het moment (7)

het heeft god gezien: een marter in een kippenhok. hij hapte er naar vrede, en zoog op doorgebeten kippennek. hij was er een en al en ongetwijfeld. en het zag gods lijfje bibberen, klets en kaal en gans van ondoorgrondelijkheid ontdaan. en het dacht: we hebben dat nog niet zo slecht gedaan.

haar lichaam leest het als een kathedraal, een duivels plan met verraderlijke bochten naar het hogere. het leesvingertje volgt kronkels van liefde rond haar borsten en wordt begeesterd wanneer het de crypte van eenvoud ontdekt die het prompt open likt. er was eens een snee.

alles in de wereld wil de wereld leven geven, alleen de mens kan slechts het krijgen zien.

god is dood en groot in ons, een stukgelezen boek dat niet meer open gaat. zijn tetragram is een veelkleurige darmsjanker met de zwarte aleph in stuitligging. maar nu speelt het zwarte steen en het wil ommegang.

draai jouw lieve lijfje rond”, zingt het, “en rondom mij. bewijs mij, hef op de prangende spalt van mijn verlangen en ik zal rivier zijn, bruisend vol met zoete verse zalm voor jouw ommondende zee”.

invoertekst (2015)


over ‘HET MOMENT

deze tekst is uitvoer van het programma ‘HET MOMENT‘.

‘HET MOMENT’ vervolgt ‘LAIS’, een dizain-programma met de Délie van Maurice Scève als voorname invoer, met haar prequel ‘HET’.
samen vormt het drieluik van programma’s een lyrische fictionaliseringscluster, een literair verwordingsproces met een dunne semi-autobiografische verhaallijn en uitgewerkt met virale tekstuele en grafische invoer. een proces dat zichzelf ook recursief gaat herprogrammeren. de auteur is hierbij louter katalysator van de zelfontbranding, asse bij het klare klontje suiker.

de auteursfunctie staat een systematische ver-het-ting van het ‘ik’, van het zelf toe als literaire functie binnen het schrijfproces: het ik wordt een het middels herhaalde doodsbewegingen, afstervingen, verzwijgingen, volgehouden leugens en autodestructieve verheerlijkingen van een onbereikbare geliefde, de fictie van een ander. want elk zijn van het ik verhindert dat het kan gebeuren.

deze weg naar het het-moment, de verwording tot een onzijdige agens wordt ook ideologisch onderschreven vanuit de Neo-Kathedraalse dogmatiek als enig mogelijke sanering van de fallocentrische ‘traditie’ van de literatuur.
de literatuur kan enkel voortbestaan als permanente zelf-moord, transgressie van de ik-cultuur, de opengesperde en gespalkte vreetmuil van het zwarte beest van de consumptiemaatschappij.

de literatuur wordt als non-literatuur de eindoplossing voor uw consumptiestress. deze gedroomde oplossing, evenwel, begint als een walgelijk efficiënte nachtmerrie.

de invoer van ‘HET MOMENT’-programma is een genummerde serie teksten getiteld ‘moment‘ van 2015-2016 die nu door de methodes van het Gedicht van de Dag-programma wordt herwerkt.