Categorieën
gedicht van de dag liefdeskunst lovecraft lyriek Vertalingen - Bewerkingen

de roep van Cthulhu

Volgens het logbestand connecteert het om 18:04:28 C.E.T.
met het Ding.

1.

November 2020. Zwarte lucht boeit,
het duister rendeert. De stromen lopen,
de bevelen donderen. Het geeft geen krimp.
De tijd vreet de tijd als de staart
door de mond ervan naar binnen glijdt.

Het lichaam trilt. Het fulmineert.
Het strijkt de wolken bij hun voornaam aan en zie:
de wolken storten het hun volle zin. Het regent.
Hoge vogels vallen met hun zingen in
en zetten hun veren te waaien
en verblindend hun kleuren bij.

Het nieuwe denken klinkt al heel voornaam.
In muisstille huizen de buren knikken ‘dag’ en ‘toen’
en ‘aangenaam’. De kamers happen naar lucht
die het dapper met de handgebaren maakt,
maar geuren snel al weer
naar de hun voorgeschreven toekomst
van verdriet, afgunst en haat. Het helpt,
maar niets helpt echt.

Het schrijft haar af, zij roept het weder op,
maar kijk: haar lichaam is te zacht, het breekt
haar stem er beter af. Zij bloedt dan leeg
in schittering, gouden klankenglans die zich uit
de inlegoortjes stort zoals een rol satijn
in een openstaande kist.

Het davert gaarne met de aarde mee: “het licht”,
brult het dan, “het licht valt dadelijk de wereld in!”.

Het grind knarsetandt wanneer het in
het graf binnendringt. De chrysanten
roeien hun geuren naar de overzijde.

2.

Januari 2031. Weelde.

De wind roert het om
en schepen doorklieven het :
het is een deinen op zee.

De maan is de mond. Het
druipt van verre sterren
in de mondhoeken
in de vuurrode kom
en het sist als het zinkt.

Donker klokt het waar
het in de aarde slonk,
klinkt.

invoer (2016) – uitvoer van LIEFDESKUNST 1.0
verwerking 2009-2016 van ‘The Call of Cthulu’ van H.P. Lovecraft

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

Categorieën
gedicht van de dag liefdeskunst lovecraft lyriek

de kleur van het Buiten

transmutatie van ‘The Colour Out of Space‘ van H. P. Lovecraft

1.
ik schrijf dit neer in de hoop
dat niemand het ooit zal lezen.

de dood is geen ding. solfer knettert
waar haar tong zich in de bodem krult.
zij dringt overal door, de wolken, de vogels
het zit in hun vleugelslag. angst weerhoudt
ons, maar haar dodelijke ritme is al snel
de polsslag van de tijd geworden. de
fase dicteert de berekening, de berekening
versterkt de fase. keer op keer zien we
beter wat we niet willen zien, hoe het
vermoeden waarvan we al wisten dat het
geen vermoeden was, klopt. dat het gebeurt.

zij is waarlijk onze god. alle hoop is vergeefs.

ik opende haar weefsel bij volle maan.
haar lijf verettert met de letters van ons lot.
‘dit goddelijke wijf moet bloeden’, riep ik,
met de taal toen nog intact, ‘of het leven
strandt in pijn en stinkend rot.’
dat soort onzin.

de heren hinnikten en propten voldaan
de vleugels van het paard in hun kot.
in het duister daarboven stak zij
ongehinderd door van tra naar tra.

de geluiden daarbij van het slijm dat
zuigt aan het slijm, de walging, het
kolkt in mijn brein als levend venijn.

wachten op iets nieuws elke komende dag
maar heel de toekomst is herinnering.

ach jij. lees dit toch niet, verdoemde.

2.

zij nestelt in de knol, oude watergruwel
groeit er uit heur loden haar. wie haar ziet,
ziet koprot, klauwrot, hartrot en builenpest.
wie haar kent, is nog het best af dood.

wat bij dwazen toeval heet, heeft toch
een strak verband: de grijze barst
in het duister trekt het grijs verder
in het duister en alles wat wij zien
zinkt in een Niets van eendere tint.

wij hebben prijs. de scheur in de huid
van het echte was nooit een fout: het
gebrek verbindt de bloei met terreur.

de wereld is onaf en van haar, het ene,
een weelderig slingerend lint in de leegte.

zij is het mooist waar angst, verderf
en de walg om het ware gevaarte begint.

in de ijzige stilte van mijn doodse
kamers schuurt een laatste engel
zich langs de wanden: het haar is
gouden en krult langs de okerhuid
tot waar het in de schouderkuiltjes
schoonheid in frivole spanning houdt.

het snikt en neuzelt ‘liefde’ voor het
zich de beperkende pennen uitrukt
en een afzichtelijk krioelen van bloed,
slijm en rot mij in sisklanken smeekt
om de gunst van het dodende gas.

ik heb dat niet, lach ik het uit : ik
ben niet langer zij, het kreng dat ik was.

invoer (2016) – uitvoer van LIEFDESKUNST 1.0

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

Categorieën
liefdeskunst lovecraft Vertalingen - Bewerkingen

het interview met Bill Phakeley (2)

lees eerst deel 1, best …



…je kan het je niet voorstellen, mevrouw Lundy, …”
– “Susan, ik heet Susan”. Ik had genoeg van dat gemevrouw.
– “Nou goed, Susan dan – je bent wel heftig è”. Er flitste een bliksem in een van die zwarte tunnels van ‘m. Ik lachte en sloeg de ogen neer. Hij hàd me, het Warholspook.

“Je kan het je niet voorstellen, Susan Lundy, elke dag kwam Harold aanzetten met een nieuw boek, een foto, een artikel, een nieuw stukje van de puzzel over het Eeuwige Rot, de nakende Ekpurosis, de Finale Oplossing en onze rol in de redding van de Ziel daarin. Het was een speelse ontdekkingsreis doorheen heel de spirituele geschiedenis van de mensheid en geloof mij er was niemand in gans Georgia, misschien niet in gans de States die toen zoveel kennis had van die zaken als Harold P. Blount van Anniston, Alabama, want daar kwam hij vandaan, mijn geleerde duivel.

Het was een heerlijke tijd, de angst om ontdekt te worden was er wel, constant, maar de hele wereld ging voor ons open en we lazen en stoeiden tussen de boeken in ons geheim paradijsje, de bouwvallige Phakeley villa van wijlen mijn ouders waar Harold elke avond binnensloop na zijn werk in de bibliotheek, een vrije liefdesoase te midden de broeierige haat van de witte man in het Zuiden. Ik was een Phakeley, mij zou men nooit raken, maar ze zouden Harold kruisigen, stenigen, de onverdraagzame horde pummels.

Maar op een dag sloeg het gans om. Het was mei 1989, denk ik, in China hielden studenten de tanks tegen op Tienanmen. Harold had van Arjuna, een bevriende Iraanse archeoloog een kopie toegestuurd gekregen van een manuscript in Farsi met frottages van het spijkerschrift op kleitabletten die in 1916 ontdekt waren maar tijdens de Tweede Wereldoorlog spoorloos verdwenen waren. De Farsi tekst beweerde dat er een geheel andere versie te lezen stond op die tabletten van het bekende verhaal van de afdaling van Isjtar in Kur, de onderwereld. Harold stortte zich als een bezetene op het ontcijferen van de 3000 jaar oude Sumerische tekens.

Hij werd uiterst zwijgzaam. Zijn gewone flamboyante vrolijkheid verdween, en ik voelde dat hij dingen verzweeg voor mij. Hij bleef dagen weg ook, ik werd wanhopig, vroeg smekend of ik wat verkeerd gedaan had, hij luisterde nauwelijks naar mijn gejammer. Hij begon meer en meer te drinken ook, alsof hij iets wou vergeten. Het boek met de kopies verborg hij voor mij en als ik wou beginnen over de Ziel en het Rot zei hij bits dat ik maar gewoon moest doen, de wereld was al moeilijk genoeg voor mensen van ons slag. Maar uiteindelijk moet de bom dan toch gebarsten zijn want…

… kijk.. het zit zo… vanaf hier worden mijn herinneringen vaag. De tijd, de gebeurtenissen lopen door elkaar. De dokters noemen het dissociatieve amnesie, maar het is alsof er een zwarte wolk over die laatste maand hangt: van heel juni 1989 tot de ochtend dat ik wakker werd in het hospitaal op 30 juli weet ik nauwelijks nog iets. Het is alsof Iets mij verbiedt om het mij te herinneren. Ik droom ervan, elke nacht, verschrikkelijke nachtmerries, ik overleef het enkel met die verdomde pillen. Flitsen, vage beelden van die ene nacht op het kerkhof overvallen mij op elk moment van de dag. De stank van het open graf, het donkere gat de trap naar beneden waarin Harold was afgedaald, het kraken van zijn stem in de walkietalkie, het is verschrikkelijk…”

Bill hyperventileert. Hij gebaart naar een reep pillen die op de tafel lag en ik druk er twee uit. Ik moet ze hem op de tong leggen, loop dan in paniek naar de keuken voor een glas water, maar als ik terugkom is hij al gekalmeerd. Hij ziet enkel nog wat bleker en het zwart in zijn ogen lijkt nog dieper dan voorheen. Zijn handen trillen als de vleugels van een collibri.

“Het politieverslag maakt duidelijk dat we op het Old Dean Church kerkhof moeten geweest zijn. Het stond in de plaatselijke krant.”

“Ik heb jarenlang geprobeerd om te reconstrueren wat er gebeurd is, maar het is vergeefs. Het verbiedt het. Op een bepaald moment moet Harold mij toch in vertrouwen genomen hebben. Iets in het boek dwong hem om naar een bepaald graf op een kerkhof in Ozark te gaan, da’s 300 km ver van hier in Alabama. Kon hij dat niet alleen? Had hij mij nodig?

Van heel de rit naar daar, ’s avonds, ’s nachts, herinner ik mij niets. Het is zes, zeven uur rijden! We hadden touw mee, dat zie ik nog, massa’s touw, genoeg touw om tot in Washington te gaan. En twee walkietalkies. We waren voorbereid. Hij moet geweten hebben wat er ging gebeuren, wat er kon gebeuren.

Het politieverslag maakt duidelijk dat we op het Old Dean Church kerkhof moeten geweest zijn. Het stond in de plaatselijke krant. Ik was een der ‘vandalen’ daar, de klacht is geseponeerd omdat ik mij niets kon herinneren. Ik ben er later terug naar gegaan, met de politie erbij, maar ik herkende niets, het is een banaal kerkhof, nergens iets speciaals te zien. Maar de beelden, de stank, Harolds wanhopige stem…alles is zo echt voor mij, te echt en gruwelijk!

Ik zie een grote arduinen plavei die we met veel moeite los gewrikt en opzij geschoven kregen. Metaal dat aarde tussen de spleten weghaalde, vingernagels die braken, ik stootte mijn hand, de rug ervan schuurt open , er is kleverig bloed. De steen komt los, uit alle macht heffen, ja het lukt.
God wat een stank, we moesten ons verwijderen. Even later was het ergste weg, het zwart gaapte in de ruimte naar onder, een trap ging schijnbaar eindeloos diep naar beneden. Harold drukt mij de walkie talkie in de hand en laat mij zweren dat ik hierboven moet blijven, onder geen beding mocht ik hem volgen.
Ik beloof het en hij daalt af, beladen met touw dat hij afwikkelt terwijl hij daalt. Het duurt lang. Eindeloos lang. Elke twee minuten de stem in de walkie talkie. ‘Ik ga verder’. ‘Blijf daar è’. En ik gehoorzaam terug “Ja Harold”.

Had ik hem maar terug geroepen, achterna gegaan, meegesleurd!.

“Nee! Niet dit! Dit kan niet”. Zo beginnen de laatste woorden van Harold P. Blount. “Billie ga weg, maak dat je weg komt!” Ik roep terug, vergeet de knop in te drukken, nijp het ding zowat plat. “Billie, hoor je me, maak dat je wegkomt! Laat mij! Spring in de auto en rij zo vermogelijk weg van hier!”
“Liefke, wat is er toch, wat zie je?” “Billie Het is hier, Het is ongelooflijk, een verschrikking, ik ben verloren! Maak dat je weg komt, lieveke, Het heeft me. Billie…”

De meest afschuwelijke schreeuw krijst uit het zwarte ding in mijn hand en dan niks meer. Ik roep, ik tier, ik hamer met mijn vuisten in de muffe aarde, maar er komt niets meer.
De volle maan staat hoog boven mij en ik voel mij reddeloos verloren. Wat moet ik doen? Wat kan ik doen? En dan komt het.
De grootste verschrikking ooit. Er komt weer een klik uit de walkie talkie. Nog één. Ik spring op en roep “Harry, Harry “in het ding, “lieveling! Waar ben je, ben je OK, wat zie je…?”

Maar wat er dan uit de luidspreker komt is een onmogelijke klank, een vreselijk zuigen dat al het trillen uit de lucht weghaalt, een complete ON-klank die alle verbeelding tart, het is een holte in de leegte, een gat in het Niets.

En Het zegt:

Lieveke, uw Harry is DOOD.”

Wordt vervolgd…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)

Categorieën
liefdeskunst lovecraft lyriek

het interview met Bill Phakeley (1)

transmutatie van ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft

Augustus 2007. Twee gieren glijden van Gainesville Pike de vlakte in. In de zwoele lucht leeft nog de illusie van een keuze, de waan van de vrijheid in Amerika.

Een grote ventilator wiekt boven mij terwijl ik in het goedkope motel probeer het verwarde relaas van Bill Phakeley te transcriberen naar iets dat Hennie een plaatsje op de website van het blad wil gunnen. Om de gedrukte versie te halen dien je als vrouwelijke junior onderzoeksreporter ‘toffe Hennie’ wat anders aan te bieden dan woorden, en daar voel ik mij nog net iets te goed voor.

Ik sprak Bill Phakeley exact een jaar geleden. Hij overleed verleden maand, dat hoorde ik eergisteren toevallig en omdat ik weer maar eens vast zat in mijn rompslomp van L.A. en ik niks beter wist te verzinnen, reisde ik af naar Gainesville om godbetert zijn graf te bezoeken.
En om eindelijk ’s wat te doen met dat merkwaardige verhaal van ‘m. De opnames op mijn laptop zijn dan wel onbruikbaar voor publicatie, maar je kan verstaan wat hij zegt, en ja, het is toch wat, zijn verhaal.

Hij noemde mij ‘mevrouw’, het treft mij ook nu weer. Je diende hem in de waan te laten, en het geaffecteerde, belerende verloop van zijn pseudo-literaire vertelstijl kon je hem maar beter gunnen ook. Hij was toen al meer dood dan levend, een trage kanker teerde hem uit. Ik kreeg er pijn van in mijn haarwortels, toen, net als nu. Het was een oude zielige man en hij had vooral aandacht nodig. Met zijn lange witte haren, het uitgeteerde lichaam en de purperen mond leek hij wel een bejaarde horror-versie van Andy Warhol.

“Uw vragen zijn mij een marteling, mevrouw Lundy. Wat u mij vraagt kan ik niet geven. Hoe kan ik onder woorden brengen wat er gebeurde als de herinnering opnieuw laat gebeuren wat het geheugen zelf vernietigt omdat het niet alleen van Harold maar ook van mij, van ons allen die ene verschrikkelijke toekomst is? Het te denken brengt het naderbij!

Wij. Harold en ik. Wij leefden in de moerassen van ons geheim. Harold, de geniale zwarte kracht en ik de witte branieloze nicht die nergens voor deugde, te laf om te leven naar mijn aard. Vergis je niet, mevrouw, het Gainesville van die tijd was nog niet aan een Pride parade toe!”

Telkens hij dacht iets belangwekkends gezegd te hebben, perste hij de paarse lippen op elkaar tot een dunne streep en bolde hij de ogen tot twee zwarte tunnels naar het niets. Ik was niet de eerste reporter op bezoek, zoveel was duidelijk. Maar ik toonde gewillig fascinatie en begrip, en zo werden we al snel een stel vriendinnen onder elkaar.

“De blikken die wij deelden spraken. Onze gebaren waren zo subtiel dat
niets ervan voor een buitenstaander te lezen stond. Er was een zwarte wolk die ons verbond waar de woorden en het weten ophielden, waar een snelle blik volstond.

Hoe naief wij waren! te gaan geloven dat wij alleen de alles doordringende Ichor van de oude goden zouden kunnen misleiden. En arme Harold! Ik ben de oorzaak van zijn ondergang. dat ik hem toestond mij zo te adoreren. Ik beef tot in mijn weke diepten als ik eraan denk. Ik wist het maar al te goed. ik zag het vuur dat sluimerde in zijn diepe bruine ogen als hij mij aankeek. Hij was een rots van spier en kloppend bloed waarop ik trilde als een riet.

Vergeef me, ik ben een oude man en dat is alles nog wat rest van ons.

Elkwegs, wat Harold wou, was het onmogelijke. Hij wou niet zichzelf, of de wereld maar ons begrijpen. Wat hij in mij zag, god mag het weten, maar hij noemde het een levend Ding. Wij, onze liefde, was een entititeit en hij zag ons overal. En ja, van zodra hij mij wees op tekenen van dat ons buiten ons om, zag ik het ook. Ik wou het maar al te graag geloven.
En zo groeide ook langzaam in mij een vermoeden, waarvan we beiden onmiddellijk wisten dat het geen vermoeden was, maar zekerheid, kennis van een feit. Het kostte ons enkel wat tijd om het als dusdanig te aanvaarden, maar onze liefde nam duidelijk deel aan iets dat ons oversteeg, en het wou ons iets laten zien.”

Ik zie en voel weer hoe hij op dat moment zijn hand op de mijne legde, dat akelig geel berookte slangenvel van zijn knokelige vingers op mijn huid. Er schoot een flits door mijn hele lijf toen, ik weet niet wat het was, afschuw, of eerder een gevoel van herkenning?

In elk geval liep er toen wat mis met de opname, want een heel stuk van wel tien minuten is enkel witte ruis. Hij vertelde mij tijdens die verloren tijd over de bizarre theorie van Harold, over de oude leer van Ichor, de wereldziel waarvan je overal in oude geschriften de sporen kon terugvinden, en hoe Harold telkens met nieuwe revelaties kwam, waaruit bleek dat zij, een raciaal gemengd koppel nichten uit Gainesville, Georgia, voorbestemd waren om nieuwe informatie te ontvangen, een Boodschap die de mensheid zou kunnen leiden in de verschrikkingen die ons te wachten stonden. Dat soort kak dus. Ik googelde na afloop een en ander, maar kwam steevast terecht bij obscure rommelsites van fantasten met een voorkeur voor schreeuwerige lay-out.

Na een minuut of tien zuivere ruis van de vergetelheid floept de stem van dode Bill weer aan….

Lees verder…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)