Categorieën
lyriek

LAIS CXXXIV

Het is een droom voor elkeen, continu.

Het is een droom voor elkeen, continu.
Het is het woord waarmee het moet en kan.
Het is aloud en een virus van nu
het woedt en het woelt in ’t woeden daarvan.
Geef toe: wie doet het niet als het maar kan?
Het streelt uw huid, schouders waar het van houdt.
U niet? o maar kijk het vermant. Vervrouwt?
U wilt het weg? Het is wel het geld dat telt.
Traag is het verval, rot dat zich afbouwt.
Het heeft zich in u tot thuis opgeteld.

invoertekst (2012)

over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma
over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij
LAIS 2020.docx

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXXXIV – A6

Geef een reactie