LAIS CLXXII

Op het oude pad van de afwezigheid
herkent het elke karteling, hoe zij
niet is waar het bestaat, hoe zij wegglijdt
van elke vastheid er omheen, hoe wij
niets zijn, volledig aan het niets voorbij.
“O neem” zingt het, “mijn beide handen vast,
lieveling,  voel hoe alles aan ons past
als ons in ons, rivier van het bestaan
weg die weg is, water dat water wast,
het eindeloze in elkaar vergaan.”

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXII

Geef een reactie