het moment (73)

in flarden, wit omrand, de wolken drijven drukkend in de wolken over, belagen elkander en sluiten gestaag de lichtbrengende verte uit het duister in de ogen. het bekijkt de ochtendmechaniek, ziet hoe dauw en kilte op de huid een rilling tekenen. er wordt geaarzeld. het davert nog wanneer het naar de handen kijkt.

zal treurnis weer de dag kleuren binnen deze uiterst ordentelijke muren van identiek gezaagde zandsteen? is deze verteller met de tranxenetong voortaan een noodzakelijk kwaad? de ogen worden haast gedwongen mee te stapelen, laag op laag, terwijl het enkel denken kan aan het veel compactere aansluiten op elkaar van lijken in een massagraf. in het brein blijft een hele zone gespaard van al te pijnlijke activiteit.

nijd, berouw en angst in slijmslierten vervlochten druipt er uit de praatholte der lubrieke vrouwen. de gehavende mannen slurpen met schuld gekneveld en geknot in vrees sloten zwarte koffie. ‘naar binnen, het slaaphok in’, maant het zich en onder het daverend applaus van halm en kei ontvlucht de eenzame hoeder van de stem de klomp der randgevallen

boven het hoofdkussen kleeft een stemmig kinderlijfje in de spreidstand van een geplette mug op het pastel der kamermuren. stil, erkentelijk voor de geboden kans op reïntegratie in de uiterste kring der acceptabelen, haalt het de meest gelauwerde gezangen boven, ogenschijnlijk onschuldige versjes vol geile kwinkslag en voorbarige wijsheidsslijm. het kale bed wordt zee van spraak en torenhoog verheft het zich in de herinnering: hoe zij flarden waren, wit omrand…

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.