LAIS CLXVIII

Asgrauw de bladeren de bloemen
hun rot op aarde braken en takken
te kandelaren staan op de doemen
te wachten de vloeken het inhakken
van woord in vlees nijdig zij tandakken.
Gelaatloos de godin staat op het groeien
haar klemmen te plaatsen en haar boeien
strak rond de enkels en de hals te slaan
en haar wraakzucht hoorbaar is in ’t loeien
van storm om zij die neerwaarts is gegaan.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXVIII

Geef een reactie