LAIS CCXVIII

Dat er geen liefde zich voor hen ontplooit;
dat het nooit warm in haar aanwezig is;
dat zij zichzelf aan schone schijn vergooit;
dat het niet is zoals Het wil dat het is;
dat alleen LAIS zonder einde is;
dat elke schoonheid mettertijd vergaat;
dat het zich nergens in niemand herkent;
dat de mens vrij denkt maar briest als een paard;
dat niemand niemand is, dat ook dat went;
dat alles alles wordt, niets iets bewaart.

invoertekst (2013)

AS van LAIS CCXVIII - 2020 - A6