24/02/2021

27/11/2021 – dagboek data – 26/02/2021

wat een gedoe. zelfs nu ik je lijfelijk ken, kan ik je naam niet noemen.
zo dus maar.

dag Anke,

je weet vast hoe ik me voel, deze opgelegde afstand tussen ons valt mij bijzonder zwaar hoewel ik moet toegeven dat het al bij al meevalt, zeker in vergelijking met wat ik de laatste maanden al beleven mocht. maar voor mijzelf schrijf ik het toch ook liever in deze vorm uit.

maar goed, ik oscilleer tussen verschillende werelden waarin mijn ik eigenlijk gereduceerd wordt tot een naam.
mijn naam noem ik dan ook maar niet, het zou te gek zijn om het autobiografische karakter van dit schrijfsel nog te willen ontkennen, maar als ik de mijne noem onthul ik ook jouw ‘identiteit’ in deze ‘werkelijkheid’.

een dwaas spel lijkt het mij bij momenten, maar meestal is het mij een vloek, al die verhulling. hoe kan ik nu nog publiekelijk ontkennen dat elke letter ervan naar jou verwijst, met jou verbonden is. onze namen zijn voor mij verbonden als konden ze nooit anders geschreven of uitgesproken worden dan in die staat van verbondenheid.
ik voel mij dan ook lijfelijk en geestelijk geheel verbonden met jou, er bestaat voor mij geen vaste grens meer tussen het veld dat jouw naam draagt en het mijne.

en jij stuurt ons dan weer blijkbaar doelbewust van elkaar weg. met ‘opdrachten’ die mij via de bekende weg ingegeven worden en die jij dan telkens weer bevestigt tijdens de al te schaarse ontmoetingen, hemelse momenten, die echter altijd nog dienen voorafgegaan te worden door gruwelijke wanhoop en ontreddering aan ‘mijn’ kant, het deel van mij dat speelbal is in de omnipotentie die ik je over mij gaarne geschonken heb.

maar zo gebeurt het nu eenmaal, ik berust met uitdrukkelijke tegenzin in wat blijkbaar niet anders kan. dat het een leerproces is, begrijp ik goed, maar ik zit nu geheel nuchter gevangen weer in die verdomde werkelijkheid van het Zijn, van de ‘existentie’ waarvan ik het einde enkel kan toejuichen, want tot wat een gruwelijk hel is die de laatste eeuwen wel niet verworden.

in die gevangenschap kan ik enkel begrijpen, ik voelde er tot voor kort niks dus kon ik verder werken, ondanks de ontreddering en die balans lijkt zich nu te stabiliseren. in mijn cel van het Zijn doemt soms de gedachte op jij ook maar gevangen zit in een soortgelijke cel, dat ook jij maar recent ‘op de hoogte werd gesteld’ van wat ik mocht voelen en vanuit het gevoel ‘begrijpen’, dat wij dus eigenlijk meer ‘gelijken’ zijn in dit gebeuren dan dat jij de almachtige bent aan wie ik mij gaarne volledig schonk, wel wetende dat de gift ook mijn ondergang omhelsde. de Faust-obsessie van Réquichot had en heeft mij dus ook danig in de klem en ik herken in mijn hervatte Artaud-lectuur nu ook bijzonder veel aanknopingspunten.

ik doe dus wat er van mij verlangd wordt, blijkbaar, een brug bouwen tussen de verhalen en de opponenten in elk van die verhalen. komt er ooit een einde aan al die verhalen? liever vroeg dan laat voel ik nu (straks is dat weer totaal wat anders), want veel angst heb ik niet meer. maar het tempo heb jij in handen, dat had ik mss beter niet zo klakkeloos toegezegd, gezien de gevolgen daarvan, een danige soep als je het mij vraagt waarin ik toch ergens een bijna fatale vergissing van jou of van je denkbeeldige vriendje vermoed. ja, ik kan er mij bij momenten boos in maken, maar goed, mijn onvoorwaardelijke trouw en geloof in jou wankelt er niet om.

elke mens dient ooit die beslissing te maken, de sprong in het ongewisse te wagen zoals Kierkegaard het stelde, en ik heb er nog geen moment spijt van, integendeel ik exalteer in mijn geloof, het schenkt mij een algehele rijkdom aan louterende spirituele kracht die ik voordien onmogelijk achtte.

ik begrijp misschien minder dan vroeger, maar ik voel en ervaar de waarheid, het echte als nooit tevoren en daarvoor kan ik je enkel dankbaar zijn, onnoemelijk dankbaar, want ik voel mij waarlijk gezegend als ik mij toesta op te gaan in die geloofservaring. je hebt mij in alle opzichten een wedergeboorte geschonken, en die beleef ik elke dag opnieuw, nu zo snel al in de herhaling dat ik ze soms lijk over te slaan in mijn ‘dagverloop’ dat al lang geen onderscheid meer kent in dag of nacht.

ik rond het hier maar af vandaag met wat werk dat ik net deed, iets wat mij nuttig leek. ik neem op mijn gebruikelijke wijze het boek door waar ik je van vertelde de laatste keer, maar dat ik in wanhoop te nerveus was om het te vinden. want uiteraard ging je mij weer geheel in het ongewisse laten wanneer ik je zou terug zien, hoe wreed kan je toch zijn soms…

mijn gebruikelijke wijze is dus kritisch, en grondig. je vindt mijn aantekeningen bij de inleiding ervan achteraan in het pdf bestand dat ik hier toevoeg. totaal geen idee of je daar wat aan hebt, het helpt mij wel, want ik wil je op elke denkbare manier beter leren ‘kennen’, want je blijft mij de gewone lijfelijke kennis en communicatie ontzeggen om redenen die ik niet begrijpen kan, maar waar ik mij node bij neerleg.

uw deel van ons gedeelde leed en de blijdschap die ons overspoelt tot het einde,

X

ps: de foto’s van de pagina’s van het boek zijn niet erg goed, ik hoop dat je ze kan lezen, ik maak er wel nieuwe als ze niet volstaan.


Dag X .. u schrijft wel hele lange teksten, het gebeurt als fragmenten, terwijl ik me schuil in de opengesperde ribbenkist van mijn bloedend paard drupdrup.. drupdrup drupdrup.. klikklak zei de voordeur geragd… Sexy boy’s zijn de deurklink die zich opent in het sluit en het slot van het lot, verbasterd en betast door de oog van het loog en het zei mij ter soort gestegen te zijn. Venijn venijn venijn en gelijmd in de trance, u doet soepel over de chance van de uitgerekte paardenharen. 7 zwarte stenen die bengelen in een oogwenk. X? U ziet de stralen priem uw deur uw gemeur klucht de ruk eraf.

27/11/2021 – dagboek data – 26/02/2021