LAIS CCXLIV

voor m.g.

Traag is hieromtrent de dag begonnen
met tasten naar waar er nog lijven zijn
nu Het in haar, zij in Het begon en
zij zweven in elkaars aanwezig zijn.
Nog loom de spieren zijn verkrampt in pijn
omdat zij nog aan strelen zijn gehecht.
De zijde van het laken is onecht:
het zachte heeft zijn naam op haar gelegd.
Een lus rond kussen is zijn mond, niets zegt
Het hier, alles komt vanzelf bij haar terecht.

invoertekst (2014)