Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer lyriek Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #165

165 – l’étiage toxicomanique de la nation – FEU

BRIEF
aan de heer Wetgever
van de Wet op de Verdovende Middelen

Mijnheer de Wetgever,

Mijnheer de Wetgever van de wet van 1916, in juli 1917 bij decreet aanvaard als de Wet op de Verdovende Middelen, je bent een debiel.
Jouw wet enerveert enkel de wereldwijde farmacie zonder enige invloed op het niveau van drugsverslaving in dit land en wel hierom:

  1. het aantal drugsverslaafden dat zich bij de apotheek bevoorraadt is gering
  2. de echte drugsverslaafde bevoorraadt zich niet bij de apotheker
  3. de drugsverslaafden die zich bij de apotheker bevoorraden zijn allemaal ziek
  4. het aantal drugsverslaafden dat ziek is is gering t.o.v. de genotzuchtige druggebruikers
  5. de farmaceutische beperkingen van de drugs treffen nooit de druggebruikers uit genotzucht en de georganiseerde druggebruikers
  6. er zullen altijd fraudeurs zijn
  7. er zullen altijd drugsverslaafden zijn door ondeugdzaamheid, door passie
  8. zieke drugsverslaafden hebben een onaantastbaar recht in deze maatschappij en dat is om met rust gelaten te worden.

Het is voor alles een gewetenskwestie.
De Wet op de Verdovende Middelen geeft aan de inspecteur-usurpator van de volksgezondheid het recht om te beslissen over de pijn van anderen; het is een merkwaardige pretentie van de moderne medische wetenschap om de eigen plichten te willen voorschrijven aan ieders geweten. Al dat geblaat van het officiële handvest staat machteloos tegen dit ene gewetensfeit: te weten dat, meer nog dan over mijn dood ik de baas ben over mijn eigen pijn. Ieder mens is rechter – en enige rechter – over de hoeveelheid fysieke pijn, of ook geestelijke leegte die hij in alle oprechtheid kan dragen.

Helderheid van geest of niet, er bestaat een helderheid van geest die mij geen enkele ziekte kan ontnemen en dat is het aanvoelen dat mijn fysieke leven mij geeft1hier voegt Artaud een lange voetnoot in die in het volgende deel zal worden vertaald. En als ik die helderheid dan heb verloren, dan heeft de medische wetenschap maar één ding te doen en dat is mij die substanties te verschaffen die mij in staat stellen die helderheid terug te hebben.

Heren dictators van de farmaceutische school van Frankrijk, jullie zijn pedante geknipten: er is een ding dat jullie beter zou moeten inschatten, en dat is dat opium die ene, niet voor te schrijven en imperiale substantie is die het eigen zielenleven weer toegankelijk maakt aan hen die het ongeluk hadden dat kwijt te raken.

Er bestaat een kwaal waartegen opium onfeilbaar is en die kwaal heet Angst. Angst in zijn mentale, medicinale, psychologische, logische of farmaceutische betekenis, wat je maar wil.

De Angst die gekken maakt.
De Angst die zelfmoordenaars maakt.
De Angst die vervloekten maakt.
De Angst die de medische wetenschap niet kent.
De Angst die uw dokter niet begrijpt.
De Angst die het leven krengt.
De Angst die de navelstreng van het leven afknijpt.

Door uw onbillijke wet geeft u mensen in wie ik geen greintje vertrouwen heb – medische debielen, snertapothekers, rechters in wanpraktijken, doktoren, vroedvrouwen, dokters, dokters-inspecteur, het recht in handen om te beslissen over mijn angst, een angst die in mij zo fijn is als de naalden van alle kompasnaalden van de hel.

Bij bevingen van lichaam of ziel bestaat er geen mensenseismograaf die het iemand mogelijk maakt om naar mij te kijken en tot een meer nauwkeurige evaluatie van mijn pijn te komen dan mijn eigen bliksemende geest dat doet!

Heel de riskante wetenschap van de mens is niet superieur aan de onmiddellijke kennis die ik van mijn wezen kan hebben. Ik ben de enige rechter over wat er in mij zit.

Ga terug naar jullie zolders, medische luizen, en jij ook, meneer de wetgever Schaapmans, jij raaskalt niet uit liefde voor de mens maar volgt een traditie van imbeciliteit. Jouw onwetendheid over wat het is om een mens te zijn wordt alleen geëvenaard door je dwaasheid om hem te willen beperken. Moge jouw wet neerkomen op je vader, je moeder, je vrouw, je kinderen en al je nageslacht. En slik nu maar in die wet van je.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.66-70] – vert. NKdeE 2020 CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com


originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Monsieur le législateur,

Monsieur le législateur de la loi de 1916, agrémentée du décret de juillet 1917 sur les stupéfiants, tu es un con.

Ta loi ne sert qu’à embêter la pharmacie mondiale sans profit pour l’étiage toxicomanique de la nation

parce que

1o Le nombre des toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien est infime ;

2o Les vrais toxicomanes ne s’approvisionnent pas chez le pharmacien ;

3o Les toxicomanes qui s’approvisionnent chez le pharmacien sont tous des malades ;

4o Le nombre des toxicomanes malades est infime par rapport à celui des toxicomanes voluptueux ;

5o Les restrictions pharmaceutiques de la drogue ne gêneront jamais les toxicomanes voluptueux et organisés ;

6o Il y aura toujours des fraudeurs ;

7o Il y aura toujours des toxicomanes par vice de forme, par passion ;

8o Les toxicomanes malades ont sur la société un droit imprescriptible, qui est celui qu’on leur foute la paix. C’est avant tout une question de conscience.

La loi sur les stupéfiants met entre les mains de l’inspecteur-usurpateur de la santé publique le droit de disposer de la douleur des hommes ; c’est une prétention singulière de la médecine moderne que de vouloir dicter ses devoirs à la conscience de chacun. Tous les bêlements de la charte officielle sont sans pouvoir d’action contre ce fait de conscience : à savoir, que, plus encore que de la mort, je suis le maître de ma douleur. Tout homme est juge, et juge exclusif, de la quantité de douleur physique, ou encore de vacuité mentale qu’il peut honnêtement supporter. Lucidité ou non lucidité, il y a une lucidité que nulle maladie ne m’enlèvera jamais, c’est celle qui me dicte le sentiment de ma vie physique. Et si j’ai perdu ma lucidité, la médecine n’a qu’une chose à faire, c’est de me donner les substances qui me permettent de recouvrer l’usage de cette lucidité. Messieurs les dictateurs de l’école pharmaceutique de France, vous êtes des cuistres rognés : il y a une chose que vous devriez mieux mesurer ; c’est que l’opium est cette imprescriptible et impérieuse substance qui permet de rentrer dans la vie de leur âme à ceux qui ont eu le malheur de l’avoir perdue.

Il y a un mal contre lequel l’opium est souverain et ce mal s’appelle l’Angoisse, dans sa forme mentale, médicale, physiologique, logique ou pharmaceutique, comme vous voudrez.

L’Angoisse qui fait les fous.
L’Angoisse qui fait les suicidés.
L’Angoisse qui fait les damnés.
L’Angoisse que la médecine ne connaît pas.
L’Angoisse que votre docteur n’entend pas.
L’Angoisse qui lèse la vie.
L’Angoisse qui pince la corde ombilicale de la vie.

Par votre loi inique vous mettez entre les mains de gens en qui je n’ai aucune espèce de confiance, cons en médecine, pharmaciens en fumier, juges en mal-façon, docteurs, sages-femmes, inspecteurs-doctoraux, le droit de disposer de mon angoisse, d’une angoisse en moi aussi fine que les aiguilles de toutes les boussoles de l’enfer.

Tremblements du corps ou de l’âme, il n’existe pas de sismographe humain qui permette à qui me regarde d’arriver à une évaluation de ma douleur plus précise, que celle, foudroyante, de mon esprit !

Toute la science hasardeuse des hommes n’est pas supérieure à la connaissance immédiate que je puis avoir de mon être. Je suis seul juge de ce qui est en moi.

Rentrez dans vos greniers, médicales punaises, et toi aussi, Monsieur le Législateur Moutonnier, ce n’est pas par amour des hommes que tu délires, c’est par tradition d’imbécillité. Ton ignorance de ce que c’est qu’un homme n’a d’égale que ta sottise à le limiter. Je te souhaite que ta loi retombe sur ton père, ta mère, ta femme, tes enfants, et toute ta postérité. Et maintenant avale ta loi.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Noten   [ + ]

1. hier voegt Artaud een lange voetnoot in die in het volgende deel zal worden vertaald