het moment (76)

het woord ontwaakt, het beeld verhaalt van een lijntje lichaam wiegend op een fiets, heur schoudertje bloot (“aan mij komt geen dood “fluistert Maaike off-screen) en meteen de lens krijgt lippen, likt en slurpt en slikt en spuwt fotonen in het kader ter fixatie in de ingelogde godenbreinen. men was gewaarschuwd, het was bekend: het is het en onverdoofd is het nauwelijks te harden.

hans beschildert uitgezogen eierschelpen in het hoofd, velimir verdeelt er de tijd in gele kermiseendjes met punten erop en georg wil de kleuren zelf horen zeggen hoe zwart hij wel niet is en hard en geel is veel en rood is volmaakt en rond en groot. het smeert met paul de sliertenbodem algenduister uit over de tafelen, de vloeren.

angst glibbert vervaarlijk tussen de blote tenen.

grijpend naar de blote enkels (op haar voetzool betastte het ooit zijn plan, dat lijf geworden was met sidderpret en glinsteroog en een aanrollen, een golven van zweet, spieren, geurige huid in het strakke keurslijf van haar sleutelmelodie), …

stil nu kinders, stil! dit is ernstig.

[de kinders zwijgen en kijken toe met hun mondjes open]

start de ochtendspraak!

[de klankband start]

“ochtend. de dauw toont in honderdduizendvoud de zonnegloed aan onze goden en daphne is vandaag de zwartstaartige C, een vol-okeren godin, compleet met maagdenstem en rafelig hoerenkleed, hoor maar hoe heilig en verkouden zij de oktobersequenzen zingt.”

[C. unmute en zingt met hese stem en het KOOR ]

C: het woord ontwaakt 
KOOR: de tijd is rijp 
C: het beeld verhaalt
KOOR: de plaats is klaar
C: het lichaam wiegt
KOOR: het is hie

[stroompanne]

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.