LAIS CCXXXIX

Als de maan zich schikt in het verlangen
en komt der meiden lust tot diepe rust,
als de wind weer vol is van gezangen
en golvenzee haar stranden streelt en kust;
als laaiend vuur door liefde is geblust,
en alle nijd door ’t land is heengegaan
en ’t lijden uit is, om en afgedaan
als woord en daad hetzelfde zwijgen is,
en letters in hun klanken zijn vergaan:
nóg schrijft Het neer hoe waar en schoon zij is.

invoertekst (2014)