het moment (48)

in het holst van de nacht is het zwart soms zacht, het predikt streling en het streelt met penselen, aait slapen, steelt speels de meest kille, enge gedachten, omzwachtelt ze met honderdduizenden onbegrijpelijkheden en vormt ze zo om tot een schouwspel van ongeziene pracht;

in het holst van de nacht bij de gewoonlijke optocht der gedaantes, de laffe kwijlbekken voorop, en de nijdige druipkrengen erna, soms als bij wonder verschuift er een resem getallen en aurora borealis doemt op in hun ogen en hun stompjes worden zacht en oranje als gestoofde babyworteltjes en ze lijken warempel begaan met elkaar en ze laten zich zien terwijl ze zacht praten met hun spreekmonden (helaas) en ze laten de dieren hun handen besnuffelen die ze toch het ontwortelen moesten toestaan, maar desondanks zij blijven lief en aardig voor elkaar;

in het holst van de nacht gooit een gitzwarte zon soms glorieus oplaaiende tranen in de gesloten ogen van de slapende en een stem die van dieper komt dan van de diepste mijn der gesloten mijnen in Limburg (waar het ooit nog in afdaalde met de kinderen, weet je nog) , die stem vertelt het dan dat dit het mooiste is dat het ooit zal gezien hebben, dit magnifieke zwarte druipen van de zwarte ziel van de rottende kosmos, en dat het daarvan maar genieten moest,

maar dat het wel nu best opstaat en snel nog wat wijn slikt eerst want de weg naar het toilet is lang en vol van gevaren en het leek nu verdomme net echt te slapen met een droom voorhanden en bijna een ik om het te bewijzen.

invoerteksten : moment 72 moment 73

cdbv 136 – 2015


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.