Categorieën
finis mundi Harusmuze Kathedraalse Leer NKdeE Tarot P'Tix

BKO

T:C1 IT:42

P’TiX
P’TiX BKO – “the beauty and the beast”

P’TiX is een grafisch NKdeE programma dat van accidentele en intentionele invoer middels intuïtieve, semi-bewuste visuele projecties van de gebruiker (proefpersoon/patient/tekenares) elke dag minstens 1 narratieve potloodtekening produceert in een vierkant formaat.

P’TiX Basics

– de code van drie letters in de titels van de uitvoer is de datum van publicatie in een eigen formaat van de NKdeE.

– de accidentele invoer bestaat 52 vlekken in Oost-Indische inkt en bister gemaakt door de gebruiker.
de vlekken werden met een glasplaat op verloren kartonpapier afgedrukt, een procédé waarover de gebruiker geen enkele controle heeft en ze zijn ook in een duur gemaakt (minder dan 5 minuten) die geen intentionaliteit toelaat.

– elke volledige cyclus van het programma bestaat uit 52 dagen/tekeningen.

blader door alle P’TiX uitvoer

P’TiX INDEX

gedicht
LAIS CCLXXXIX
De ochtend breekt, aanhoor de schittering:
scherven met lijfelijke klachten, klaar
licht, ijzig brandende herinnering.
De erge maan, het zweten onder het haar,
afwezigheid (“je houdt toch niet van haar?”).
Niets niest. Niets is goed. Iets moet je doen,
heftigheid die slap eindigt in gezoen,
vrouwentongen die gaan likkebaarden,
passie tussen de roeiers van ’t galjoen,
zijden kousen die nooit openbaarden.

(invoertekst 29/01/2012, vernietigd op 9/2/2021, rev. dv@BKO )

LAIS is de geschiedenis van een verwording.
het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden.
het ego van de auteur sterft in wansmakelijk zelfbeklag als god in ’t diepst van zijn gedachten, het schrijven zelf echter wil van geen wijken weten.
‘het’ is restant, begraven in het desolate landschap van een dode taal.
argeloze lezers wekken het sporadisch tot de hel van een onmogelijk leven.

LAIS wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website en elders. het werk zal uiteindelijk uit minimaal 449 dizaines bestaan.

LAIS is dan ook in zekere zin een update van de DELIE van Maurice Scève, een complex werk gepubliceerd in 1544, waarvan alvast de strikte vorm en het aantal dizaines werden overgenomen.

het dizain van Scève is een oude Franse dichtvorm die na hem in onbruik raakte ten voordele van het sonnet.
het telt 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.

i tjing hexagram

H A R U S M U Z E

62 – cultus cultiveert, water vloeit stroomafwaarts

elk geloof heeft een vervaldatum (500 jaar zei Boeddha, maar de tijd decimeerde al herhaaldelijk de duur. de gelovige medemens wordt met klem aangeraden om ten minste elke 5 minuten van geloofsovertuiging te wisselen).

314 – de ogen weerspiegelen slechts het vuur

de stroom morst stormen in de stroom. 314 is een omkering van 134.

347 – mensen kiezen steeds voor wat zij kennen

de leraar neemt zichzelf als voorbeeld wanneer Heracleitos zegt het waarneembare en het aanleerbare te verkiezen boven wat niet waarneembaar is. hij doet dat immers in een betoog waarvan het punt is dat alles één is, en dat elke tegenstelling uiteindelijk in het goddelijke Gebeuren (voor H is dat de oorlogsgod – volgens Academiaman Lebedev hanteert H. een monotheistische ideologie, we moeten dat nog checken) samenkomen.

de bescheiden wijze is bijzonder schoon in haar gedachten en weet dat zij niet weet, maar daar zij beseft dat het menselijk waarneembare uiteindelijk met het onnaspeurbare samenvalt, berust zij in de aanvaarding van het ‘natuurlijke’ menselijk gedrag, namelijk zich te baseren op wat je ziet , hoort of leren kan.

het inzicht dat die keuze een beperking inhoudt is de basis voor haar rechtvaardiging want als je beseft dat die beperking er is ben je ook niet langer blind voor het bepalende karakter van je keuze, die ook geen echte keuze is.

nog: de rede die zich baseert of de ervaring is het enige wat wij ‘hebben’, oké, maar het maakt ons ook blind voor wat het nog-niet van onze kennis, daar onze kennis altijd een voortschrijdend boorplatformpje is een fragiel humaan veld, waar wij ons zwakke lampje laten schijnen te midden een oceaan van wat wij enkel kennen als totale duisternis.

vandaar dat wij steeds dienen te schrijven (denken/ageren/proberen) op en over de grens van onze onwetendheid, zoals ook Deleuze beweerde te doen in zijn ‘Difference et Répétition’.

375 – de dood geeft aan het leven al haar licht

het licht van de dood is het licht van een moment, een verdwijning.
de dood werpt het ontvangen licht terug op het leven dat haar tot op dat punt heeft gebracht. zonder de dood is het leven eeuwige kwelling, onoplosbaar lijden van het gebeuren aan het Gebeuren.

de dood is het uiteindelijke kennisobject van de angst. de angst construeert de dood, be-tekent het moment als het moment van de uit-weg, de ex-it, de poort waardoor de ondraaglijkheid van de weg weg kan. zonder doodsangst kennen wij de dood niet, en misprijzen wij het leven.

op het moment van de dood vangt de weg aan weg te zijn. cfr. de gekende doodswake ‘Ziehier mijn Brol, Vergeef mij het Gerommel’, een Rotlied van de Neue Kathedrale uit 2054.

volgens bepaalde stromingen in de Neo-Kathedraalse Mystiek is het bezigen van de dood als noodoplossing (euthanasie, zelfdoding, zelfmoord) een wat men dan toch enigzins respectloos ’toppunt van loempigheid’: men zou verplicht worden – in de cyclische kern van de tijdsbeleving – hetzelfde leven te lijden tot men een oplossing heeft gevonden voor de Opgave. deze stelling is echter vooralsnog op geen enkele wijze valideerbaar, dus de NKdeE-akoliet/mysticus dient daaromtrent, ik citeer, ‘haar mule te houden’.

379 – het is wat het was voor het geweest is

het is de meute aan Herakleitosvorsers blijkbaar ontgaan dat de uitspraak in fragment 22B22, door Paul Claes vertaald als “Goudzoekers woelen veel aarde om en vinden maar weinig “, misschien wel meer over het omwoelen van de grond zou kunnen gaan dan over het al dan niet vinden van goud. de interpretaties die ik tegenkwam, hadden het over het uitzonderlijke karakter van kennis enzo, over de geringe slaagkansen.

maar misschien wou de Efezische Profeet ons eerder wijzen de misleidende poeha der goudzoekers, en dat zij wellicht beter ‘woelratten’ zouden worden genoemd dan naar het eerder uitzonderlijke gevolg van hun onaflatende woelen.

het ligt ‘natuurlijk’ in ‘onze’ aard om een activiteit te benoemen naar de intentie: ons denken is nu eenmaal door-en door verziekt door de finaliteit van het Zijn. iets is pas belangrijk als het is wat het is. zie ook onze reductie van de plant tot de vrucht of de bloem. ik weerhoud mij ervan om de beruchte reductie van de vrouw in dit rijtje te zetten omdat ‘we’ dat niet meer gingen doen, toch? want ‘het’ is waarschijnlijk maar ‘natuurlijk’ in zoverre het mannelijke natuur is en ‘onze’ aard in zoverre die aard de dominantie van het mannelijke ondergaat. ik zeg ‘waarschijnlijk’ omdat we het niet anders proberen, terwijl dat wel zou kunnen.

‘onze aard’ is immers een hoedanigheid die iedereen voor zich kan (zou moeten willen kunnen en mogen)* bepalen.
kwantiteit is een uitkomst van een telling, daar kan je niks aan veranderen. kwaliteit is een waarde die we hechten aan het getelde, dat ‘veranderen’ wij voortdurend in functie van onze belangen, waarbij elk ‘wij’ het resultaat is van een negotiatie in de omgang (de commerce/Umgang binnen de sociale ruimte, in ons oord/Ort/site) .

elke ‘wij’ die je aan ‘onze’ aard toekent is een falsifieerbare ‘normalisatie’, een repressieve normopathie waarvan ‘wij’ misschien beter zouden genezen, al was het maar in momenten van helderheid tijdens de voortrazende bedwelming van onze consumptieverslaving. zie je, zo werkt ‘wij’, de klasse ‘wij’: de uitspraak constitueert de groep en dwingt elk individu binnen de groep om de waarheid van het toebehoren, de onschuld te bewijzen. ‘wij’ is de erfzonde.een goed begrip daarvan schenkt ons een moment van helderheid, een genezing. en elk moment van genezing van de ziekte heet ‘gezondheid’, daarvan kan je beter genieten.

van enig reëel wij-gevoel is in de huidige constellatie geen spoor meer te bekennen, dus de functie van de klasse is louter verhullend: een betoog dat begint met ‘wij zouden toch beter dit of dat’ , slaat derhalve nergens op, het lezen is vooral tijdverlies.

soit. ook indien er geen finaliteit te bespeuren is, maken wij er liever een aan dan te pogen het gebeuren ‘neutraal’ te bekijken, zonder verlangen naar het ‘goede’, of afkeur van het ‘slechte’. dat is immers lastiger meestal want bv. die goudzoekers zou je meteen moeten gaan wijzen op de ongelooflijke mest die ze maken en dat die onmogelijk in verhouding kan staan met de kleine nuggets aan potentïele goudwinst.

finaliteiten zijn ook negatief, meestal noemen we ze dan geen doelen, maar ziektes of gebreken. ze herleiden net zo goed een gebeuren tot het resultaat ervan, meestal is dat dan de onmogelijkheid om bepaalde handelingen te stellen. de ziekte als einddoel van de gezondheid.

een onvrede in het gevoel, een maladaptatie aan de snel veranderde leefomstandigheden, een slechte reactie op de stress van het hedendaagse gewoel en men gaat ogenblikkelijk als een woelrat op zoek naar een oorzakelijke benaming, een verklarend label, een diagnose.

de diagnose is, het woord zegt het zelf, een soort dwarsdoorsnede van wat men weet over een bepaald onderdeel van het gebeuren. men weet niet precies wat er gebeurt maar in het merendeel der gevallen is er sprake van [lijstje met kwalificerende benamingen die op basis van vage criteria op een uiterst dubieuze manier kunnen gemeten worden aka DSM].

op het moment dat je de diagnose stelt evenwel, zou je meteen dat lijstje met kwalitatieve benamingen moeten uitbreiden met de vermelding ‘gediagnosticeerd als [naam van de diagnose]” want vanaf dat moment valt de gediagnosticeerde persoon of toestand samen met de diagnose: hij, zij of het ‘is’ een [naam van de diagnose]-lijder.

het effect van dat ‘lijderschap’ is in het algemeen een serieuze stimulans voor een kwantitatief meetbare uitslag, een woeker van de eerder vastgestelde kwaliteiten, in vele gevallen heden ten dage jammer genoeg een ziektebeeld.
wat benoemd is wordt immers ervaren zoals het benoemd is, met alle secundaire invullingen van het benoemde die voorheen onbekend waren, aja: ‘het had geen naam’.

“nu weet ik wat er scheelt”! jeuh! aja, ipv: mijn rug doet zeer omdat ik te lang in bed gelegen heb, of omdat ik scheef hang van ’t mij slecht voelen is’t nu: er zit een zenuw gekneld”.

op die manier wordt ‘het is wat het is’ heel snel een excuus om niets aan verandering toe te laten: de rest van de werkelijkheid moet maar aangepast aan de benoembare werkelijkheid, die ‘is’ er tenminste.
maar ja: die werkelijkheid ‘is’ niet wat ze is, die ‘is’ enkel hoe ze was op het ogenblik van de diagnose en in functie van een meting van het lijstje met vooropgestelde kwaliteiten/kwalen. het zijn bestaat hoogstens als een uiterst fictieve vorm van ‘geweest zijn’: op die moment was het ongeveer zo en zo. Maar ja: op het moment van de diagnosestelling doe je de persoon in kwestie wel een dusdanige cadeau, een verklaring voor alles wat er scheelt, dat je al bijna misdadig zou zijn om de persoon in kwestie die diagnose nog te willen ontnemen. Aja: hij had nu eindelijk ‘iets’. ‘iets’ dat al die ellende kon verklaren: een vrijwaring en dus herstel van het genot door uitsluiting van de benoemde Kwaal.

ik ben gezond op mijn ziekte na. als ik lijd lijd ik aan mijn ziekte en niet aan mijn slechte gewoontes. enzoverder, tot na St. Juttemis, want het Zijn is een virus dat kruipt waar het niet gaan kan…het resultaat is voornamelijk dat de gezondheidssector snel verwordt tot een bende goudzoekers: in plaats van het zeldzame goud van de gezondheid creëert men enkel meer en meer ziekte, ziekte, die met het gewoel gemeen heeft dat ze tenminste zichtbaar, benoembaar en dus behandelbaar is.

en, eens er gewoeld is, kan er niet alleen in het blootgewoelde gespit en gegraven worden maar vooral ook in de opgehoopte woelkennis. op dat moment is dat wat er is allang iets geheel anders dan wat het was, ooit, net voordat het ‘ontdekt’ was…

457 – de mens is erg veel erger dan de aap

zeggen dat de slimste aap duizendmaal minder erg is dan de domste mens zou denigrerend zijn voor beiden, maar daar komt het wel wat op neer.
we moeten, in een omdraaiing van de standaard evolutietheorie, nog uitzoeken hoe dat precies zit, in de devolutie treedt er blijkbaar een distinctie mechanisme op, vermoedelijk doordat het nieuwste stadium van het bewustzijnsrot het vorige vernietigen wil uit distinctiedrift.

vandaar dat de mens niet zomaar een beetje erger is dan de aap, die als kuddedier eigenlijk weinig bijdraagt aan de progressie van het Rot, terwijl de mens dat zo veel meer efficiënter doet, in onze tijd nu ook voorbij de planetaire begrenzing.

in ieder geval is er geen enkele objectieve reden om de iets dommere medemens voor aap te verslijten: zulk een stadium van verloren perfectie kan deze ook nooit meer bereiken. alleen de wijze kan daarop hopen, maar het Zicht treedt onafhankelijk op van wat wij ‘intelligentie’ noemen [citaat Zhuang Zhi].

488 – een e heeft ergens wel even een e

compiled by dv@BGO

de HARUSMUZE is een eigentijds orakel, een NKdeE generatief schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing.

NKdeE Tarot
mogelijks weldra beschikbaar…

VOLG dirkvekemans.be
Vul je mailadres hieronder in en je krijgt alle nieuwe berichten zo in je mailbox.

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.