Categorieën
lyriek

het kafkaslot

het vet groeit aan achter de linie van de noodzaak in
lijnen en vlakken met  puntige hoeken. sereen omlijnen
de tronies echter hun marmotschedels,  de schrik zakte hen
immers het lijf uit en  puberaal laks in de lakens stijfstokten

zij weg achter de zelfbegraaide deur naar de plaats waar
het veilwijf nog sokstopte, strijkwast en zeemtrekken zal.
de jeuk onder het  voorvel is er om bestwil, waar uitdroogt
de wenslaag op snedige voorvallen, zijvallen,  naamvallen

en ook de wijvallen, het onswater, de ikgrond, het mijplat,
de sterfputten Moeder en Zoon en het geheime Thaise ik,
een licht oker voorgeborchte met het rot volop in de bijtlip.

het nekspek flabbert rond het wijnglas, o hemelse afdronk
van import maar het schort verdomd aan dimensies, het af
slaat niet op en de koren verwensen hun maker naar kafka.

 

asemic_diary002
Een bijschrift invoeren

Geef een reactie