LAIS CCXLII

Het wou dat het in haar verdwijnen kon,
in de gedachte dat zij weg was, is
en dat er iets speciaal voor hen begon,
de toekomst weg zou wezen van LAIS,
dat al het zingen hen betrof, maar ’t is
nu zelf het lied van die gedachte, stil,
roestend in de de brij van vergane wil.
Het wou dat het in haar verdwenen was.
Ooit was Het er, en dan die nare gil.
Er is herinnering, dat geeft geen pas.

invoertekst (2014)