het moment (64)

zon en maan staan in hun strak verband. asfalt is het verdunde zwart der hemelen. het spreekt staccato de namen uit die het droeg in de eerste van de drie waanzinstreden die het ter plaatse houden, het grote op en af en uit spel van de adem: uitademing met een stoer mannelijk gestotter, vervolgens een akelige slaak inwaarts tot de buik zich als een zwangere opspant en dan een geheel onzijdig met een koppig zwijgen zich vastklampen aan de oprijzende hoest op zoek naar het punt aan de zin.

maar het diepere braken komt niet los. de klank van hun lijven zit versleuteld onder de maag en lager dan de navel. de paringsknoop wil er niet uit. profaan te kakken gezet roept het ‘ben ik te min’ en alle poolse paarden in de burgerwei naast het treurhuis trappelen verwoed de afwezige stranden met de regen om tot vunzig slijk. 

gelijk als gij is er niet één“, zo stiet het door het zomerbos, maar het kletsnatte brandhout wil geen vuur meer vangen op de stapel die het zich bereidde. het zal sterven in greppel bij nachte zoals het een echte dronkaard past, zijn zwarte stank ’s ochtends met geel bezeken kalk door de boer geblust.

zie daar de zon schiet door de wolken, een moment suprème alsof er nog ergens voeten een grond betraden of vingers handen vormden. beneden waggelt het dorp en zinkt in het duister van de bodemtroost. “bezet mijn stad”, mompelt het pathetisch in de spiegel, “vergeef mijn tuin met heel je nijd, sproei de bloemen tot ze rossen van ’t vergif. afgunst, liefste, is bij verdelging motor van de grootste kunst.

invoertekst (2016)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.