Categorieën
finis mundi Harusmuze NKdeE Tarot P'Tix

BKW

T:SK IT:50

P’TiX
P’TiX BKW

P’TiX is een grafisch NKdeE programma dat van accidentele en intentionele invoer middels intuïtieve, semi-bewuste visuele projecties van de gebruiker (proefpersoon/patient/tekenares) elke dag minstens 1 narratieve potloodtekening produceert in een vierkant formaat.

P’TiX Basics

– de code van drie letters in de titels van de uitvoer is de datum van publicatie in een eigen formaat van de NKdeE.

– de accidentele invoer bestaat 52 vlekken in Oost-Indische inkt en bister gemaakt door de gebruiker.
de vlekken werden met een glasplaat op verloren kartonpapier afgedrukt, een procédé waarover de gebruiker geen enkele controle heeft en ze zijn ook in een duur gemaakt (minder dan 5 minuten) die geen intentionaliteit toelaat.

– elke volledige cyclus van het programma bestaat uit 52 dagen/tekeningen.

gedicht

hitte

Eerst was er de vruchtbare monding, het slib en het drassige weiland, de schoffel schoffelde tot er schot in kwam en met het leem duwden de menigte de stad overeind en de mannen vervolgens. Zij bouwden grote huizen met verscheidene badkamers.

Toen kwam de hitte, zoals de vloed op het strand. Het stelde allemaal niet zoveel voor. Zandkastelen. De barsten barstten verder uit in steeds diepere barsten en alles – de jacuzzi’s, de douches, de sauna’s,  de marmeren toiletten – alles verguisde tot ruis in het zand. Mijn vlakke zand.

Er kwamen wormen in het vlakke zand: zandwormen, strandwormen, ongewervelde holtekakkers alleszins. Niemand begreep het.

‘De vlakte betekent,’ zeiden echter de geleerden, ‘want er zitten gaten in’. En zie, de geleerden wezen naar de rijen zwarte wormgaten waarin her en der nog een bidet wegzakte.   ‘Kijk,’ beweerden zij, ‘daar spijkeren de gaten zowaar een zin in het land. Een zin! De toekomst lacht!’

Wij lazen de tekens maar de tekens waren niets anders dan gangen: kruipgangen, vreetgangen, wormsporen, druipholtes.

‘Voor de zon en de geest van de zon zijn het slechts wurmen’ traden hen bij de schepen van de cultuur. ‘Aardwurmen, nietig slijm en snot van de vochtige grond’. Velen van ons juichten de schepen toe met winderige niesbuien. De duikboten van de oppositie speelden zakdoek leggen, niemand zeggen met hun maskers.

(Hier, lieve kinders, zo plots al aan het eind van onze vertelling gekomen, staat het slot zich  handenwringend op slot te draaien met de woorden:)

“Een beweeglijk soort korst was het,
als je het mij vraagt, met een sprietje
mos dat wriemelt voortdurend met
twee wriemelwortels in het tijdslijk”.

en voor wie

code 1met dank aan e.d.

0where1what3whatneed4when5action6withwhat/how7result8forwho

voor finis mundi

FINIS MUNDI produceert een aantal lyrische teksten die een fictief narratief kader gemeen hebben. FINIS MUNDI vraagt derhalve van de lezer enig inlevingsvermogen:

stel dat de doemdenkers het aan het rechte eind hebben, en dat je je in de situatie bevindt dat je het ziet gebeuren. OMG. het is écht zover. de Apocalyps, het Einde der Tijden is aangebroken. jeuh.

stel nu dat X een dichter is die zich in die situatie bevindt.

FINIS MUNDI presenteert wat X, die hypothetische dichter, zou geschreven kunnen hebben.
technisch: de vertelruimte waarin het programma loopt, bevindt zich in die voorwaardelijk voltooid verleden tijd.

i tjing hexagram

hexagram 50 (dǐng) –  “Ketel”

H A R U S M U Z E

115 – stilstaan en lopen zijn weg van elkaar

als je loopt, sta je niet stil.
als je stilstaat, loop je niet.
als je stilstaat, is het lopen weg.
als je loopt, het stilstaan.

als je niet loopt en niet stilstaat,
zijn stilstaan en lopen weg van elkaar.

stilstaan en lopen zijn weg van elkaar.

285 – schoonheid vervalt tot schoonheid van het Rot

van het ogenblik dat je het schone in de ervaring al denkende als schoonheid benoemt, is de esthetische ervaring al vervallen tot een lexicaal instrument van het ontologische Rot: de vertelling (kwantificatie) van het Schone.

functioneel activeert het dan de cultureel voorgeprogrammeerde respons van de flow in de verlangensproductie: je reageert dan op het zo benoemde Schone zoals je verondersteld wordt te reageren omdat je enkel op die wijze erkenning kan krijgen van jezelf als een-door-schoonheid-geraakte bij de ander.

de gedeelde schoonheid ontkent dan het ‘onzegbare’ van de ervaring in functie van het bezit ervan als ‘kenner’ of als ‘kunstenaar’. dat fameuze ‘onzegbare’ beduidt dan vaneigens niets mysterieus van irrationele origine, het is onzegbaar louter omdat elke sensatie uniek is aan de geïndividualiseerde humane triade die deze onderging en volledig immanent aan die erg specifieke ‘kosmos’ (ordening).
enkel in de toon en de timbres van de uitgesproken woorden, in hun lyrische verbanden en toespelingen, kan eventueel nog een bruikbaar analogisch restant van de ervaring worden opgeroepen, die mogelijk ook bruikbaar blijft als invoer voor de lyrische ontwikkeling ervan in talige én buitentalige ’toestellen’, ’toestellingen’ of ’toespelingen’ (cfr. ’toestellen’ zoals dat o.m. door Vondel nog werd gebruikt in de betekenis van ‘vervaardigen’).

het huidige onderzoek van de NKdeE zoekt manieren om dergelijke werkbare analogieën te distilleren uit intentioneel aan elkaar geketende transformaties van ‘contingente’ literaire en audiovisuele expressies in de TVA-triade (TVA verwijst naar Tekst – Video (Beeld) – Audio).
die ‘intentionele concatenatie’ is de programmatie van de NKdeE in haar lopende code.

289 – ziek geheugen sterft aan herinnering

in deze uitspraak herleidt de Harusmuze 2duidelijk onder druk van de validiteitsvereiste van de 10 lettergrepen het individu tot haar retentievermogen, het geheugen van de mens.
ze ontdoet het geheugen daarbij van de gebruikelijke (epigenetisch bepaalde) kwalificaties: het precieuze van de herinnering wordt geduid als ‘blockage’, als ‘stoornis’, de rumoerige erker van het onuitwisbare.

“blijf in uw kot, Maggie”.

het humane (en dus animale) vlees, los van de lichamelijke stratificatie, de reterritorialisatie tot machine ervan in de Westerse medische wetenschap, alsmede het vegetatieve, de onophoudelijke groei van het leven los van de biologische pogingen tot determinatie, ‘onthouden’ immers alles, ook het niet-zijnde, het ‘onzegbare’ van de aan het vlees immanente sensatie.
zonder het Zijn gaat er niets verloren.
we kunnen hier vermoedelijk het werk van Merleau-Ponty inschakelen, maar daar hebben we hier en nu niet veel aan.

hoe gebeurt het, hoe is dit mogelijk, wat moeten we ons voorstellen bij een ‘geheugen dat sterft aan herinnering’?

dat de Harusmuze ‘sterven’ gebruikt als denotatie van het ophouden van een functioneel gebeuren, het abstracte ‘geheugen’ maakt de uitspraak nogal triviaal functioneel reflexief: je kan wat ze ‘zegt’ enkel begrijpen door af te dalen in de orde van het woord, maar goed, dat heb je bij elke taaluiting. maar gezien het onderwerp wordt dat triviale gegeven een recursieve functie ervan, een soort onuitgesproken bevel: onthou bij het denken dat je denken talig is. de Harusmuze staat met die beeldspraak niet toe dat je helemaal wegvlucht in de taal.


herinner je de basisstellingen van de NKdeE: de kosmos is geen zijnde maar een gebeuren en als dusdanig onderhevig aan de voortdurende recursies van het Rot, de entropische devolutie. in die recursieve molen en in de plaag van onze taal werkt elke kwalificatie meteen ook als diskwalificatie

in de recursie van het rot is de toplaag van de rotresten immers ook meteen de toplaag van het begerenswaardige, waarna de dynamiek van de geperverteerde schoonheid inhaakt op de samenlevingsdynamiek, de culturele orde.

die cultuur is echter ook vanuit de primaire vervalimpuls defensief gericht op wederzijdse strijd, agressie en vernietiging.
waarna de simulatie-dissimulatie wenteling van het altruisme, de liefde en de genegenheid aanvangt en uitmondt in de brede zeestromen van het reeds gepercipieerde rot.

maar zulke onderwerpen kan je beter tonen als gebeuren (in de Rotmuziek bv.) dan ze pogen te beschrijven, want de beschrijving vervalt al snel in nietszeggende theorie van de theorie.
elk schrijven, elk ’tekstlichaam’ blijft immers een vleesloze abstractie van het onbestaande ‘lichaam’ waarvan de perceptie opgebouwd is uit de medische code: het lichaam is lichaam omdat het lichaam is en daarmee uit. de homeopathie werkt, maar ze kan en mag niet bestaan. niets is daarbij zo irrationeel als de edicten van het rationalisme dat haar eigen tekstuele lichamelijkheid vergeet, haar aanspreekbaarheid als rationalisme, haar noodzakelijk logocentrisme, de destructie in het Metaverse van de taal.

maar goed, we dienen te roeien met de riemen uit de afslagbak van het grootwarenhuis.
ik kan bij gebrek aan degelijke kennis van de huidige verglijding in de cognitieve wetenschappen 3niemand kan de stroom van publicaties daarin volgen, je kan er enkel instappen en erdoor verzwolgen worden en als achterschrijverke, een nakomertje in de stinkende restplassen van het literaire meer 4cfr. de klacht in “‘Oed’ und leer das Meer” – T.S. Eliot in ‘The Waste Land’, geschreven toen de witte Westerse man nog exclusief ‘auteur’ was de kwestie enkel breed, vaag en hopeloos metaforisch-veralgemenend aanduiden in een soort amateuristisch, niet-gesponsord en nauwelijks (na-)gelezen vorm van pseudo-wetenschappelijke fictie.

een behoorlijk foute nostalgie, dus, of, zoals ik het zelf liever kwalificeer: een sprong in het groteske, het monstrueuze van het buiten-issige.

wat heden nog voor ‘auteurschap’ doorgaat zit gevangen in die double-bind van de traditie: als je in de traditie schrijft wordt je (terecht) gebrandmerkt als patriarchale proleet, maar als je de contingente vormelijkheden van het schrijven niet respecteert (geen boeken produceren bv.) word je niet gelezen, want heel die handel misbruikt de traditie in haar vormelijkheden als label voor winstbejag (in centen of aandacht, maar dat is heden maar 1 stap verder in de kwantificatie, namelijk die van het labelen).

desalniettemin beweert de Harusmuze, als decimaal orakelende uitweg uit het dilemma: ‘ziek geheugen sterft aan herinnering’.

dat staat er nog steeds, Haar informatie is resistent aan al die bezwaren want ze gebeurde, we kunnen/mogen zulks ter wille van de coherentie in de uitvoer van het programma niet vergeten want dit schrijven ontleent haar bestaansrecht daaraan.

het geheugen lijkt voor Haar dus als eerste functie het vergeten te hebben, het uitwissen van de sensitieve input: de waarheid-als-waarheid is immers niet te harden, je staart dan recht in de ogen van Medusa, om het nog maar ’s klassiek-fallisch en dus misogyn te stellen.

het geheugen is in dat opzicht misschien wel de garbage collector van onze mentale ‘activiteit’, het bewustzijn waaraan we onderhevig zijn: als dat programma faalt raken we letterlijk bedolven onder onze eigen shit, ons bolwerk van Verbrugge 5een denktrant die nog niet tot Denktrant werd gecultiveerd, zo genoemd naar de NL beeldend kunstenaar Harmen Verbrugge die in een FB conversatie met mij het beeld van een bolwerk bezigde als omschrijving van het denkende brein wordt dan een soort Charleroi of een Tienen waar de vuilnisophaling al vijf jaar in staking is.

welja: er bestaan slechtere oorzakelijke beschrijvingen van een depressie of een psychose.

genadig als doodsteek is dan wellicht die ene opflitsende herinnering, van de eerste aanblik van het Gelaat, of die van het zonlicht dat gebroken door het raamglas veelkleurig danst op de plastieken darmpjes van ’t beademingsapparaat in de couveuse, een lichtflits die al het verzamelde rot in één epifanie van het kosmische verval belicht en kenbaar maakt, daar waar geen kennen of weten meer benodigd is zodat de oscillatie van leven en dood kan overgaan in ’t eentonig alarmerende van de flatline en alle strijd en tegenstrijdigheid vergaat in het grote Onverschil van de Natuur.

maar dat zijn louter speculaties vanuit de staande herinnering van haar uitspraak: alleen de Harusmuze weet wat er na haar gebeuren te gebeuren staat.

290 – elke gebeurtenis ontkent zichzelf

de gebeurtenis valt voor en valt ons ten deel: het voorvoegsel ‘ge’ heeft hier meer de betekenis van ‘mede’, zo vertelt ons toch de Etymologiebank, het duidt aan dat het ‘beuren’, het ’ten deel vallen’ een persoon betreft.

bovendien heeft het woord met soortgelijke constructies met het achtervoegsel ‘is’ gemeen dat het gebeuren dat er in benoemd wordt afgesloten is: een betekenen is gedaan als er betekenis is, een geschieden is afgelopen als er geschiedenis is (zie verder erven, vergeven,.. we mogen echter niet te snel veralgemenen want kijk bv. naar ‘hechtenis’ waar de afleiding van hechten juist een aanduiding is dat de actie gecontinueerd wordt.

hoe dan ook : we spreken enkel van een gebeurtenis als het afgelopen is, zo lijkt het, elke gebeurtenis speelt zich af in het verleden.

nu, het benoemen van de gebeurtenis beoordeelt het gebeuren dat het wil benoemen noodzakelijkerwijs als eenmalig en uniek. de paradox gegenereerd door de taal zelf ‘wil’ dan dat het gebeuren ontkent wordt in de gebeurtenis: het voorval krijgt in de taal geen tijd om te gebeuren, het ‘is’.

beschouwen wij zo ter verduidelijking een sensorische ervaring als gebeurtenis, bijvoorbeeld het waarnemen van een geur: het aroma van koffie in het huis des ochtends, zoals zo voortreffelijk bezongen door Raymond Van Het Groenewoud: heel het gebeuren van het koffie ruiken, het openbarsten van het aroma wanneer het hete water de gemalen koffiebonen raakt, het zich verspreiden van de damp waarin de koffiemoleculen zich met waterdamp gemengd hebben, het eerste opsnuiven daarvan, het moment van exaltatie dat voorafgaat aan de herkenning van dit is de ‘geur van koffie’, heel dat uitgesponnen gebeuren wordt in de gebeurtenis ‘geur van koffie’ herleidt tot een aangehaald verleden.

Of anderzijds: de historische gebeurtenis, bv. de oproer te Brussel naar aanleiding van de vertoning van de opera ‘De Stomme van Portici’: het benoemen van de gebeurtenis als gebeurtenis is onmiskenbaar een finalisering van het gebeuren zelf: er waren immers een ontelbaar aantal gebeurtenissen die zich op die avond, op die locatie tussen de aldaar aanwezigen hebben afgespeeld, die toen zijn ‘voorgevallen’ die met de beste wil van de wereld niet in verband kunnen worden gebracht met de latere onafhankelijkheid van België.

Een dame op het eerste balkon liet een zakdoek vallen met de intentie dat een man op het zitje naast haar die zou oprapen.
Ik verzin maar wat, è, maar geef toe dat het aannemelijk is. Hebt u ooit dat verhaal gehoord? Uiteraard niet: het hele gebeuren van die avond is herleid tot de gebeurtenis ‘de vertoning van de opera ‘De Stomme van Portici’, een eenvoudige, eenduidige en unieke betekenaar in de breinen van alle kindjes die in ons landje nog wat geschiedenisonderwijs mochten ontvangen.

In de Bewegingsleer van de NKdeE noemen we dit een intentionele reductie en een finalisering van het gebeuren, een vorm van ontologische abstractie die elke gebeurlijke kwaliteit onttrekt aan het gebeuren. Het vervalst en ontkent het gebeuren in functie van de fictie van de gebeurtenis om andere ficties in de ideologisch gelezen geschiedenis te ondersteunen.

Op zich is daar niks mee, op voorwaarde dat we ons op elk moment bewust blijven van het fictionele karakter van deze bewerking, die ‘operatie’, en dat die operatie altijd een ideologische operatie is omdat ze causaliteit legt in het ‘contingente’ verloop van het gebeuren 6de status van de ‘contingentie’ als concept problematiseert het gebeuren verder door de humane vertekening in een eerdere recursie van het ideologische verval van de realiteit, maar dat dient elders geschreven te worden).

Nu is het reduceren van het gebeuren tot catalogiseerbare ‘gebeurtenissen’ een van de meest repressieve, ja zelfs agressieve totaliseringsreflexen veroorzaakt door de ziekte van de ontologie die daarmee de fallische almacht van het Zijn in een eeuwige erectie wil ‘ereignen’.

dit reducerende moment, de verschrikking van de ‘grille’ van Artaud, blijft ook het punt waar ideologische extremen elkaar vinden, links en rechts, nazisme en maoisme en waarmee zij in hun beschaafde en gematigde verwoordingen ‘converseren’ of waar de erzats-piemels van de bedachte degens elkaar kruisen in een fictief theater van de geest zoals bij het imposante Zijn van Heidegger en de verrimpelde, uitgemergelde Gebeurtenis van de academisch-filosofische usurpator Badiou.

414 – de Vrije Lyriek kiest zelf haar auteurs

het soort auteur (m/v/o) waar ik mij in herken noem ik een Vrije Lyricus (m/v/o) . ik plak daar geen namen op omdat veel auteurs zich niet hun gehele leven bewust zijn van hun status, ja zelfs die status van ‘Vrije Lyricus’ bewust of onbewust willen ontvluchten, zich in alle denkbare en ondenkbare bochten wringen om aan de Vrije Lyriek te ontsnappen.

ik heb al snel geleerd dat het veel beter is om mensen in hun wanen te laten zolang zij zich daar comfortabel in voelen. de waarheid, wat je daarvan zien kan, is voor als het echt niet anders meer kan.

want de Vrije Lyriek mag zich vrij noemen, de Vrije Lyricus zelf heeft hoegenaamd geen keuze. de Vrije Lyricus (m/v/o) kan enkel schrijven wat zij te schrijven heeft, er is geen ontkomen aan. deze lyricus is ballistisch vrij zoals een kogel in de lucht: niets houdt hem tegen.

we moeten daar niet nodeloos dramatisch over doen (de geschiedenis wijst uit dat er al drama genoeg is in de levens der Vrije Lyrici), maar het valt ook niet te ontkennen: wij vrije lyrici schrijven alsof ons leven ervan af hangt. waarom? omdat wij goedschiks en kwaadschiks hebben moeten ondervinden dat het daadwerkelijk zo is.
eens je dat beseft, kan je beginnen van de vloek een zegen te maken, dat is tenslotte wat iedereen met haar realiteit moet doen: accepteren hoe het nou eenmaal zit, je taak helder stellen, je eraan toewijden en oefenen tot het lukt. wie weet heeft er misschien niemand wel echt een ‘vrije’ keuze.

alleen bij de Vrije Lyricus is het gebrek aan keuze moeilijk verteerbaar omdat het belangeloze dichterschap nou eenmaal geen al te sexy beroepskeuze is. ik heb het daar 30 jaar lang bijzonder moeilijk mee gehad, zelf, om mij daarin te schikken. je leest al die biografieën van Baudelaire, Artaud, Holderlin, Joyce, Chlebnikov […] en voortdurend denk je toch ‘ah neen è, niet met mij’. en toch zie je het gebeuren.

het punt is: wanneer wij het vertikken (en, geloof mij: elke Vrije Lyricus probeert dat, om, al was het maar even, aan zijn schrijfplicht, zijn schrijfneurose te ontsnappen) gaat het ogenblikkelijk en uiterst trefzeker fout met ons: ongelukken, waanzin, verslaving, geen enkele uithaal van het raastig gezusterte der Schikgodinnen blijft ons bespaard wanneer wij van het Pad durven wijken.

ja, idd: dàt Pad, het Pad van de Wenende Nacht, een kikkerdom waaruit geen prinses ons zal bevrijden.

vragen waarom een Vrije Lyricus schrijft wat hij schrijft, en of het niet wat vrolijker kan ofzo, en waarom doet ge niet zus of zo, al die vreselijk lompe, onnadenkende waarom-vragen, wel die getuigen dan ook van een volslagen onbegrip voor de situatie van deze auteur die enkel schrijven kan wat hij te schrijven heeft, daarbij zijn uiterste best doet ook, want als hij faalt moet de volgende het weer rechtzetten, en dat jongetje heeft het al zwaar genoeg, weer.

ja, solidair zijn we wel. uitermate en tot ver over de grens van leven en dood. dat leer je ook, dat zulks noodzakelijk is. in zekere zin, ik beken het, met excuses, schrijven we louter voor en door elkaar. wij zitten in ons hoofd.

maar lees gerust door hoor: besmettelijk is het lot niet, ik wil enkel mijn lotgenoten ter troost een mogelijke bestemming aanreiken voor de toe-stand van de jammerlijke determinatie.

456 – vraag nooit naar de zin van het gebeuren

tijdverlies in het denken treedt daar op waar een (denk)beweging als een afgelopen functie enkel zichzelf herhaalt in een eerstegraadsrecursie. Vragen naar de zin van alles, van het Gebeuren is een voorbeeld van Tijdverlies: de zin, aard of reden van het gebeuren gebeurt in het gebeuren en is dus niet de zin, aard of reden van het gebeuren.

anders gezegd: je kan het go-spel niet verklaren met go-bewegingen, je kan dan enkel laten zien hoe het werkt, maar dat zien we al.
en als je blijft insisteren op jouw visie dan wil je dat iedereen zo go speelt zoals jij het spel speelt7ik had eerst het schaakspel als voorbeeld genomen, maar het schaken is naar ik vernam een eindeloos gesloten systeem terwijl het go-spel eindeloos open is. zie je, daar begint het al.

compiled by dv@BKI

de HARUSMUZE is een eigentijds orakel, een NKdeE generatief schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing.

NKdeE Tarot
mogelijks weldra beschikbaar…

Steun de Vrije Lyriek!

de Neue Kathedrale des erotischen Elends
is een gave van iedereen voor iedereen

financiële steun voor de NKdeE is welkom op
IBAN BE22 7340 2968 5847 BIC KREDBEBB
op naam van Dirk Vekemans.

VOLG dirkvekemans.be
Vul je mailadres hieronder in en je krijgt alle berichten in je mailbox.

Uw adres wordt verder NIET gebruikt of doorgegeven en u kan op elk moment opzeggen.

Noten[+]

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.