LAIS CLXXV

Haar adem voelt het en haar nabijheid al
terwijl het niets is en tot hier beperkt.
Haar handen zijn het reeds bekend als mal
voor ongevormde liefde die het merkt:
het voelt zichzelf door haar daarin gesterkt.
Het wil haar lijf dat in zijn handen trilt,
het wil haar ziel die ziel in ziel verspilt,
het wil haar nederig als heer beminnen.
Zij is wat elke dichter schrijft en wilt:
antwoord op de vraag in al zijn zinnen.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXVII

Geef een reactie