (‘betekenaar’) is in het Saussure-schema per definitie de betekenisloze drager van de signifié (‘betekende’).

onze dagelijkse geste is uiteindelijk zo’n oefening in sublimatie: we fixeren een beweging tot een herhaalbaar spoor, een corridor, die net door de fixatie haar betekenis als spontaan gebaar verliest: het wordt niets meer dan dat wat je ziet.

de overgang van gebaar (emotioneel geladen beweging in het moment) naar geste (het gebaar geabstraheerd tot (on-tijdig?) teken met een ‘afgesproken’ betekenis) herhaalt in een labo-situatie met 1 testpersoon de genese van een betekenaar. ik vind elke dag een nieuw schrift uit bestaande uit 1 teken, met 1 betekenis die door haar uniciteit alle betekenis verliest.

de labo-situatie is natuurlijk niet zoals het werkelijk gebeurt: in de werkelijkheid kan een geste of een andere betekenaar enkel die functie krijgen door iteratie na iteratie van interpersoonlijk gebruik in (differentie)relatie tot een reeds bestaand (taal)systeem.

en die werkelijkheid is op zich een talige constructie, een fictie van het echte, dat noodzakelijk onbereikbaar blijft.

toch: mijn dagelijkse oefening heeft het voordeel dat je het keer na kaar, kan zien (en horen) gebeuren, hoe ‘artificieel’ het proces ook is. het valt nog te bezien, wat precies we zo te zien krijgen.
wat we theoretisch al dachten te kunnen besluiten (de falsifieerbare hypothese) is dat het niet anders kan dan een hoogst-individuele verzameling van hoogst-individuele betekenaars worden, waarbij er een zekere verknoping van klank, gebaar en vooraf bestaande ‘betekenis’ merkbaar zal worden.

het belangrijkste evenwel is dat we gewoon zien wat het wordt, en dat we ons net als Bernard Réquichot laten leiden tot daar waar het werk naartoe wil, los van enige vooropgestelde eisen van ‘markt’ of andersoortige ‘waarde’ .

met die reserve wel, dat als er moet uit ramen gesprongen worden, het werk dat vaneigens alleen mag doen. iedereen zijn ding è.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #81

jt81 – le rève se cultive dans les ténèbres – OR GEL AA PJE

Jean-Francois Chevrier sluit zijn boek ‘Zone sensibles’ [CHEVRIER 2019] op klassieke Koenstboekwijze af met een soort van eindwaardering.
ofwel dient men zich in zulk een sjabloon uit te putten in superlatieven, zeker aangewezen als het een grote naam betreft met astronomische marktwaarde, of men kan ook opteren om de net ontwikkelde eigen kijk op het werk in de verf zetten. er staat dus weinig vermeldenswaard in dat slothoofdstuk.

maar ach, ik ben mij pas in de laatste hoofdstukken beginnen ergeren, en al bij al is dit een meer dan behoorlijke monografie. er is ook nog een heel bruikbare uitgebreide ‘Chronologie’ van het leven van Réquichot aan toegevoegd, uitgebreid op basis van de bestaande chronologie in de Catalogue Raisonné van 1973 met eigen onderzoek van Chevrier. en een degelijke bibliografie, zodat het werk zeker een onmisbaar document is voor ieder die zich voor Réquichot interesseert.

daarbij is het natuurlijk zeer jammer dat al dat werk gedoemd is om enkel voor de enkelen beschikbaar te zijn die het zich kunnen veroorloven, tenzij dan in gespecialiseerde bibliotheken maar die zijn voor het brede publiek de facto sowieso moeilijk toegankelijk. in een tijd dat digitale verspreiding van data nauwelijks meer kost dan de stroom die het verbruikt, getuigt dat van een vrij obsceen te noemen elitarisme, surtout daar het voortbestaan, ook van die gespecialiseerde bibliotheken, in een tijd dat de afdelingen menswetenschappen aan de universiteiten geslachtofferd worden aan een onbegrijpelijke besparingswoede, allerminst gegarandeerd is, evenmin als de publieke toegang ertoe in tijden van beperkte mobiliteit.

als excuus voor die hebzuchtige toeëigening van het werk van een auteur die in 1961 overleed, gebruikt men zoals steeds het zogenaamde auteursrecht dat op dergelijke wijze de rechten van de overleden auteur op een vrije verspreiding van zijn werken die immers tot het publieke domein zijn gaan behoren op een afstotelijke manier verkwanselt aan het eigenbelang van de uitbaters ervan. dat ‘auteursrecht’ is op die manier bovendien verworden tot het voornaamste obstakel in de weg van een natuurlijke overlevering van het eigenlijke werk van een auteur, een conclusie waartoe ik al in 1996 kwam.

het duurde evenwel tot in 2004 vooraleer ik tot enige serieuze bezinning kwam rond die problematiek, een bezinning die mij uiteindelijk pas in 2017 deed besluiten dat de enige uitweg uit dit moeras van nijd en absurditeit de radicale verwerping van de begrippen ‘publiek’ en ‘productie’ waren, dat de enige zinvolle invulling van het auteursconcept er een is dat open staat voor iedereen, dat de activiteiten van het ‘lezen’ en ‘schrijven’ in mijn hoekje van het brede gamma aan creatieve activiteiten gelijkwaardige instantie zijn van een algemene I/O van de creativiteit en dat dergelijke I/O enkel in een open, anti-elitaristische en a-commerciële cultivatie ervan, een zuiver altruistisch georganiseerde waardering ervan, kan bijdragen aan een gezonde samenleving. het ideaal hier is met onafwendbare evidentie dat van een volstrekt rationele, dynamische religie van de enkeling als deelnemende aan de expressie van de wereldziel.

maar strijden daarvoor heeft geen zin, omdat zulks geen doel is dat bereikt kan worden, daarvoor staat geheel de humane nijd ons te zeer fataal in de weg, daarvoor is de mens vooralsnog te zeer gefocust op de eigen ondergang, een ondergang overigens, die, moest het je nog niet zijn opgevallen, met rasse schreden nadert in de vorm van een globale crisis in vergelijking waarmee het huidige corona-incident een – met het nodige respect aan de slachtoffers – verwaarloosbare peulschil is. en de strijd is ook zinloos omdat het de enige mogelijk uitweg is uit het dilemma ‘mens’. het komt er m.a.w. hoe dan ook van, wij hebben daar zelf geen enkele controle over.

het enige wat het vrije individu aan dat ideaal kan bijdragen is het activeren van voorbeeld van een praktijk ervan, een werkend exemplaar van hoe het anders zou kunnen, moest niet een ieder gekluisterd blijven hangen aan de eigen eerzucht, hebzucht en nijd t.o.v. de ander.

zo’n praktijk van het exemplarisch activisme kan je als individu echter enkel uitbouwen als je zelf, zoals ik, in een uitzonderingssituatie aan de kant geschoven bent door de bestaande samenleving, en/of als je (anderszins) de luxe hebt om je aan de grijpgrage klauwen ervan te kunnen onttrekken. je moet m.a.w. niet alleen zo zot zijn om het te willen proberen, je moet ook effectief ‘zot’ genoeg zijn om het te mógen doen. of rijk genoeg natuurlijk, maar de rijke exemplaren zie ik nog niet vlug in de eigen voet schieten, om niet terug te moeten vallen op de meer voor de hand liggende , maar aggresievere kamelenoogparabel.

waarmee we uiteraard vol in het onbedwingbare en uiterst subversieve terrein van de waanzin zijn belandt, een terrein dat we in dit ‘journal intime’ nu verder op kousevoeten gaan verkennen aan de hand van een lezing van ‘Création et schizophrénie’ van Jean Oury, oprichter en stichter van de La Borde kliniek en de peetvader van alle Deleuzianen [OURY 1989].

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
Kathedraalse Leer Proza Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (14)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Soms moet je vechten tegen je denken en als het denken ons overstijgt kan het ook een middel worden om ons te overstijgen.

p.117

Voor de dingen van het dagelijkse leven, zij kunnen schilderkunst worden als zij [als?] dingen van buiten resoneren met de wereld van binnen, en de schilderkunst gelijkaardig aan de dingen wordt.

De mens van de toekomst zal begrepen hebben hoe hij gemaakt is en hoe hij functioneert, hoe de mekaniek in elkaar zit van zijn denken en zijn voelen; hij zal dat kunnen maken en laten werken, hij zal denkende en voelende machines maken en die kunnen zich zelfs perfectioneren: ze zullen gemaakt zijn naar zijn beeld. Hij die hen maakte zal hen domineren en hen begrijpen: weinig zal voor hem nog een daad van begrip of gevoel zijn.

Stelling: De beweging ontbindt de materie: hoe meer de beweging toeneemt, hoe meer de materie zich wegvaagt.

God is een eenvoudig idee gebruikt door mensen die zich geen vragen stellen.

Men kan zich de fenomenen van de dood heel goed voorstellen en dus bestuderen zonder al dood te zijn of bezig te sterven.

De auto-analist experimenteert met ongerepte psychische toestanden.

Als de getallen enkel een ingebeelde existentie hebben kunnen de wiskundige bewijzen dan iets anders zijn dan ingebeelde waarheden?

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

Dit bestand maakt deel uit van de Neo-Kathedraalse Lezing van het werk van Bernard Réquichot.

Een NKdeE-Lezing is een recyclageprogramma dat de nalatenschap van een overleden auteur publiekelijk bestudeert met het oog op een opname van de overledene in de Kathedraal als Kathedraal-Auteur.

Categorieën
Requichot Vertalingen - Bewerkingen

dagboek zonder dagen (13)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

Reactie impliceert gewaarwording op een variabele graad van bewustzijn. De niet gewilde keuze van de reactie veronderstelt een reden, dus een betekenis.
Voorbeeld van betekenis: klauwen op de grond indiceren de passage van een leeuw.

De toeschouwer van een dergelijke gevoelige plaat heeft de rol haar te lezen; de lezing begint in de omgekeerde richting van het schrift: de toeschouwer ziet eerst dat waarmee de analyst eindigde en, om de zaken redelijk grof te beschouwen, keert langs omgekeerde opeenvolging op de loop der acties terug.

Wij, de introverte anderen, wij hebben onze twijfels over ons, zoals jullie extraverten waarschijnlijk jullie twijfels hebben over de anderen.

De communicatie onderneemt haar pogingen in de experimentele emoties. Wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik.

Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen.

Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers

commentaar

eigenlijk is het onvoorstelbaar wat voor een verschrikkelijk slechte lezers de geschriften van Bernard Réquichot hebben moeten doorstaan. ik heb in ieder geval bij al het geschrevene dat ik over Réquichot las nergens de indruk gekregen dat de auteurs daarvan ook maar iets van deze geschriften hebben begrepen.

het zijn nochtans geen obscure geschriften, ze verhullen totaal niks, ze zijn doodeerlijk en zeggen exact wat ze ‘willen’ zeggen. maar je moet het geschreven wel willen activeren als gedachte in je hoofd, je moet ze (durven/willen/ de moeite nemen om ze) open( te )vouwen van tekst tot gebeurende gedachte.

je moet Réquichot dus lezen zoals men vroeger boeken las, en zoals men ze ook schreef, niet als kant en klaar consumptieproduct maar als een hulpmiddel, een werktuig om gedachten te laten gebeuren.

(de Trionfi van Petrarca moet je ook zo lezen, als een programma om alle verhalen achter de korte vermelding in de tekst van de ‘optocht’ te laten gebeuren in je hoofd, de echte tekst van de Trionfi werd geschreven door de lezers van Petrarca die de code nog konden lezen als programma, als code voor de machine van het geheugen – hoe denk je anders de immense populariteit van die tekst te verklaren die door zijn tijdgenoten duizend keer hoger ingeschat werden dan de liedjes voor Laura? omdat al die duizenden lezers zo loemp waren misschien? wie is er hier loemp? de evolutie in de cultuur is een constante devolutie, het wordt alleen maar erger met de loempigheid…)

neem een zinnetje als: ‘Si le diable existait nous nous connaîtrions davantage’ ( ‘Mocht de duivel bestaan, wij zouden onszelf beter kennen’).

wat betekent dat als je het eenmaal, driemaal honderdmaal leest? als je weigert te denken, weigert bij jezelf op zoek te gaan wat het zou kunnen betekenen, blijf je enkel achter met een gratuit bon mot, een aforisme zoals je er wel duizend per dag zou kunnen consumeren.

maar hoe kom je tot de gedachte die deze zin activeert als je het toelaat? wel, de zin zegt dat de duivel niet bestaat en dat we daardoor onszelf niet zo goed kennen dan wanneer dat wel het geval zou zijn.
waarom zouden wij onszelf dan beter kennen?
wat is de duivel? het kwaad in de mens. we kennen dus niet het kwaad in de mens want dat zit in ons denken, en moest het niet in ons denken zijn, dan zou het bestaan als duivel en dan konden we het kennen, want dan viel immers ons denken niet langer samen met het kwade erin, met de duivel ervan die evenwel niet bestaat.
voila, nu is de gedachte vrij en kan ze beginnen wérken, je hebt een pad geopend in de gewoonte van je denken dat er nog niet was, want aja, dat was uw gewoonte niet om daar zo over te denken, maar nu bestaat die duivelse gedachte in jou en ken je jezelf iets beter, maar wat ken je beter? is dat wel jezelf? is het Réquichot? de duivel?

zie je, je kan die geschriften niet zomaar ‘consumeren’ zoals je wel met deze teksten van mij kan doen, dat is daar slappe koffie tegen (geeuw maar, je mag, ik sta het jou toe).

nog een voorbeeld? oké, volgende zin: “L’extrême aigu du bruit est une forme de sadisme”( ‘Het meest extreem doordringende van het lawaai is een vorm van sadisme’).

hoe gaan we van deze uitspraak opnieuw een actieve gedachte maken? wel hop, dezelfde manier van ‘lezen’: wat is lawaai, wanneer is lawaai lawaai en geen geluid?

lawaai is lawaai wanneer het als lawaai wordt waargenomen, wanneer het herkent wordt als lawaai, wanneer het zich herkent als lawaai. wat kan het lawaai anders doen dan genieten van zijn lawaai-zijn, zijn hinderlijk zijn, van de ergernis die het opwekt, het spoor daarvan dat het aanricht, hoe prachtig is het niet om lawaai te zijn, hoe je de teerbewaakte stilte kan openrijten, hoe je het ongerepte met een gilletje kan aansnijden, openrukken, vernielen verwoesten. maar nee hoor lawaai is gewoon bot betekenisloos lawaai, het is alleen het meest extreem scherpe van het lawaai dat een vorm is van sadisme, het soort lawaai dus dat genoegen schept in het lawaai zijn.

beide zinnen staan na een vrij omstandige uitleg dat een schilder die experimenteert met zijn automatisme van de toeschouwer verwacht dat deze de omgekeerde weg zal afleggen om zo te lezen wat de schilder emotioneel heeft doorgemaakt (weerzin, enthousiasme, wantrouwen) door de confrontatie met die automatische expressie.

midden in die uitleg, lees daar ajb niet over in je post-corona haast, gaat het over het gebrek aan vertrouwen dat ook de extravert wel moet kennen (veronderstelt toch de introvert) in de ander, terwijl de introvert natuurlijk nooit verder komt dan twijfel aan zichzelf, omdat zulks tenslotte het enige is waar hij zekerheid over zou kunnen bereiken, maar zie je zelfs dat lukt mij niet, ik ben nou eenmaal introvert dus ik twijfel in de eerste plaats aan mijzelf…

maar kom, besluit hij dan (twee dagen later? een maand later? we weten het niet, geen enkele lezer van Réquichot heeft het zich afgevraagd blijkbaar, hoe kan je dit lezen en het je niet afvragen???)
kom, besluit hoedanook de auteur van deze als 1 doorlopend geheel gepresenteerde tekst, ik zal jullie deze twee zinnetjes prijsgeven, zodat deze geschriften werken zoals mijn schilderijen, zodat jullie als lezer de omgekeerde weg kunnen volgen en mijn gedachten kunnen lezen door ze bij jezelf te activeren, want als dat in schilderijen zo werkt is dat omdat ik geleerd heb dat het in geschriften ook zo werkt, dat weten jullie toch ook, die zo wanstaltig zeker lijken te zijn over jullie zelf, jullie duivel-loze ikjes in de sacrale stilte van jullie zwijgen?

wat Réquichot ons biedt in zijn geschriften is geen onthulling, geen revelatie, geen epifanie, maar wel de ervaring van een autonoom denken, een belevenis van het gebeuren van het denken zelf.

het is een experiment (zoals alles wat hij doet experiment is, onderzoek, Faustiaanse queeste naar het echte) dat niets minder doet dan pogen om momenten van verbinding tot stand te brengen over de dood heen, een dood die voor de voltrekker van de eigen ondergang, voor de duivelskunstenaar, de leerling-Faust Réquichot op elk moment in zijn leven en in zijn handelen aanwezig was. wat is schrijven anders dan een poging om iets achter te laten van je gedachten? wat is schrijven anders dan een passie die je beoefent alsof je leven ervan afhangt, want dat doet het ook echt op elk moment dat je schrijft.

“wanneer de experimentele emotie verrast, vervoert of stopt, dan komt dat wat verwacht werd aan en fixeert zich in een ogenblik. ”

welkom, jij hypocriete lezer, mijns gelijke, in het moment van Bernard Réquichot.

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Requichot

journal intime #76

76 – la profération poetique – LA IE S

het plezier van de nonsens is ook het plezier van de poëtische zegging en dat van het kind in zijn brabbeltaal. de nonsensicale hoofdlettergedichten van Réquichot zijn echter geen cobra-achtige verheerlijking van het kinderlijke of van de spontane, onberedeneerde zegging.

het is eerder taal die van haar communicatieve zin ontdaan is, kale taal waarvan de afgestroopte nonsens overblijft, erotische transgressies van de stem. het is harde, virale klank-asemiek. totemtaal? ik lees momenteel zeer aandachtig de jeugdgedichten van Réquichot die niet geschikt voor publicatie werden geacht door de samenstellers van de ‘Ecrits’ in 1973, en ik denk te kunnen begrijpen waarom, want je kan die moeilijk anders lezen dan als fallische masturbatiehymnen. deze teksten (waarvan 12 bladzijden blijkbaar verdwenen zijn) zijn ook later niet opgevist, niet in 2002, bij de nieuwe uitgave van de geschriften en ook niet door onze Jean-François die er slechts in een voetnoot van rept, waarin hij zegt dat Marcel Billot ‘goed geadviseerd was om deze ‘adolescentenpoëzie’ niet te publiceren [Chevrier 2019, p.201]. ze staan gelukkig wel in de annexen van de doctorale thesis van Claire Viallat-Patonnier[CV-P 2016] . meer daarover later.

Réquichot’s (experimentele) klanklyriek is ook vanaf 1959 aanwezig in de titels van het schilder- en collageerwerk. ik verzamel ze hier, om toch enige systematiek te verkrijgen in ons onderzoek (de nummers tussen vierkante haken verwijzen naar het nummer in de Catalogue Raisonné van 1973):

  • BEKABUISSON – BECS ET NIDS [CR363] (1959)
  • CHASTAKROUT [CR361] (1959)
  • FETAGRONOM [490] (1960-1961)
  • LOUCHAKOUPÉ [CR 375] (1959-1960) verfrommelt ‘louche’ met ‘a coupé’ als benaming voor een monsterlijke collage van animale ribbenkasten die een figuur vormen die onthoofd lijkt te worden door een lijn van gebeente
  • NEKONK TANTEN TANK MANA [CR495] (1959-1960), de reliquaire van ringen
  • NOKTO KÉDA TAKTAFONI [CR 383] (1959-1960): dit kan je duidelijk lezen als ‘de nacht val tactafonisch’ met een synesthesie van het voelen vallen van de stilte
  • MOUSTAKSALIZE [CR430] (1960-1961)
  • PEKAT’ LOKAILLE [CR403] (1960) stroopt de denotatie af van de naam van de sigarettenverpakking P4
  • RADILAKTE [CR478] (1960-1961) is een van de meest lieflijk ogende walgbakjes met puddingbloemen, verhemeltes en tongen tussen de druiventrossen
  • SETERKOK [CR374] (1959) met als ondertitel L’ ARBRE DE SCIENCE’
  • SOIPON VRADIL [CR416]
  • VIBROSKOMENOPATOF [CR429](1960)

‘voorlopers’ met neologismen (in hoofdletters) in de titel:

  • SUSPENTATEUR [CR125] (1956) (gestegen in waarde van €3218 in 2012 naar €26,650 in 2015)

twijfelgevallen na 1959

  • ANTIBARON I en II [CR413-414] (1960)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
Requichot

dagboek zonder dagen (12)

// vertaling van Bernard Réquichot’s “Journal sans dates” REQUICHOT 2002 p.107-149 – hopelijk elke dag een stukje – de paginanummers van de Franse tekst worden op een aparte regel rechts uitgelijnd in klein bold lettertype vermeld boven de betreffende pagina in deze vertaling

De aandacht trekken op de uitdrukking van de associaties van de vrije daden, zonder enige gewilde keuze of uitsluiting. Een onvrijwillige en onbewuste associatiemecaniek veroorzaakt de opeenvolging der daden, stuurt ze naar het einde van de grafische en geïmiteerde phrase wanneer de mecaniek haar maximale spanning bereikt.

Observaties van de daad: ik denk met mijn zenuwen, mijn tanden, mijn klauwen. Ik zou willen bijten vernielen, ik wind mij op. Spieren (zijn het wel spieren?) waarvan ik nog niet de plaats heb gedefinieerd spannen zich tot het genot en pijn wordt tegelijk.

De overdracht van een betekenis veronderstelt analoge sensaties ondanks verschillen in persoonlijkheid.

116

Kijken naar de voortgang van de mentale mechanismen in werking tijdens de actie.

Het schilderoppervlak beschouwen als een gevoelige plaat voor de variaties van mentale spanningen, gevoelige plaat waar de spanningen zich vastleggen op het ogenblik van hun passage, die wanneer zij gevuld is een grafiek weergeven van de opeenvolging van psychische momenten.

Geconfronteerd let zijn eigen reactie zichtbaar gemaakt op het moment dat die zich voordoet wordt de auto-analyst overvallen met weerzin, met enthousiasme, met wantrouwen, dat wil zeggen hij reageert nog, deze nieuwe reactie noteert zich in het vervolg van de vorige reacties; aldus haken de acties in reactie op elkaar ineen.

Afbeeldingsresultaat voor Réquichot Ecrit divers
Categorieën
journal intime Requichot

journal intime #75

jt 75 – je laisserai des livres indéchiffrables – DA VE RE

pfft: twee van de vier auteurs (Réquichot, Celan, Snoek en Scelsi) waar ik mij momenteel intensief mee bezighoud zijn zelfmoordenaars, één is een twijfelgeval. alleen Scelsi heeft het vrolijk fluitend uitgezongen en is een naar men mag aannemen natuurlijke dood gestorven een dag na de door hem voorspelde datum 8/08/1988. ja dat moet ik nog uitzoeken hoe het zit met die voorspelling.

(zelf sterf ik, voor wie zich daar zorgen over maakt, op 5 mei 2054, maar geloof me: op die dag hebben diegenen die dan nog in leven zijn andere kopzorgen dan dat).

ik las net dat de corono-logika van de evidentie (de wetenschappelijkheid van de prognose maakt de beleidskeuze noodwendig) toch al voorzichtigjes wordt doorgetrokken naar de uiterst voorspelbare zomerse waterschaarste.
net zoals de dood eigenlijk het leven eenvoudig maakt, maakt ook de zichtbaarheid van de bovengrens aan de meedogenloze exploitatie van de aarde de beleidskeuze simpel. moesten we onsterfelijk zijn, we zouden met onszelf geen blijf weten.

er voortijdig zelf een eind aanmaken, gebeurt toch wel steevast, zo lijkt mij, uit onmacht, uit wanhoop: de keuze is geen keuze, maar een gebrek aan keuze.

wanneer de suicidaire Réquichot zoiets neerpent als ‘ik zal onleesbare boeken nalaten’ en als je dan weet dat de man enkele dagen voor zijn daad zes onleesbare brieven schreef, dan wijst een en ander toch op een moord met voorbedachte rade. en de ‘Cantique du Dr. Faustus’ besluit ook met “Ah la jouissance d’ëtre l’auteur de sa propre apocalypse’. maar maakt deze aantijging van voorbedachtheid (tot een oordeel daarover kan het nooit meer komen omdat dader en slachtoffer in het moment door de daad tot één zijn herleid) een bres in het dogma dat er geen keuze was? getuigt het van vrije wil om voor de dood te kiezen? maakt zulks dan van de zelfmoord een vorm van zelfverstrekte euthanasie, die vergelijkbaar is met de eveneens ‘onvrije keuze’ van de verslaafde (ik ken geen enkele verslaafde die ‘wil’ verslaafd zijn, en ik ken er nogal wat). is het niet eerder zo dat al deze schijnbaar triomfantelijke uitingen van doodsdrang in het werk net zovele kreten om hulp waren? een exhibitionistisch vertoon van onmacht vergelijkbaar met het gedrag van een ‘succesvolle’ verslaafde?

het is verder ook best mogelijk dat het zekere vooruitzicht van de zelfgekozen dood voor de mens Réquichot het leven gedurende een langere periode opnieuw leefbaar maakte, net zoals de optie van een legale euthanasie sommige psychisch lijdenden een nieuwe adem geeft in het ondergaan van het lijden.

maar ware het niet veel beter dan dat diezelfde noodzaak aan bewegingsruimte verschaft zou kunnen worden door andere middelen, door een investering in therapie, in behandeling? en heeft de hypocrisie van de Kunstwereld echt nog slachtoffers nodig?

het lijken mij zeer hete hangijzers die mij alle tesamen genomen doen concluderen dat het misschien vooral om ruimte gaat, dat het voor ons beter is dat we niet onmiddellijk voor het dilemma staan omdat elke keuze dan sowieso een verkeerde is. die ruimte is de kwalitatieve ruimte die de mens nodig heeft voor een gezond functioneren, voor een doorvoeld welzijn. dezelfde statistische ruimte die wij nodig hadden om een noodlottig scenario in onze ziekenhuizen af te wenden, het fameuze ‘flatten the curve’-beleid dat op zich al een gedwongen keuze was.

wanneer we het op de kwantitatieve wet laten aankomen, wanneer we de prognoses in de wind slaan en het getal in onze plaats laten beslissen is er geen sprake meer van keuze of vrije wil, maar enkel van ondergaan, dan geldt gewoon de natuurwet van het kapitaal.

we moeten, denk ik dan, steeds voldoende afstand houden van het dilemma, van de bovengrens, en niet het dilemma, het onvermijdelijke voor ons laten beslissen. niet afwachten tot er andere uitweg meer is.
want dan is er geen humane ruimte meer, geen gezonde lucht, geen gevoel van vrijheid.

en in die optiek lijkt het mij een verkeerd signaal om het toeleven naar de uitvoering van het dilemma open te stellen, het legaal te maken, een overgave eerder dan een overwinning voor de humaniteit. want dan zeg je dat je de psychisch lijdende niets meer te bieden hebt dan dat, dat elk alternatief voor ons, de zogenaamd gezonden, onbetaalbaar is.

want dan stuur je misschien straks met dezelfde overgave aan de ijzeren wet van het kapitaal alle besmette mensen van boven de 65 naar huis met de boodschap dat het te duur is om te pogen hun leven te redden.

een gouden vuistregel, overigens, om klaarheid te scheppen in deze moeilijke ethische debatten lijkt mij deze te zijn: van zodra men de kwantiteit boven de kwaliteit stelt, heeft men enkel het eigenbelang voor ogen, en dienen de argumenten enkel het doel om die nijd te verbergen, door ze te laten aansluiten bij de nijd van de ander.

(moest je na het lezen van dit artikel met vragen achterblijven omtrent zelfdoding, klik dan hier ff. praten helpt)

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #73

jt73- un spectacle de la matière – WEE ME LE

terwijl het golfschrift in dit programma zich een weg baant naar de realisatie van het infra-nederlands, een spectaculair verergerde variant van reeds met overspoeling bedreigde Nederlands (hoe laag kan je zakken), wordt het misschien stilaan tijd om te vertellen hoe ik eigenlijk bij Bernard Réquichot ben terecht gekomen.

evenmin als jullie, waarschijnlijk, had ik de naam ooit gehoord voor ik in 2017 bij een triage van door een locale bibliotheek afgevoerde boeken die zouden naar Afrika gestuurd worden (in een bewonderenswaardig ‘Livres pour l’ Afrique’ project) plots op een exemplaar van de Catalogue Raisonné van 1973 [CR1973] stootte. nu was ik in die tijd bezig met de opstart van het grote dégout-onderzoek van de NKdeE: als eerste in een reeks van onderzoeken naar de negatieve emoties als middelen tot kennisverwerving had ik alle NKdeE-ogen gericht op de afschuw, de walging als primaire, instinctieve respons op het verderf en de levensbedreigende besmetting die ervan uitgaat.

nu, omdat het publieke imago van een onderzoeker samenvalt met zijn onderzoeksobject en omdat ik toen nog niet geheel doordrongen was van de objectieve almacht en groteske onverschilligheid van het Rot, gaf ik daar toen in mijn geschriften maar bij mondjesmaat uiting aan: het was en is zo al erg genoeg gesteld met het euh ‘succes’ van mijn creatieve exploten, ik wou toch nog een bèètje ‘publiek’ overhouden, want dat is een absolute vereiste voor de Neo-Kathedraalse research. momenteel ben ik al veel minder bereid tot concessies aan de dwingelandij van de attentie-economie, ik heb dan ook minder en minder aandacht nodig, althans dat probeer ik mij toch wijs te maken.

maar ondertussen, om verder te gaan, zijn we met dat lopende onderzoek naar de negatieve emoties als kennisverwervende ‘drives’ overigens bij de angst belandt, en ik moet zeggen: 2020 is helaas wat dat betreft een jaar van ongeziene weelde voor een angstonderzoeker. ik ben niet bijgelovig maar toch: ik hou mijn hart vast voor als ik aan de woede begin…

elkwegs: het boek over Réquichot viel mij in 2017 als een onverwachte schat in handen: ik bladerde door de reproducties en werd bijna tot tranen toe bewogen door deze schijnbaar schaamteloze vertoning van absoluut weerzinwekkende Kunst!

aja: hoe je het ook draait of keert: confronteer een schare van onvermoedende slachtoffers met 10 werken van Réquichot en laat hen hun onmiddellijke respons uiten middels drukken op een der knoppen ‘schoon’, ‘interessant’ of ‘weerzinwekkend’ en er zal een overtuigend deel van het testpubliek naar de afschuwknop grijpen. misschien moet je als testje maar ’s wat laten zien aan een kind, dat kan je moeilijk van vooringenomenheid of ‘artistieke gewenning’ verdenken.

nu, ik heb ondertussen behoorlijk wat al gelezen over Réquichot, maar ik moet de eerste kommentaar nog tegenkomen die dat ook letterlijk zegt. dat Réquichot zich schaamde voor zijn productie, dat las ik al (tja), en dat het ‘obsceen’ was dat durfde Barthes ook al wel aan, maar nergens lees je dat die werken toch vooral ook een ontegensprekelijke walging opwekken.

walging heeft nou net die eigenschap als emotionele respons dat ze heel erg onmiddellijk is en dus ‘ontegensprekelijk’. walging kan wel cultureel bepaald zijn (we vinden wat andere mensen in andere landen eten als lekkernij vaak walgelijk), je hebt ze of je hebt ze niet, je kan ze wel ontkennen, maar niet wegdenken.

om dat te begrijpen mogen we denk ik niet vergeten dat Réquichot leefde en werkte in de formatiejaren van de na-oorlogse spektakelmaatschappij zoals die door Debord ‘ontmaskerd’ is, en waar elke auteur met het grote publiek in een spektakelwaardeverhouding stond waar je kan blijven sociologische studies aan wijden maar die misschien nog het best uitgedrukt en meteen samengevat kan worden met enkele beelden uit de massaal gelezen populaire weekbladen van die tijd zoals, bij ons, De Post.

hieronder een favoriet voorbeeldje uit De Post van 1954, denk ik (de rest van het nummer ging op aan de collagedozekens die ik ervan maakte) met een reportage over John Cage die toen bij ons op bezoek was.

’t hangt in mijn keuken, ik zou het maar ’s moeten inlijsten want ’t is eigenlijk heel schoon, vooral ook met dat overcorrecte ‘bovendien’ in de titel:

je moet bij jezelf maar ’s nagaan hoeveel hiervan nog doorwerkt in hoe jij staat t.o.v. de ‘Kunst’ en in de huidige media. naarmate we verdergaan in de tijd gaan dergelijke directe confrontaties met ons verleden uiteraard belangrijker worden, en vooral ook indringerder. denk maar aan de Facebook ‘herinneringen’.

ook in die zin volgt natuurlijk de organisatie van mijn schrijven en kliederen in een autofage programmatie de algemene tendens in de exploitatie-programmatie van de Grote Wereld. een van de voorwaarden om als exemplarisch activist effectief te zijn is natuurlijk dat het voorbeeld herkenbaar en algemeen toepasbaar is, een fundamenteel kenmerk is dat ook, zou ik daaraan willen toevoegen, van de literatuur in het algemeen zoals die ons werd overgeleverd.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #71

jt 71 – L’ état, l’ instant ne se trouvent plus en eux – YO LA DI MA

het is haast kinderlijk, de teleurstelling waarvan Réquichot ons verhaalt in de tekst ‘Métaplastiques’ die Chevrier vandaag voor mij citeert : de magische stenen, wortels en slakken waarmee hij tijdens zijn strooptochten op de ‘campagne’ zijn zakken vult, houden bij thuiskomst niks over van hun betovering:

Les choses alors ne sons plus rien : les pierres sont vides et les sillons sont morts; ils sont incapables de reproduire la circumstance, la surprise. L’ état, l’ instant ne se trouvent plus en eux.

[REQUICHOT 2002,75]

de passage besluit met de vaak geciteerde verzuchtiong dat hij dan maar de wolken, de bergen, de landschappen zal signeren als ‘oeuvre’;

Chevrier vertelt van daaruit over dingen die hij dan weer belangrijk vindt, over Dubuffet en Valéry en Klee.

na de tekst ‘Métaplastique’ is in de Ecrits-uitgave van 2002 de titelloze tekst opgenomen die begint met ‘Le spectateur qui rencontre’, die zegt dat de creatie niet vertrekt van een idee maar van verbazing, verwondering, en die vervolgens haarfijn uitlegt wat Chevrier ons via omwegen wil verklaren, wat een vrij hopeloze onderneming lijkt want ik zie niet dadelijk hoe je het korter, eenvoudiger en meer helder uitgelegd zou krijgen dan hoe Réquichot zelf het doet in die tekst.

die ‘verspreidde’ teksten zijn aan de beurt eens ik klaar ben met de vertaling van het ‘journal sans dates’, dat ligt wat stil nu, omdat je, vind ik, een auteur nooit in één ruk moet willen ‘consumeren’.

de Kairotiek van het lezen en die van het schrijven zijn een en dezelfde.

je leert veel meer, zo heb ik toch ervaren, door haar/hem op gezette tijden te lossen en dan weer te ontmoeten, op die manier kan jet het ogenblik van de verbijsterende herkenning herbeleven en uitdiepen, schrapen als het ware in de harde, meedogenloze spiegel die het werk je voorhoudt en waarvan je fantasie, gedreven door je noden en behoeftes een staat maakt, een virtuele ruimte waarin je kan verblijven zolang je de verbinding kan in stand houden, zolang die jou gegund is, want elke spiegel is een gift, een gave, een geschenk van de afgestorvene die handelde uit eerbied voor de geschenken die zij/hij zelf mocht ontvangen.

de sporen van de creativiteit van de ander (en die van jezelf als ander) zijn poorten die door het verschaffen van energie eraan (het lezen) de ontvanger in staat stellen deel te nemen aan de transmissie

van het ogenblik, het moment dat de ontvangst omslaat in een nemen, een consumptie van de dode dingen, moet je ophouden, want zulks is dan grensoverschrijdend gedrag, en dan hou je enkel een uiterst lelijke simulatie over van de gebeurlijke verbinding.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #70

jt70 – l’ instinct de mon esprit – WA WA WA

Réquichot wil zich krachtens deze uitspraak de automatismen waarmee hij experimenteert, zijn heel erg lichamelijke zegging in de spontane erupties van gebaren op doek of papier, als een deel van zijn ‘geest’ toeeigenen, een onvervreemdbaar onderdeel van zijn Zijn. au fond is dat een vrij ziekelijke projectie van een ego dat zich lijdend weet aan een voortdurende benauwdheid, een beklemming die maakt dat het naar een elders wil, dat uiteindelijk bij Réquichot de sprong uit een raam wordt.

hoe vaak dacht ik al niet bij één van zijn werken: ‘goh dat niemand die man ooit ’s heeft willen helpen’. maakt die gedachte zijn werk ‘minderwaardig’, doet zulks wat af aan de expressieve kracht ervan? allerminst, want wie heeft er een waarde-oordeel daarover nodig?

evenwel: om te kunnen aanvaarden dat elke individuele creatieve expressie principieel evenwaardig is moet je natuurlijk eerst van het Zijn af, en in deze vooral van de Kunst als vazal van die ontologische pikorde. het heeft evenwel geen zin om dat te gaan propageren, omdat het ‘probleem’ zichzelf wel oplost. want waar gaan we naartoe? zoals altijd: naar het onvermijdelijke.



als we een psychisme begrijpen als het functionele geheel van het zich spiegelende ego samen met het onderbewuste en de proprioceptie van de lichamelijkheid, dan merken we dat een in zekere mate disfunctioneel psychisme, een min of meer lijdend en ongezond psychisch gebeuren steevast haar natuurlijke grenzen te buiten gaat, zich een ego gaat spiegelen waar het geen cognitieve controle over kan hebben, en zich een ziel gaat verbeelden waarin het haar veelal lichamelijke maar ook verstandelijke beperkingen kan overschrijden. transgressie dus.

nu, daar is op zich niks mis mee, integendeel: zonder transgressie kunnen mensen ook niet functioneren, zonder transgressie waren we als soort al lang van de aardbodem verdwenen. maar in plaats van daar vanuit een of andere ideologie over te beginnen moraliseren zouden we gewoon beter vaststellen dat het gebeurt en proberen zo goed mogelijk begrijpen hoe het gebeurt, want inzicht is het enige wat ons kan helpen om gebeurlijke gedragshinder bij te kunnen sturen, om het evident ongezonde terug binnen de perken van het gezonde te krijgen. dat de gezondheid zelf een relatief en vooral ook dynamisch concept is bemoeilijkt de zaken enkel als je wil blijven vasthouden aan dat ene onveranderlijke Zijn van die goeie ouwe ontologische pikorde van je. voor de gevorderden: iets is gezond zolang het gezond is è, hoe simpel is dat…

dus, cru gezegd wat gebeurt er? wat zien we hoe gebeuren? we zien (in extreme gevallen) dat zieke, lijdende mensen vaak uit pure onmacht egoïstisch en gewelddadig zijn en zichzelf een oppermachtige ziel toe-eigenen. we zien een algehele inflatie van het cognitieve zelfbeeld in alle regionen, of, schijnbaar tegengesteld daaraan, een algemene inkrimping, deflatie, depressie van het ego tot aan de algehele verlamming toe.
wat we zien verklaart ook ewa waarom daders vrijwel altijd begonnen zijn als slachtoffers en het stelt ons op pijnlijke wijze voor momenteel quasi onoplosbare juridische dilemma’s wanneer we onze vervagende begrippen van toerekeningsvatbaarheid in juridische verdicten moeten gaan vertalen. een maatschappelijk debat dat heden in alle mogelijke richtingen op explosieve wijze de traditionele ontologische ideologieën verder verzwakt, corrodeert omdat geen enkele bestaande ideologie de schuld als ‘essentie’ van het individu achter zich kan laten: je ‘bent’ schuldig of je ‘bent’ het niet, terwijl het uiteraard enkel het gedrag is dat je als schuldig kan veroordelen. en gedrag kan je genezen, alleen kost dat meer dan het te veroordelen.

stilaan daagt het: om tot een rationele benadering en oplossing van deze patstellingen te komen moet je het ‘Zijn’ zelf uitdrukkelijk opgeven, erkennen dat het een functionele fictie is, maar daartoe is de in ‘haar’ essentie ‘mannelijke’ Orde van het Woord uiteraard niet bereid. de erkenning van het Zijn als fictie (die je vervolgens als dynamisch programma werkzaam kan maken) zou nochtans hetzelfde effect hebben op bestaande onoplosbaarheden als de erkenning van schuld in andere erfzondes zoals die van het kolonialisme: je doorbreekt de spiraal van schuld en boete enkel door de schuld eenzijdig te bekennen in functie van een nieuwe dialoog. stoppen met naar de ander te wijzen, stopt het wijzen naar de ander.

maar ach, de commerciële belangen en het maatschappelijk aanzien vereist dat men in de Kunst blijft deze transgressies van het ego appreciëren en aanmoedigen, ook al zijn het evident ziekelijke transgressies. men ‘is’ meer Kunstenaar dan dat men zich schuldig maakt aan ontoelaatbaar gedrag. alle gefrustreerde behepten met onderdrukte transgressies juichen volmondig mee.

de MeToo beweging heeft daar in de cultuurindustrie al wel een reactie op ontketend, maar je ziet toch aan het geval Fabre hier te lande dat van het ogenblik er aan de officiële façadekunst van een royaal erkende cultuurambassadeur wordt geraakt de rangen zich sluiten en er massaal wordt gezwegen, want aja, ‘als dat al niet meer mag’ en ‘waar gaan we naartoe’.
die meestal verzwegen verontwaardiging omtrent het aan banden leggen van de creativiteit, zou dan ook zeer terecht zijn mocht ze effectief geuit worden, want elke creativiteit werkt nou eenmaal op basis van transgressies, van het aftasten en overschrijden van elke grens, dat is gewoon de basisbeweging van de expressie. het is niet dàt, maar zo gebeurt het.

maar als je daar wat van zegt krijg je weer net heel de MeToo-storm over je heen. gewoon omdat een label (de hashtag) je dwingt om A of B te zijn, voor of tegen, slachtoffer of dader, terwijl elke dader ook slachtoffer is en elk slachtoffer ook dader (M/V/O). dus dat slikt men dan ook maar in, met verder stilzwijgen tot gevolg. en heel de sociale programmatie op Facebook en Twitter draait op die hashtaglogika.

hoe dan ook: ontoelaatbaar gedrag kan binnen geen enkele werkbare ontologische fictie ontoelaatbaar zijn voor de ene klojo en toelaatbaar voor de zeer gewaardeerde Kunstenaar aan het Hof. da’s gewoon een fatal error in de programmatie, want een klojo is en blijft een klojo, dat staat zo in de init van het Programma. aja: het is wat het is è.

euh, waar gingen we ook weer naartoe?

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #69

jt69 – dictionnaire de demi-choses – UU PT PT PT

o nostalgie. de jaren ’50 van de vorige eeuw waren ook de jaren van de grote doorbraak van het Science Fiction genre in de populaire cultuur en congruent met dat gebeuren werd het ‘fantastische’ in de schilderkunst door sommigen gepropageerd als tegenhanger van het voor velen toch nog onbegrijpelijke en wereldvreemde cubisme of de celebrale abstracte kunst die allengs zich nog meer begon te conceptualiseren naar het immateriële om dan uit te komen bij een soort ‘anything goes’ waarbij diegene met de meeste marketingtroeven het pleit won en zich ‘befaamd kunstenaar’ mocht noemen. de surrealistische dogmatiek van Breton verwaterde mee in de fantasmen van de dag. en nu er meer en meer beelden van de (infra)microscopische realiteit van het leven de rondgang deden was dat ook een belangrijke inspiratiebron voor de ‘informele’ kunst waar de immer rijke fantasie vrij spel had in de ideologisch vertekende voorstellingsruimte van het net-niet onzichtbare.

het werkje ‘dictionnaire de demi-choses’ van Réquichot speelt zich af in die nieuwe speelruimte van het ‘nieuwe onechte’, de wetenschappelijke fictie.

Bernard Requichot 1956, Dictionnaire de demi-choses, huile sur carton, 53 x 36 cm



overigens. een kleine studie over hoe het corona-virus in de media gevisualiseerd werd van bij het begin tot nu zou heel interessant zijn om te zien hoe ideologisch en infantiel humaan-verkleurd onze visuele voorstellingen van die microwereld wel niet zijn: men beseft te weinig hoe die visualisaties berusten op functionele verklaringsmodellen overgoten met de grafische saus-van-de-dag. en die saus komt in de meeste gevallen uit hetzelfde potje als die van de sportredactie: de enige functie van die euh ‘stilering’ is die van de ‘suspension of disbelief’ bij de consument van het info-tainmentprodukt: ’t moet er ‘echt’ uit zien. het wordt ook wel ’s ‘design’ genoemd.


soit. het fictieve rijk der biologische wordingen gaf in de speeltuin van het Parijs van Réquichot ademruimte aan de fantasie der artiesten die de hete adem van de wetenschap ge-equipeerd wisten met almaar meer van het gezag dat zij verloren en vooral ook weeral betere camera’s. omdat de muziek zoals Kierkegaard m.i. terecht beweerde, de meest ‘onmiddellijke’ der kunsten is zien we in dat veld het duidelijkst dat het de wetenschap en de techniek is die voor een nieuwe evolutie zorgen, minder dan de ‘ideeën’ van de auditieve ‘kunstenaar’, een ontwikkeling die in onze dagen het veld van de muziek helemaal heeft opengebroken naar het gehele sonore veld als opstapje naar wat uiteindelijk misschien wel, met inbegrip van het visuele en het virtuele veld, die ene grote discipline van de ‘golvenmanipulatie’ wordt.

ik vraag mij soms af of er vanuit wetenschappelijk-educatieve hoek nog enige ernstige poging komt om iets te doen aan het commerciële monopolie van Adobe, maar als men in de wetenschap zelf al niet inziet dat heel hun doen en laten bepaald wordt door het stelselmatig verwaarlozen van hun publicatiemethoden, dat men dat overlaat aan bedrijven en niet aan de noden van de wetenschap zelf, als je ziet hoe men zich daar de poten vanonder de stoel laat afzagen, is er weinig reden om aan te nemen dat we hier iets anders kunnen doen dan de algehele afgang zo pijnloos mogelijk te ondergaan. sic transit gloria mundi.




soit, ten tweede male. in hoofdstuk acht raakt Chevrier weer effen aan de kern van de zaak in enkele paragrafen die gewijd zijn aan de eigenlijke praktijk van Réquichot. in de zomer van 1956 verblijft Réquichot enige tijd op het ouderlijk domein in Asnières-sur-Vierge en hij beschrijft in een brief aan zijn vriend de Kunsthandelaar Cordier dat hij dagelijks een viertal doeken maakt uitgaande van een ‘truc’ (ik zou zo’n ‘truc’ een algoritmische handelwijze noemen, een programma dus) waarmee hij experimenteert om te zien waartoe het automatische verloop van de handeling in kwestie leidt.
van die vier doeken (zijn uitvoer) wordt er elke dag 1 weerhouden voor latere verdere zuivering (‘épuration’), de rest wordt ‘gerecupereerd’. nadien volgde dan ongetwijfeld nog een meer radikale ‘uitzuivering’, vooraleer het naar de bestemming kan, zijnde Kunsthandelaar Cordier.

het is een interessante oefening om je te verbeelden dat je met een soortgelijke praktijk bezig bent en je dan af te vragen
a. of je van alle doeken er 1 zou vernietigen mocht je in staat zijn (financieel en praktisch) om ze allemaal te behouden
b. welke criteria je zou gaan hanteren om doek 1 te behouden en doeken 2,3 en 4 niet
c. wat er met die criteria zou gebeuren mocht ‘jouw’ Réquichot een vrouw zijn
d. wat er zou gebeuren als deze praktijk niet privé, in de beslotenheid en afzondering van je kot zou gebeuren, maar onmiddellijk publiek, zonder noemenswaardige uitzondering en zonder enige vorm van (auto)censuur achteraf (autocensuur speelt uiteraard altijd mee als je weet en beseft dat je in al je handelingen ‘publiek’ bezig bent, als je voor jezelf het onderscheid tussen ‘publiek’-‘privé’ enerzijds maar ook dat tussen ‘publiek’ en ‘auteur’ hebt verlaten, het valt dan samen met gewone socio-psychologische inhibitie).

dat laatste is, ter info, wat ik in mijn praktijk doe, ook al is mijn ‘publiek’ dezer dagen heel erg beperkt door de algoritmes van de sociale media die mijn ‘publiek’ in functie van klikwinst voor het bedrijf in kwestie berekenen en buiten mijn bereik gaan bepalen (dat is nou eenmaal ‘wat het is’. voor ieder van ons is dat de ‘realiteit’ in deze dictatuur van de commerciële exploitatie): ik kan die de facto beperking enkel opheffen door ervoor te betalen bij het bedrijf zelf (Facebook) of door mijn ‘productie’ af te stemmen op de verkoopsvoorwaarden van kleinere locale bedrijfjes (uitgeverijen en aanverwante mini-exploitanten), de enige weg waarlangs ik bij mijn Vlaamse overheid kan aankloppen voor ‘subsidie‘, sommen gelds waarmee ik dan nog meer ‘aandacht‘ zou kunnen kopen, maar waarmee ik bij toekenning ook ‘automatisch’ erkend zou worden als ‘kunstenaar’ of ‘auteur’, waardoor op soortgelijke wijze gesubsidieerde euh, organen ook geneigd zouden zijn om aandacht aan mijn praktijk te geven, want aja die Vervelende Veek staat nu op de Lijst, begot.


oei, oei. nee hoor, pffft, laat maar, we gaan niet moeilijk doen è, ik hoef die centen of uw aandacht niet, ik blijf veel liever braafjes in mijn kot alwaar ik tenminste ongestoord en vrij en hopeloos ongeschikt voor welke vorm van productie dan ook (zo ‘ziek’ ben ik idd., dat is onlangs dan weer wel probleemloos erkend door diezelfde overheid, waarvoor mijn meest oprechte en welgemeende dank) mag verder werken aan wat ik belangrijk vind, omdat ik weet uit ervaring dat je er als mens gezonder en gelukkiger van wordt..

en, tja, al de rest, uw luxe en uw reizen Waen en al uw problemen daarmee, sorry, dat staat gewoon niet in mijn halve-dingen woordenboek, ik ben daarvoor waarschijnlijk gewoon te zot, maar medisch en dus wetenschappelijk geattesteerd gelukkig vooral zeker niet slim of goed genoeg. oef seg, pfjew.

allez vooruit!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Requichot

journal intime #67

jt67 – panne le rapt en rut des métacarpes – NO MI DA

wintertaling zij limoen, speeksel zij peul
mijn sinusrescue is uw reddingsvoetcel.
zout duwt valse flarebotten, eva’s toverzaden
ter ziltivoren jouvensaalse steenselpret.

o vleugeltakte splijter eikzwamnacht die
in ’t geraamtenicht kersensabelt hervelkruid
en zicht opt regenboog verpunt. majusculen
op de manuscriptenhoop in anemonenschijn,

margamalen, mondgepikte maagman met vazalen
culmiterend overhutseposerig gepacoteilde:
zathematisch strijkt uw trakeltoten ijzertrui

eoleert en brokaliet, motahiert en harpigrijt
molenarmenteert gebeurtig uw chopincol
datschotinol. bargoenbarbaar. bourdonpilaar.


BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #66

jt66 – la valeur tactile procéde d’une réification du geste pictural – SA LI LA

in hoofdstuk VII van Chevrier’s boek [CHEVRIER2019, p.111-147) zitten we ineens in 1956, het jaar waarin Réquichot verftubes leegspuit op zijn doeken, en die er dan weer afpulkt en op karton collageert. Chevrier plaats die praktijk met heel veel deskundigheid in het versplinterende landschap van de abstracte kunst in het Parijs van de jaren ’50, maar al dat pamfletair geblaat en die wollige artistieke doctrine verliest nu al zelfs haar historisch belang: je verklaart er niks mee voor de huidige toeschouwer door die ongetwijfeld boeiende cafédiscussies te willen duiden of reactiveren, dat is allemaal van strict lokaal belang. Chevrier laat in dit hoofdstuk dan ook vooral het werk zelf spreken, veel tekst is er niet.

maar in de detailbeschrijving wordt het dan wel weer interessant omdat je daar voldoende info krijgt om een idee te krijgen van de praktijk zelf van Réquichot. zo wordt Chevrier terecht lyrisch over het werkje “PEKAT’ LOKAILLE’ van 1960, een ‘late’ uitbloei uit die praktijk (’t is laat want in 1961 is het ‘ultiem’ al en daarna gedaan).

ja, ik zou het citeren wat Chevrier daarover schrijft want ’t is de moeite. maar ik heb geen zin om dat allemaal over te typen en als ik het fotografeer overtreed ik de wet. ach, het boek kost amper €65, ah nee oops sorry update: €100, maar koop het toch maar nu want straks kost het allicht €200 of meer!

Bernard Réquichot: Zones sensibles (Art) (French Edition): Jean ...
PEKAT’ LOKAILLE in een illustratie op Amazon.com

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #64

jt64 – le spirale des contraires promet une pénétration de l’infini – AHM MAI NI

het Frans is merkwaardig genoeg van een ‘auteure‘ zoals Chevrier het voorbeeldig schrijft: Danièle Chauvin over William Blake in haar ondertussen ook alweer onbetaalbare Blakestudie L’Oeuvre de William Blake, Apocalypse et transfiguration.
zo gaat dat nu eenmaal met kunstboeken: die worden met veel poeha gepresenteerd, in een paar duizend exemplaren teveel gedrukt want nauwelijks verkocht en dan gedumpt in de ramsj en een paar jaar later zijn ze dan onvindbaar en/of pokkeduur, en de beweringen erin de facto onleesbaar wegens ‘auteursrecht’. het werk van Danièle kan je nu vinden vanaf €100, op Google books kan je de eerste 70 blz ofzo wel lezen.

gelukkig zijn er voorlopig nog de bibliotheken, maar ja die zijn nog ff dicht nu, dus ik kan onmogelijk achterhalen wat Danièle verder schreef over de zonneschelp in de beeldtaal bij Blake, buiten wat Chevrier ervan citeert, nadat hij haar naam in de tekst verkeerd schrijft als ‘Danielle’, [CHEVRIER2019, p.93] want kunstboeken mogen dan wel pokkeduur gelanceerd en verkocht worden een grondige naleesbeurt voor het naar de drukker gaat, dat zou toch wat veel afdoen aan de uitgeverswinsten en goh wie leest die crap ook è, zo’n Kunstboek koop je toch om te etaleren en om af ’n toe ’s in te bladeren bij het houtvuur met een blondje (M/V/O) op de schoot…

de meerwaarde van een tekst gedrukt te hebben voor mij is dat ie tenminste een redactie heeft doorstaan, dat kan ik zelf niet, want je leest nu eenmaal over je eigen fouten heen, keer op keer, aja, anders zou je ze niet maken…

soit.

de tekst van Danièle (Danielleke dus, voor Jan-Frans) (universitair geproduceerd met centen van onze Zwitserse medemens) zit dus ondertussen als ‘beschermd eigendom’ terdege achter slot en grendel bij Google, het bedrijf dat zo sympathiek leek in 1998 toen Microsoft nog de grote boeman was op IT-gebied. het enige wat Google nog moet doen om ook de de facto gebruiksrechten van de tekst te verwerven is wachten tot de conservatie dan wel de raadpleging van de fysieke tekst onbetaalbaar wordt, of te duur alleszins want dan kan het de inzage in haar scan terug verkopen aan de voormalige ‘eigenaar’.

het kan verkeren, zei Bredero en hij dacht: maar veranderen doet het nooit.
of: “data is alles”, zei gisteren nog onze eminente virologe Erika De Vlieghe.

bon. Chevrier heeft net vaagjes gewezen op de ‘erotomachie’ (de penis-evocatie) bij Réquichot en die term heel netjes bij mijnheer Raoul Hausmann over mijnheer Pablo Pikasso geplaatst zodat het helemaal ontdaan is van het vulgaire gelul) citeert, bij een breedsprakerige beschrijving van een doek van Réquichot die niet meer doet dan beschrijven wat we inderdaad kunnen zien op het schilderij, alsvolgt:

“On pense à “la spirale triomphante du soleil-coquillage” identifiée par Danielle [SIC] Chauvin dans l’imagerie de Blake. La “spirale des contraires”, remarque l’auteure [bravo Jan-Frans!], “promet une pénétration de l’Infini; forme de l’energie toujours en expansion, elle est aussi celle de la contemplation involutive”.

[CHEVRIER2019, 93, commentaar tussen vierkante haken van mij, dv]

en dan stopt het hoofdstuk. joa sèg!

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960

Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Requichot

journal intime #62

jt62 – apprendre à chacun l’art de fonder sa propre rhétorique est une oeuvre de salut public – THA LJA SOE

Afbeelding kan het volgende bevatten: tekst

[CHEVRIER2019, 56]

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960