Categorieën
lyriek

journal intime #95

daarstraks, op mijn dagelijkse wandeling met leenhond Rakki doorheen het Tiense Soebeurbia – dat eigenlijk in niets verschilt van het Kessel-Lose Suburbia, alleen schrijft men het Engelse woord hier in progressieve transliteratie – hoorde ik een der schoolkinderen luide de lof zingen van een huis dat zij met haar vriendinnetjes passeerde, een vrij doodgewone driegevelwoning was dat, uit de jaren ’50 denk ik.
ik maakte daarbij de bedenking dat kinderen meestal de nieuwe huizen helemaal niet mooi vinden, al was het maar omdat die teveel op mamapapahuis lijken, maar ik kan hen daarin geen ongelijk geven.
op een of andere manier slagen de gezinswoningenarchitecten erin om de huidige stand van de wansmaak perfect te capteren. het tweede mirakel speelt zich dan een jaar of vijftig nadien af, want dan zijn die wansmakelijke gedrochten plots wondermooi. zelfs de kinderen zeggen dat dan en hen kan je moeilijk van nostalgie verdenken.

Freud in zijn inleidend college bij de Colleges Inleiding tot de Psychoanalyse:

Laat ons niet te gering denken over deze vooroordelen; ze zijn invloedrijk, de neerslag van nuttige, zelfs noodzakelijke ontwikkelingen van de mensheid. Ze worden door affectieve krachten in stand gehouden, en de strijd ertegen is zwaar.

[FREUD 1989 I, p.31]

nu, er is weinig nuttig te bespeuren aan de bouwstijl die de kleinburgerlijke architectuur produceert, maar ik geloof wel dat deze voortdurend devoluerende stijl gekenmerkt wordt door een noodzakelijkheid, in die zin dan dat het niet anders kan dan zo gebeuren. terwijl de hoge cultuur zich druk maakt omtrent allerlei belangwekkende zaken waar ook niemand wat aan kan veranderen, zien we hier het Echte voortschrijden, vrij van elk belemmerend inzicht of rationele bijsturing: de klant betaalt dus de klant krijgt wat hij wil. onze vrijheid in zijn ontzagwekkende glorie.

als je met de wagen van pakweg Kessel-Lo naar Geel of Mol rijdt, een traject dat ik vele malen heb mogen smaken, is het bijna onverklaarbaar hoe men de geëtaleerde wansmaak nog weet te vereenzelvigen met de hoge idealen van het ‘Vlaanderen’ dat sommigen in hun vaandel en naar eigen zeggen ook in hun harten sluiten.
iemand zou ’s een video moeten maken met enkel die voorbijgaande straatbeelden met hun troosteloze aaneenschakeling van aandoenlijke pogingen om van een baanwoning iets moois te maken en daarbij dan de klankband van gezangen der Vlaamsgezinden op monteren.

tot slot nog dit citaatje, uit een Harusmuze die ik eergisteren redigeerde:

een naam is functioneel gelijkaardig aan een wet: het benoemen van iets of iemand, is een beperking van het kwalitatieve gebeuren van dat iets of iemand tot een geprojecteerd Zijn ervan, de reductie waarin het ‘te tellen is als’, omdat de identiteit van het benoemde zo nu eenmaal wordt vastgelegd.

https://dirkvekemans.com/2019/07/04/harusmuze-381/

een gebeuren zoals dat proces van de ‘vrije’ kleinburgerlijke architectuur ‘benoemt’ ons in die zin, denk ik, het ‘wettigt’ onze aanwezigheid, het is de expressie van ‘wie wij zijn’ in het landschap van het Echte. het tekent ons, ten voeten uit. en de evidente zichtbaarheid van die tekening, de onomstotelijke stenen ervan, de materie zelve dwingt ons tot een zekere consistentie in onze waanzin, een waan die er dan noodzakelijkerwijze met de gehele daadkracht van onze overlevingsdrang op gericht is om al die zichtbare pracht te ontkennen. want alleen zo kan je nog van een ‘Schoon Vlaanderen’ spreken (en niet meteen naar het toilet moeten hollen).

wij slagen daar, als volleerde normopaten meestal probleemloos in. okè we moeten soms hard inhakken op de inwijkelingen die totaal onverklaarbaar weigeren onze visie van de werkelijkheid te aanvaarden, maar die krijgen we uiteindelijk wel klein gekoeieneerd en bijgespijkerd. dura lex sed lex.

behalve als er zich een lek voordoet in onze originaire verdringing veroorzaakt door een geheel onverwacht trauma misschien, dan stort heel onze psychotische logica in en belanden wij in een soort collectieve verdwazing. ‘waar zijn we? is dit ons Vlaanderen nog?‘ veel is daarvoor eigenlijk niet nodig, een klein viruske bijvoorbeeld, is al meer dan genoeg…



BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

bibliografie

ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8

ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956

BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995

BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2

CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF

CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2

CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016

CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné)

FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989

GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.

KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014

MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8

MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8

MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6

OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4

REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002

VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957

VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960