Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

grenswacht

Tartarenhoornen toeteren de noordenwind
De Distelpoort is wit, witter dan de stroom.
De hemel vreet en slokt de weg naar Kokonor.
Een lint van maanlicht kronkelt op de Muur.

De dauw daalt neer, de vlaggen druipen.
Koud brons omkranst de wachters van de nacht
In ’t nomadenharnas schuiven slangenschubben
Paarden hinniken, ’t Immergroene Graf is witgestampt.

Boven de herfstige stilte fonkelen de Pleiaden.
Ver, over ’t zand, glijdt er onraad achter brem.
Ten noorden van de tenten houdt vast de wereld op,
daar waar de klank van de rivier het land verlaat.

LI HO (791-817), herdichting naar de vertaling van A.C. Graham, Poems of the Late T’ang, Penguin Classics, (1965) 1984, p.97

  • Immergroene Graf : het graf van Wang Chao-chün, de concubine van keizerYuan van Chan (48-33 v.C.), die haar als vrouw schonk aan Kubla Khan. Het gras groeide altijd op haar graf.
  • Pleiaden: het gefonkel van deze sterren werd gelezen als een omen van een nakende inval
Afbeelding van de jong gestorven dichter Li He (?)

Geef een reactie