Categorieën
collage finis mundi Harusmuze Kathedraalse Leer NKdeE Tarot P'Tix

BJN

T:P10 IT:42 – het is wat het was voor het geweest is

tlestenifs

#tlestenifs is een pop-up collageprogramma met vier weken lang invoer van de krant Het Laatste Nieuws. het programma stopt vanzelf.

P’TiX
P’TiX BJL – ‘complicated emptiness inside’

over P’TiX

P’TiX is een educatief, grafisch NKdeE programma dat van accidentele en intentionele invoer middels intuïtieve, semi-bewuste visuele projecties van de gebruiker (proefpersoon/patient/tekenares) elke dag minstens 1 narratieve potloodtekening produceert in een vierkant formaat.

P’TiX Basics

– de code van drie letters in de titels van de uitvoer is de datum van publicatie in een eigen formaat van de NKdeE.

– de accidentele invoer bestaat 52 vlekken in Oost-Indische inkt en bister gemaakt door de gebruiker.
de vlekken werden met een glasplaat op verloren kartonpapier afgedrukt, een procédé waarover de gebruiker geen enkele controle heeft en ze zijn ook in een duur gemaakt (minder dan 5 minuten) die geen intentionaliteit toelaat.

– elke dag wordt 1 vlek ‘nagetekend’ tot een niet nader bepaalde gelijkenis. de gebruiker is geheel vrij op welke manier en in hoeverre/hoelang zij de invoervlek wil ‘natekenen’.

– een volledige cyclus van het programma bestaat uit 52 dagen/tekeningen. een uitvoercyclus is pas geldig als er geen hiaten zijn in de productie.

– het P’TiX programma kent een aantal varianten waarbij de ervaring opgedaan in de dagelijkse routine wordt toegepast op andere invoer. de uitvoer daarvan wordt desgevallend benoemd met [XXX]+ ‘Extra’ waarbij XXX staat voor de lettercode van de dag waarop de uitvoer geproduceerd werd.

P’TiX invoer
12345678
910111213141516
1718192021222324
2526272829303132
3334353637383940
4142434445464748
49505152
Klik op het cijfer om de invoer met hun uitvoer tot nog toe te bekijken.

blader invers chronologisch door alle P’TiX uitvoer

P’TiX INDEX

gedicht
fumeux fume par fumée

het duister met de kleffe armen slaat de kleffe armen
om de natte dag. diep oranje kleuren in mijn handen
alle tonen die ik vang. er tokkelt iets van toen op slap
gespannen snaren, een wrede wals.  giraffen schuren
hun hals aan het wiegen van een sloom groen. ik ban
het heden uit de geschiedenis, ik schuif de ladder
van de tijd tot hoog boven de daken. ik is blij.

want zie de zon verteert mij maar in de tering schuilt
genezing, de datum van verlossing komt dan stevig
naderbij. tabak is niet dodelijk, het maakt je vrij.
en alle vormen glijden weg en takken braken takken,
slierten wak gebladerte. en wortels duwen grond,
kraaien pikken worm alsof jijzelf niet meer bestond.
ban het heden uit je bio en ’t geluk is heel nabij.

voor finis mundi

i tjing hexagram

H A R U S M U Z E

62 – cultus cultiveert, water vloeit stroomafwaarts

elk geloof heeft een vervaldatum (500 jaar zei Boeddha, maar de tijd decimeerde al herhaaldelijk de duur. de gelovige medemens wordt met klem aangeraden om ten minste elke 5 minuten van geloofsovertuiging te wisselen).

314 – de ogen weerspiegelen slechts het vuur

de stroom morst stormen in de stroom. 314 is een omkering van 134.

347 – mensen kiezen steeds voor wat zij kennen

de leraar neemt zichzelf als voorbeeld wanneer Heracleitos zegt het waarneembare en het aanleerbare te verkiezen boven wat niet waarneembaar is. hij doet dat immers in een betoog waarvan het punt is dat alles één is, en dat elke tegenstelling uiteindelijk in het goddelijke Gebeuren (voor H is dat de oorlogsgod – volgens Academiaman Lebedev hanteert H. een monotheistische ideologie, we moeten dat nog checken) samenkomen.

de bescheiden wijze is bijzonder schoon in haar gedachten en weet dat zij niet weet, maar daar zij beseft dat het menselijk waarneembare uiteindelijk met het onnaspeurbare samenvalt, berust zij in de aanvaarding van het ‘natuurlijke’ menselijk gedrag, namelijk zich te baseren op wat je ziet , hoort of leren kan.

het inzicht dat die keuze een beperking inhoudt is de basis voor haar rechtvaardiging want als je beseft dat die beperking er is ben je ook niet langer blind voor het bepalende karakter van je keuze, die ook geen echte keuze is.

nog: de rede die zich baseert of de ervaring is het enige wat wij ‘hebben’, oké, maar het maakt ons ook blind voor wat het nog-niet van onze kennis, daar onze kennis altijd een voortschrijdend boorplatformpje is een fragiel humaan veld, waar wij ons zwakke lampje laten schijnen te midden een oceaan van wat wij enkel kennen als totale duisternis.

vandaar dat wij steeds dienen te schrijven (denken/ageren/proberen) op en over de grens van onze onwetendheid, zoals ook Deleuze beweerde te doen in zijn ‘Difference et Répétition’.

275 – de dood geeft aan het leven al haar licht

het licht van de dood is het licht van een moment, een verdwijning.
de dood werpt het ontvangen licht terug op het leven dat haar tot op dat punt heeft gebracht. zonder de dood is het leven eeuwige kwelling, onoplosbaar lijden van het gebeuren aan het Gebeuren.

de dood is het uiteindelijke kennisobject van de angst. de angst construeert de dood, be-tekent het moment als het moment van de uit-weg, de ex-it, de poort waardoor de ondraaglijkheid van de weg weg kan. zonder doodsangst kennen wij de dood niet, en misprijzen wij het leven.

op het moment van de dood vangt de weg aan weg te zijn. cfr. de gekende doodswake ‘Ziehier mijn Brol, Vergeef mij het Gerommel’, een Rotlied van de Neue Kathedrale uit 2054.

volgens bepaalde stromingen in de Neo-Kathedraalse Mystiek is het bezigen van de dood als noodoplossing (euthanasie, zelfdoding, zelfmoord) een wat men dan toch enigzins respectloos ’toppunt van loempigheid’: men zou verplicht worden – in de cyclische kern van de tijdsbeleving – hetzelfde leven te lijden tot men een oplossing heeft gevonden voor de Opgave. deze stelling is echter vooralsnog op geen enkele wijze valideerbaar, dus de NKdeE-akoliet/mysticus dient daaromtrent, ik citeer, ‘haar mule te houden’.

379 – het is wat het was voor het geweest is

het is de meute aan Herakleitosvorsers blijkbaar ontgaan dat de uitspraak in fragment 22B22, door Paul Claes vertaald als “Goudzoekers woelen veel aarde om en vinden maar weinig “, misschien wel meer over het omwoelen van de grond zou kunnen gaan dan over het al dan niet vinden van goud. de interpretaties die ik tegenkwam, hadden het over het uitzonderlijke karakter van kennis enzo, over de geringe slaagkansen.

maar misschien wou de Efezische Profeet ons eerder wijzen de misleidende poeha der goudzoekers, en dat zij wellicht beter ‘woelratten’ zouden worden genoemd dan naar het eerder uitzonderlijke gevolg van hun onaflatende woelen.

het ligt ‘natuurlijk’ in ‘onze’ aard om een activiteit te benoemen naar de intentie: ons denken is nu eenmaal door-en door verziekt door de finaliteit van het Zijn. iets is pas belangrijk als het is wat het is. zie ook onze reductie van de plant tot de vrucht of de bloem. ik weerhoud mij ervan om de beruchte reductie van de vrouw in dit rijtje te zetten omdat ‘we’ dat niet meer gingen doen, toch? want ‘het’ is waarschijnlijk maar ‘natuurlijk’ in zoverre het mannelijke natuur is en ‘onze’ aard in zoverre die aard de dominantie van het mannelijke ondergaat. ik zeg ‘waarschijnlijk’ omdat we het niet anders proberen, terwijl dat wel zou kunnen.

‘onze aard’ is immers een hoedanigheid die iedereen voor zich kan (zou moeten willen kunnen en mogen)* bepalen.
kwantiteit is een uitkomst van een telling, daar kan je niks aan veranderen. kwaliteit is een waarde die we hechten aan het getelde, dat ‘veranderen’ wij voortdurend in functie van onze belangen, waarbij elk ‘wij’ het resultaat is van een negotiatie in de omgang (de commerce/Umgang binnen de sociale ruimte, in ons oord/Ort/site) .

elke ‘wij’ die je aan ‘onze’ aard toekent is een falsifieerbare ‘normalisatie’, een repressieve normopathie waarvan ‘wij’ misschien beter zouden genezen, al was het maar in momenten van helderheid tijdens de voortrazende bedwelming van onze consumptieverslaving. zie je, zo werkt ‘wij’, de klasse ‘wij’: de uitspraak constitueert de groep en dwingt elk individu binnen de groep om de waarheid van het toebehoren, de onschuld te bewijzen. ‘wij’ is de erfzonde.een goed begrip daarvan schenkt ons een moment van helderheid, een genezing. en elk moment van genezing van de ziekte heet ‘gezondheid’, daarvan kan je beter genieten.

van enig reëel wij-gevoel is in de huidige constellatie geen spoor meer te bekennen, dus de functie van de klasse is louter verhullend: een betoog dat begint met ‘wij zouden toch beter dit of dat’ , slaat derhalve nergens op, het lezen is vooral tijdverlies.

soit. ook indien er geen finaliteit te bespeuren is, maken wij er liever een aan dan te pogen het gebeuren ‘neutraal’ te bekijken, zonder verlangen naar het ‘goede’, of afkeur van het ‘slechte’. dat is immers lastiger meestal want bv. die goudzoekers zou je meteen moeten gaan wijzen op de ongelooflijke mest die ze maken en dat die onmogelijk in verhouding kan staan met de kleine nuggets aan potentïele goudwinst.

finaliteiten zijn ook negatief, meestal noemen we ze dan geen doelen, maar ziektes of gebreken. ze herleiden net zo goed een gebeuren tot het resultaat ervan, meestal is dat dan de onmogelijkheid om bepaalde handelingen te stellen. de ziekte als einddoel van de gezondheid.

een onvrede in het gevoel, een maladaptatie aan de snel veranderde leefomstandigheden, een slechte reactie op de stress van het hedendaagse gewoel en men gaat ogenblikkelijk als een woelrat op zoek naar een oorzakelijke benaming, een verklarend label, een diagnose.

de diagnose is, het woord zegt het zelf, een soort dwarsdoorsnede van wat men weet over een bepaald onderdeel van het gebeuren. men weet niet precies wat er gebeurt maar in het merendeel der gevallen is er sprake van [lijstje met kwalificerende benamingen die op basis van vage criteria op een uiterst dubieuze manier kunnen gemeten worden aka DSM].

op het moment dat je de diagnose stelt evenwel, zou je meteen dat lijstje met kwalitatieve benamingen moeten uitbreiden met de vermelding ‘gediagnosticeerd als [naam van de diagnose]” want vanaf dat moment valt de gediagnosticeerde persoon of toestand samen met de diagnose: hij, zij of het ‘is’ een [naam van de diagnose]-lijder.

het effect van dat ‘lijderschap’ is in het algemeen een serieuze stimulans voor een kwantitatief meetbare uitslag, een woeker van de eerder vastgestelde kwaliteiten, in vele gevallen heden ten dage jammer genoeg een ziektebeeld.
wat benoemd is wordt immers ervaren zoals het benoemd is, met alle secundaire invullingen van het benoemde die voorheen onbekend waren, aja: ‘het had geen naam’.

“nu weet ik wat er scheelt”! jeuh! aja, ipv: mijn rug doet zeer omdat ik te lang in bed gelegen heb, of omdat ik scheef hang van ’t mij slecht voelen is’t nu: er zit een zenuw gekneld”.

op die manier wordt ‘het is wat het is’ heel snel een excuus om niets aan verandering toe te laten: de rest van de werkelijkheid moet maar aangepast aan de benoembare werkelijkheid, die ‘is’ er tenminste.
maar ja: die werkelijkheid ‘is’ niet wat ze is, die ‘is’ enkel hoe ze was op het ogenblik van de diagnose en in functie van een meting van het lijstje met vooropgestelde kwaliteiten/kwalen. het zijn bestaat hoogstens als een uiterst fictieve vorm van ‘geweest zijn’: op die moment was het ongeveer zo en zo. Maar ja: op het moment van de diagnosestelling doe je de persoon in kwestie wel een dusdanige cadeau, een verklaring voor alles wat er scheelt, dat je al bijna misdadig zou zijn om de persoon in kwestie die diagnose nog te willen ontnemen. Aja: hij had nu eindelijk ‘iets’. ‘iets’ dat al die ellende kon verklaren: een vrijwaring en dus herstel van het genot door uitsluiting van de benoemde Kwaal.

ik ben gezond op mijn ziekte na. als ik lijd lijd ik aan mijn ziekte en niet aan mijn slechte gewoontes. enzoverder, tot na St. Juttemis, want het Zijn is een virus dat kruipt waar het niet gaan kan…het resultaat is voornamelijk dat de gezondheidssector snel verwordt tot een bende goudzoekers: in plaats van het zeldzame goud van de gezondheid creëert men enkel meer en meer ziekte, ziekte, die met het gewoel gemeen heeft dat ze tenminste zichtbaar, benoembaar en dus behandelbaar is.

en, eens er gewoeld is, kan er niet alleen in het blootgewoelde gespit en gegraven worden maar vooral ook in de opgehoopte woelkennis. op dat moment is dat wat er is allang iets geheel anders dan wat het was, ooit, net voordat het ‘ontdekt’ was…

de HARUSMUZE is een eigentijds interactief orakel, het Beginsel van een NKdeE generatief schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing.

NKdeE Tarot

steunabonnement (gift) :
IBAN BE22 7340 2968 5847 BIC KREDBEBB

VOLG dirkvekemans.be
Vul je mailadres hieronder in en je krijgt elke dag het werk zo in je mailbox, gratis. jouw mailadres wordt verder niet gedeeld, gebruikt of anderszins bekend gemaakt.

Geef een reactie

NL EN FR RU ZH-CN AM
%d bloggers liken dit:
This website uses the awesome plugin.