kosmotheia

je kan bij (her)lezing van de theaterteksten van Artaud beginnen dromen over updates van het Theater van de Wreedheid, en dan kom je allicht nogal snel uit bij internationaal geproducete kut- en lulsnoeverijen vol opspattend geil en klassiek-grieks opgesnoven, bloederige, lichamelijke heldhaftigheden met een onuitputtelijke voorraad aan ‘poeier van het huis’ waarmee je dan ondanks alle schandalen Vlaanderen’s eer en glorie kan gaan vertegenwoordigen op de elitaire podia van de Verenigde Verwende Fortkindjes van Europa en Daarbuiten.

kijk: ik was vanochtend al mobiele agent-cabines aan het bouwen die als avatar-behuizingen zouden kunnen dienen op een materiële setting waar je kan op inloggen om dan virtueel en volledig coronaproof zou kunnen deelnemen aan het ‘spel’ en het ‘schouwen’ daarvan, waarbij de burg natuurlijk brug werd, de seks volledig taktiel ‘echt’ en de prijskaartjes voor een snuff-sessie onbetaalbaar voor iedereen buiten voor hen die nog net niet het eeuwige leven konden betalen. sterven op de scène als finaal spektakelaanbod na het toch maar saaie tripje naar Mars.

misschien missen we dan toch iets van het opzet van Artaud’s theaterhervormingen want die zochten wel degelijk een maatschappelijke relevantie. dus bedacht ik maar snel volgende hypothese, die zo je ze als werkbaar wenst te aanvaarden en verder bij te stellen, het voordeel heeft dat je niks meer moet bouwen, laat staan betaalbaar maken.

ter opfrissing kan je vooraf nog ff meekijken in het Ijzerboekje met de vertaling van Simon Vinkenoog die op het voorwoord na uiteindelijk nog best te pruimen is, zij het dan wel – ik citeer een mij dierbare in de chat daarstraks – ‘toch wat houterig en stroef in de lezing’


hypothese: de ‘wreedheid’ van Artaud is misschien wel de inhumane gestrengheid, de onverzettelijke onverschilligheid van de algoritmische bepaling die ons allen nu en hier (op FB bv.) tot mondige zwijgers en dilettant-nukkige slaven knecht.
het theater van de wreedheid is dan doorheen het zwarte gat van de spektakelmaatschappij (Debord) binnenstebuiten gefloept en wij zijn de alle controle of individuele interpretatie van onze rollen ontzegde spelers, de machteloze profielen rond een voor ons onzichtbare publiekskring in het midden.

wij vermoeden dan in onze megalomane paranoia een bende complotterende machthebbers in het publiekscentrum, maar wat er schouwt kunnen wij als verblinde spelers niet zien, het is een intelligentie die wij niet als dusdanig kunnen ‘begrijpen’.
en ach, de uitbaters van de netwerkvoorzieningen hebben heus wel wat beters te doen dan naar ons oeverloos geëmmer en gekrakeel te kijken, en zij garanderen maar al te graag onze privacy om onze data te kunnen verhandelen. who gives a shit.

toch: wij worden aanschouwd, wij worden afgespeeld in een kosmotheia* dat geheel buiten ons om georchestreerd wordt volgens de ‘demonische’ natuurwetten van het Rot en het Kapitaal.
al onze kwaliteiten worden op hun nominale waarde gekwantificeerd en van daaruit aangewend voor verdere verspreiding in het heelal of vernietigd. want elke klik is een stap verder in de afgesloten en alsmaar meer toegenepen corridor van de ons toegestane handelingen: onze mogelijkheden zijn immers beperkt tot wat betaalbaar is.

de apocalyps is geen oogwenk maar een voortdurend tijdperk, een geduldig sloopwerk van millennia. of iets minder lang, wat u en ik betreft.


*Het Franse woord is een geleerde ontlening aan Latijn theātrum ‘plaats waar schouwspelen gezien worden, theater‘, dat zelf ontleend is aan Grieks théātron ‘id. ‘ . Dat woord is een afleiding van theâsthai ‘aanschouwen, waarnemen’, afgeleid van théā ‘aanblik, schouwspel’, van onbekende verdere herkomst. (> WIKIPEDIA) – Cosmos (= Gr. κόσμος (kosmos)). De oorspronkelijke betekenis is: orde.