Categorieën
journal intime Kathedraalse Leer Proza Vertalingen - Bewerkingen

journal intime #154

154 – Qu’on lui pile le crâne – AFGROND

ARTAUD – Navel van het Voorgeborgte (2)

Een groot, nadenkend en overbevolkt elan vervoerde mijn ik als een volle afgrond. Er waaide een vlezige wind die resoneerde, en de solfer zat er dik in, ja. Minutieuze wortelhaartjes bevolkten de wind als een netwerk van aderen, en hun vervlechting bliksemde. De ruimte was meetbaar en helder, maar zonder doordringbare vorm. En het centrum was een mozaïek van flitsen, een harde soort kosmische hamer, een van mismaakte zwaarte, een die steeds weer viel als een hoofd in de ruimte, maar met een geluid dat als gedistilleerd klonk. En de watten wikkel van dat geluid had de botte aandrang en het doordringende van een levende blik. Ja, de ruimte gaf zijn volle mentale watten op, waarin geen enkele gedachte nog duidelijk was of de ontlading van voorwerpen ervan kon weergeven. Maar beetje bij beetje keerde de massa zich om als een krachtige walging van slijk, een soort onmetelijke instroom van donderend vegetaal bloed. En de wortelhaartjes die trilden aan de rand van mijn mentale oog, maakten zich met een duizelingwekkende snelheid los van de opgespannen massa van de wind. En heel de ruimte beefde als een geslacht waarmee de vurige hemelbol verwoestend tekeer ging. En iets als de snavel van een echte duif doorboorde die confuse massa der toestanden, en op dat moment trok al het diepe denken in lagen, loste het op, werd transparant en eenvoudig.

En nu hadden we een hand nodig die van het grijpen zelf het orgaan zou worden. En nog een keer of twee, drie draaide de hele vegetale massa zich om, en elke keer nam mijn oog een preciezere positie in. De duisternis zelf werd overvloedig en zonder voorwerp. Geheel het vriezen klaarde uit.

Antonin Artaud – uit L’ Ombilic des Limbes (1925) [ARTAUD 1956, p.51-52]
vert. NKdeE 20201) CC Public Domain

A.A. NDL

NOOT: de Kathedraal stelt al haar vertalingen gratis ter beschikking van haar lezers, je mag er wat ons betreft letterlijk alles mee doen wat je maar bedenken kan, maar vermeldt wel ergens dat je het goedje van de Neue Kathedrale des erotischen Elends kreeg. op die manier krijgen anderen ook wind van ons verder geheel belangeloos exemplarisch activisme. dank en klik u weg in vrede.

commentaar en suggesties bij de vertalingen graag naar dirkvekemans@yahoo.com

originele tekst:
https://ebooks-bnr.com/artaud-antonin-lombilic-des-limbes/

Une grande ferveur pensante et surpeuplée portait mon moi comme un abîme plein. Un vent charnel et résonnant soufflait, et le soufre même en était dense. Et des radicelles infimes peuplaient ce vent comme un réseau de veines, et leur entrecroisement fulgurait. L’espace était mesurable et crissant, mais sans forme pénétrable. Et le centre était une mosaïque d’éclats, une espèce de dur marteau cosmique, d’une lourdeur défigurée, et qui retombait sans cesse comme un front dans l’espace, mais avec un bruit comme distillé. Et l’enveloppement cotonneux du bruit avait l’instance obtuse et la pénétration d’un regard vivant. Oui, l’espace rendait son plein coton mental où nulle pensée encore n’était nette et ne restituait sa décharge d’objets. Mais, peu à peu, la masse tourna comme une nausée limoneuse et puissante, une espèce d’immense influx de sang végétal et tonnant. Et les radicelles qui tremblaient à la lisière de mon œil mental, se détachèrent avec une vitesse de vertige de la masse crispée du vent. Et tout l’espace trembla comme un sexe que le globe du ciel ardent saccageait. Et quelque chose du bec d’une colombe réelle troua la masse confuse des états, toute la pensée profonde à ce moment se stratifiait, se résolvait, devenait transparente et réduite.

Et il nous fallait maintenant une main qui devînt l’organe même du saisir. Et deux ou trois fois encore la masse entière et végétale tourna, et chaque fois, mon œil se replaçait sur une position plus précise. L’obscurité elle-même devenait profuse et sans objet. Le gel entier gagnait la clarté.