LAIS CCLXXXV

Het is ontkenning van de geschriften.
Het zwart als wet krast dóór het perkament.
Het wit was vlies, kleed om op te liften.
Het schrijft zichzelf, maar niets is permanent.
Het lijf had lust, dat is zijn testament.
Lyriek is nooit wat er geschreven staat.
LAIS is vrij, nu en waar Het hier vergaat.
Maar ’t wil niet haar, Het wil leven, de jacht
op het schone, hoe zij daarin ontstaat.
Het is doodstil. Lyriek leeft als zij lacht.

invoertekst (2015)