het moment (50)

getekend naar het leven staat het van zichzelf te vervreemden. lijnen van monden monden uit in gebaren die niet tot bij de spieren geraken. lippen stuiken in elkander, tongen verslierten, het rotte vlees is walmende sneeuw voor de zon. in een droom kan je het denken maar beter niet toelaten.

buiten, in het vervallen zomerbed trekken slakken sporen slijm in verrafelde lakens en duiven beschijten de molm van het hout. een hond graaft een mol uit in achttien mislukkingen. binnen nieuwslezers maken met duchtig vol gekrijtte luchtfoto’s gewag van volstrekt ontoelaatbare zedenfeiten. erger dat volstrekte zinloosheid is het besef van wat het zeggen wil.

het mag haar kussen op papier maar het papier is vies en van plastiek. het begeleid met oude glorie een laagje rubber in een vagina of twee maar wordt daar niet veel wijzer van. schuld ontstaat door nood aan boete, maar wat kan je innen als het vel het niet voelt?

in de rouw is het huis een huis bezaaid met lijken. alleen de vliegen zien wat er stierf en vormen de vormen die op hen gelijken. beweging, naar het leven getekend. het vlucht in de droom en in de droom ziet het haar en het denkt ja dit is het einde. en het wordt wakker in het huis van de rouw.

invoerteksten (2016): moment 76 7778

cdbv 142 (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.