Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza

journal intime #156

156- Il y a aussi Antonin Artaud – TONG

de boodschap van de westerse gek, wat de waanzin ons te zeggen heeft, is sinds jaar en dag de ondergang, de heerschappij van Satan, de apocalyps (zie daarover [FOUCAULT 1972, p38-39] ): voorbij de rede is er enkel de ondergang.

maar de westerse waanzinnige manifesteert zich zo ook als een ziener van het Rot, de echte versie van het fictieve Armageddon, de fameuze apocalyps die immers niet meer is dan de zoveelste uiting van de negentropische gewoonte van het uitstel in het denken, een projectie van de waarheid, een verpakking van het Rot tot na het oordeel van de Rede, het Zijn, God dus.

het hele idee van een Apocalyps, die neurose, is uiterst nefast voor de precaire situatie waarin we ons nu bevinden. in plaats van alles te doen om toch het mogelijke te redden van wat er te redden valt, schakelen we in ons hoofd geheel over naar ‘alles is verloren’ en ‘dit is het einde der tijden’. en we doen niks meer.

we vergeten dan prompt het enige stukje zelfkennis dat niet ogenblikkelijk leidt tot onze gebruikelijke megalomanie waarvan ook deze apocalypsneurose, dit ramptoerisme van het denken een onwaarschijnlijke uiting is.
namelijk dat wij als soort verschrikkelijk taai onkruid zijn, een virus waar je niet zomaar vanaf raakt, als het al mogelijk is. want buiten onze eigen leefwereld om, buiten onze negentropische bubbel om, zijn wij gewoon een perfecte desintegratiemachine, het Rot op zijn paasbest dat alles in haar weg verneukt tot het alleen maar aan stilletjes wegkwijnen wil denken.
zo snel is de aarde niet van ons verlost en zelfs dan is het niet ondenkbaar dat er twee miljoen jaren later weer iets vekemansachtig loopt wartaal uit te slaan om de blondjes te imponeren.

maar goed: omdat het idee van de onvermijdelijke entropie van alles, de waarneembare desintegratie, de tastbaar stijgende complexiteit, omdat het Rot als idee onaanvaardbaar is, te veel realiteit voor de ‘human mind’ (T.S. Eliot), duwen we het letterlijk voor ons uit, projecteren we het naar de verre toekomst, het einde der tijden, zodat we onze negentropische bubbel voluit evolutionistisch kunnen blijven denken, voortschrijdend in een voortdurende evolutie naar het hogere. het eschatologische is voor ons westerlingen altijd de uitverkoren oplossing geweest om het Rot leefbaar te maken, om te kunnen blijven lachen terwijl we verder en verder ten onder gaan.

het ‘oor’, overigens, in het laatste ‘oordeel’ heeft niets met het gehoor te maken maar is het handvat aan het ‘ding’, de ‘handler’ van de begrijpelijkheid. etymologische komen al die woorden uit de sfeer van de rechtspraak, maar bon, ik zal maar zwijgen over Derrida vandaag.

de westerse tijdsbeleving is immers altijd die van een uitstel van de toekomst, en een winstneming op de prognose van het onmogelijke. de daden tellen enkel in hun consequenties, hun verwezenlijkingen. als het niet opbrengt, bestaat het niet. en wat het opbrengt moet tastbaar zijn, begrijpelijkheid dus.

net wat u lekker niet krijgt van mij (het zal u leren).

elk oordeel is een tijdsoordeel, het maakt het gebeuren aanhangig in de tijd om tot een verdict te komen, een verdinging, een verharding, een fallische uitspraak in weerwil van het echte. ‘fuck it’: het gebeuren gereïficeerd tot verhandelbare gebeurtenis, de sjachertruuk van Badiou. time is money.

zelfs de fysica ontkent het gebeuren in functie van het begrijpelijke ding, het ‘deeltje’ van de stof, de waan van de materie. en de neurologie reduceert dankbaar de zieke gek tot een ongewenste, onverhandelbare respons op dat deeltje, het essentiële. het zit zo en zo en gij zijt zot.

zo wordt de zot de paljas, de ongelovige én de uitgeslotene, de verdoemde maar ook het levende Aandenken, de Wijsvinger van God, de zombie van het memento mori en de zwaaier met de sabel van het laatste oordeel.

de westerse gek is de gekmakende angst en de angst is de angst voor de waarheid, het toelaten van het Echte in de steeds sneller rottende werkelijkheden van het Zijn.
de westerse waanzin is een lijden aan het lijden dat enkel verholpen kan worden door het onbespreekbare uit te schakelen, te omzeilen. de westerse gek moet gefikst worden, bijgepraat, gedrogeerd, geëlektrocuteerd , opgesloten, genegeerd, gemuilkorfd, verzwegen.

op elke echte vraag van de waanzinnige (“mijn leven in de ontkenning van het Rot en van het lijden werkt niet meer“, “ik ervaar enkel nog het echte van de pijn” ) is er na het falen van de routineus uitgevoerde upgrades en de chemische bugfixes uit het Handboek (het Handboek vervangt de in vrees teruggetrokken hand van de zorg) slechts het standaard antwoord van de dood.

kijk hier is het spuitje, doe het voor jou, doe het voor ons. verlos ons van jouw lijden, van dat Aandenken, die rotte Wijsvinger van het Lijk van God. het is jouw schuld ook wel wat è, kijk naar ons, wij willen wèl geloven.

dit geldt uiteraard enkel voor mannelijke zotten. de zottinen die zijn gewoon hysterisch, die kan je helpen met de Spuit van God (“enkel in de Premiumversie van het Handboek, upgrade nu!”)

de oosterse zot is, in mijn Tao-boekskens toch, vaak de wijze die de ‘Ren’ van het Humane achter zich heeft gelaten, naast zich heeft neergelegd. wat doen de Chinezen met hun wijzen, tegenwoordig?

NKdeE 2020, ‘Artaud is geschoren’ (naar het zelfportret van 17-11/1946) – potlood – A5