Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #336

// ’t ongewilde veroorzaakt het bedoelde

336 – de communicatievorm is van groter belang voor de communicerenden dan haar inhoud

hexigram 8  (bǐ) – “Groeperen”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/07/harusmuze-112/

commentaar

de uitspraak lijkt wel enige aanspraak op algemene geldigheid te kunnen maken: in eender welke situatie waar er sprake is van uitwisseling van informatie tussen twee of meerdere ‘entiteiten’, zal het feit dat die uitwisseling gebeurt belangrijker zijn voor de betrokkenen dan wat precies er aan informatie wordt uitgewisseld. McLuhan’s ‘the medium is the message’ valt daaronder maar mist het punt omdat zulks nog steeds het inhoudelijke (vermomd als vorm) als belangwekkend vooropstelt: het is (ook) niet het ‘hoe’ van de communicatie maar het al-dan-niet-plaatsvinden van de communicatie.
het zijn van de communicatie wordt zo een virale besmetting die bij het waarnemen ervan meteen de communicerende entiteiten tot entiteit reduceert: het benoemen van de communicatie in het gebeuren creëert ogenblikkelijk de zijnden (zender-ontvanger, of welk schema dan ook dat men voor de ‘communicatie’ wil gebruiken) die zich dan uit het Reële ontheven/verbannen weten, het gebeuren van de communicatie valt samen met hun existentie voor de duur van de communicatie.

het protocol is de boodschap. de communicatie achteraf, de informatiestroom is degeneratie daarvan. wat wij interpreteren als communicatieverfijning is communicatieverstoring, ruistoename, rot.

als je communicatie waarneemt stort het gebeuren in tot de gigantische complexiteit van het ontologisch fabricaat waarbij de gecreëerde entiteiten een dwingende rol toegemeten krijgen: hun existentie hangt ervan af.
zo wordt de initiërende actie van de aanspreking, de taalact, meteen de initiatie van een afhankelijkheidsrelatie. hoe kleiner de voorraad aan existentiële alternatieven, hoe groter de afhankelijkheid, de onderwerping van de aangesprokene. het aangesproken kind is als de dood voor het wegvallen van de communicatie omdat de onderwerping lijkt op de embryonale faze. de aandacht koestert.

voor de Bewegingsleer is deze Harusmuzestelling een verraderlijk triviale vaststelling (het gebeuren primeert bij afwezigheid van de existentie sowieso op wat er gebeurt) en de uitkomst van de stelling in ontologische structuren zal natuurlijk afhangen van wat er als definitie van ‘entiteit’, ‘informatie’ en ‘belang’ wordt gehanteerd, maar op het moment dat je de stelling leest zit je al in een ontologisch kader: je kan in de taal niet uit dat kader treden om er iets over te zeggen. het enige wat je kan doen is een analogie in werking laten treden die de ontologische dwang simuleert in een cognitief veld. en dat is precies wat de uitspraak doet: als je het leest zit je al in een ontologisch kader zoals de aangesprokene al in een communicatief kader gedwongen wordt.

het particuliere geval van de seksuele en sensuele informatieoverdracht is in deze context wel zeer interessant. hier komt immers primair geen taal aan te pas, terwijl het informatiedebiet bij seksuele betrekkingen ook los van de bevruchting of zelfs maar de penetratie, louter sensueel dus, gigantisch is in vergelijking met a-sensuele, verbale communicatie (met dien verstande dat bij intermenselijke communicatie de grens altijd dynamisch is en door de informatie zelf op beslissende wijze wordt beïnvloed).
hebben we hier te maken met een daadwerkelijke écriture van het Reële zoals Gerald Moralès die beschreef? beschrijven wij elkaar met echtheid als wij neuken? het vrijen veronderstelt blijkbaar wel een wederzijds ‘uitstellen’ van de identiteit, een vertrouwelijke opheffing van de existentie en de nood daaraan. vandaar natuurlijk ook het verkwikkende effect, het zaligmakende van sensualiteit. geraken we dan bij masturbatie ‘ons ei wel kwijt’? of is het masturberen dan geen enorme drainage van euh ‘opslag’?

men merkt alleszins onmiddellijk dat de finaliteit van de communicatie al bepalend wordt voor de appreciatie ervan. een functioneel vergelijkende analyse van communicatieve patronen in vegetale/animale interactie kan daar meer klaarheid in verschaffen, zeker in combinatie met interactieve en generatieve computermodellen.

we vragen ons hierbij af wat er momenteel ontwikkeld wordt als ‘minimale auto-reproductie’ en hoe die dan gedefinieerd wordt. elk getal kan bv gelezen worden als een minimaal systeem van auto-reproductie in een telprogramma. leest het getal de dingen? is elk contact met de mens dodelijk voor de van Zijn gevrijwaarde Alien? langs deze weg heeft de uitspraak een viraal-destructief potentieel voor elk identiteitsdenken…

wordt dan op soortgelijke wijze de mensheid zelf niet ‘ingelezen’ door een virus in de progressie van een pandemie? hebben wij Iemands aandacht gewekt? het is alleszins communicatie op een niveau dat wij allang niet meer aankunnen. maar ‘snappen’ doen we het wel!

scève

Ne cuydez point entre vous, qui suyvistes,
Comme je fays, cest Enfant desvoyé,
Que mes souspirs trop legerement vistes
N’ayent mon coeur sainctement desvoyé.
Car il y fut pour mon bien envoyé
Et a son pire il se voyt parvenu.
Puis qu’il est donc vers elle mal venu,
Pourquoy ne vois je acoup le retirer?
Las je crains trop, qu’en lieu de le tirer,
Le Corps ne soit, comme luy, detenu.

Geef een reactie