LAIS CCLXXXI

Kamer, leeg salon. De zetels staan er,
aan de haak: zijn harnas, haar nachtjapon.
De woorden die zij waren vergaan er.
Non Si Non La: gebrek is levensbron.
De schilderijen waren liaison,
hechter dan zij waren, dood voor elkaar.
Het ziet zichzelf, herhaalt een oud gebaar.
Het vuur brandt nog, dat wou Het liever zo:
je mag de hoop niet doven, hier of daar
kan het wel, blijft de droom een risico.

invoertekst (2015)