Categorieën
lyriek

moment(16)

reinefladdermeis(voor c.b.)

in de gloeiende tuchtkamer van het genot
waar alles vlamt  & om ons laait
komt langzaam dichter zwart als pit tot ons
het virus van ’t verval. er zijn al dagen

die de doden tellen, vol van onverschil. wolken
overdrijven ons. het woud is immer woekerend.
ik heb het niets in handen dat het niets
omrandt als karteling, een zweven in

het zweven dat ik in jou ben. armtierig
als de letters die mijn woorden willen vormen
tot woorden die jouw strakste lijf omarmen,
maar ik kom niet verder dan een lege zin.

in het gloeien is de duisternis onwillig
in het zwart lik ik de lippen van jouw mond.
mijn al breekt in jou open. niets is wat er staat.

Geef een reactie